Home Berlijn was een zeldzame vrijhaven voor transpersonen

Berlijn was een zeldzame vrijhaven voor transpersonen

Historicus Alex Bakker deed onderzoek naar transgenderpioniers in het roerige Berlijn van de jaren twintig en dertig. In het seksuologisch instituut van Magnus Hirschfeld konden transpersonen voor het eerst hulp krijgen, maar hun relatieve vrijheid in de Duitse hoofdstad kende grenzen. ‘Ook toen heerste het idee dat mensen met een transidentiteit een bedreiging vormen voor de rest van de samenleving.’

Berlijn was een zeldzame vrijhaven voor transpersonen
Drie patiënten van het Institut für Sexualwissenschaft. Dora Richter staat rechts. Wikimedia Commons

Hilde van der Pluijm

Gepubliceerd op: 14 juli 2026

Alex Bakker is gespecialiseerd in transgendergeschiedenis, dat hij onderbelicht noemt. De historicus schreef eerder Mijn Valse Verleden, waarin hij zijn eigen leven als transman beschrijft. Voor zijn nieuwe boek Transgender pioniers onderzocht hij het seksuologisch instituut van dokter Magnus Hirschfeld, dat van 1919 tot 1933 in Berlijn gevestigd was. ‘Hirschfeld was de eerste medicus die het fenomeen transgender bestudeerde en de gevoelens van transpersonen serieus nam. Met zijn instituut hielp hij hen uiteindelijk ook bij hun transitie.’

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je ook toegang tot HN Actueel? Hiermee lees je dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvang je exclusieve nieuwsbrieven. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in je inbox.

Voor de transgemeenschap was Hirschfelds Institut für Sexualwissenschaft belangrijk: het was de enige plek waar transpersonen concrete hulp konden krijgen. Het huisde in een imponerende stadsvilla. Bezoekers omschreven het gebouw als weelderig en ouderwets, met grote meubels, veel porselein en een opmerkelijke hoeveelheid ingelijste seksuele afbeeldingen. ‘De meesten waren verbaasd bij binnenkomst,’ vertelt Bakker. ‘Het uiterlijk van de villa stond lijnrecht tegenover het moderne denken dat het instituut representeerde. Tegelijkertijd symboliseerde het gebouw een bepaalde trots: het instituut wilde zichtbaar zijn en weigerde zich te schamen.’

Magnus Hirschfeld in 1928.
Magnus Hirschfeld in 1928.

Toch hield Hirschfeld zijn eigen homoseksualiteit wel geheim. ‘Maar dat kwam absoluut niet voort uit schaamte,’ zegt Bakker. ‘De seksuoloog vreesde ervoor om van eigenbelang beschuldigd te worden. Door zichzelf buiten zijn missie te plaatsen, kon hij puur wetenschappelijk te werk gaan.’

Travestiepasje

Dat het instituut van Hirschfeld in de Duitse hoofdstad gevestigd was, was geen toeval. Berlijn was in korte tijd een metropool geworden waar steeds minder sociale controle was. In de stad verwaterden seksuele taboes en vonden transgenders een vrijhaven voor het queer-denken. Dat kwam ook door de imponerende feestcultuur in de stad: binnen de muren van de clubs was er veel ruimte voor zelfexpressie.

Maar de relatieve vrijheid van queer-personen kende duidelijke grenzen. Tijdens de bloeitijd van het instituut was homoseksueel handelen nog altijd illegaal. ‘Mannen die hierop betrapt werden, konden hun burgerrecht verliezen of gevangenschap van enkele maanden tot twee jaar riskeren. Er was zelfs een speciale recherche die homoseksuele mannen moest opsporen.’

Opmerkelijk is dat het wetboek lesbische vrouwen buiten beschouwing liet. ‘Mannelijke homoseksualiteit werd veel meer als dreiging gezien – dat is nog steeds zo. Een soortgelijk patroon zien we bij transpersonen: de negatieve aandacht van het publiek richt zich eerst op transvrouwen, en pas veel later op transmannen. Het idee dat iemand conventionele mannelijke privileges opgeeft, kunnen sommige mensen niet bevatten.’

Toch waren politieagenten in Berlijn een stuk minder repressief dan hun collega’s in de rest van het land. ‘De politiecommissaris was zelfs erg geïnteresseerd in homoseksualiteit,’ vertelt Bakker. ‘Hij sloeg aan op Hirschfelds ideeën over het bestuderen van menselijk gedrag, zonder daar een moreel oordeel over te vellen.’ 

Prostituees kopen cocaïne in Berlijn
Prostituees kopen cocaïne in Berlijn, 1929.

Als voorbeeld noemt Bakker het handhaven op crossdressing, mannen die zich als vrouw kleden en andersom. Dat gold destijds als strafbare verstoring van de publieke orde, maar Hirschfeld overtuigde de politiecommissaris ervan dat zijn patiënten geen ophef wilden veroorzaken en juist aandacht wilden mijden. De wetenschapper beweerde dat zij leden aan ‘travestie’, destijds een medische diagnose. Beide mannen spraken af dat personen die Hirschfeld wetenschappelijk diagnosticeerde een vergunningspasje kregen. Daarmee mochten ze zich kleden naar het andere geslacht, zonder het risico te lopen op arrestatie.

Intieme details

Voor zijn boek dook Bakker in het leven van transgender cliënten van Hirschfelds instituut. Een van hen was de transvrouw Dora Richter, die een jaar of 30 was toen ze bij de seksuoloog op de stoep stond. Ze was vanuit het Tsjechisch-Duitse platteland naar de stad vertrokken. Dora hoopte geopereerd te worden en daarna als vrouw verder door het leven te gaan. Op het instituut kon ze geholpen worden, maar daar stond wel wat tegenover: de wetenschappers wilden Dora en haar lichaam grondig bestuderen.

De bronnen die over Dora beschikbaar zijn, vond Bakker soms pijnlijk om te lezen. In documenten van het instituut worden intieme details over Dora en haar lichaam besproken. ‘Als lezer weten we misschien wel meer dan we mogen weten,’ zegt Bakker. ‘Dora was totaal afhankelijk van het instituut. Voor haar behandeling moest ze een diepgaande lichamelijke en psychische observatie ondergaan en tijdens wetenschappelijke colleges werden Dora en andere transpersonen aan een publiek getoond.’ Bakker benadrukt dat transpersonen nog altijd te maken hebben met medisch onprettige onderzoeken, al zien die er inmiddels anders uit.

Dora Richter bezig met kantklossen.
Dora Richter bezig met kantklossen.

Het Institut für Sexualwissenschaft was geen volstrekte safe space voor transpersonen. Ook binnen de muren van de stadsvilla werden zij gestigmatiseerd en gezien als ‘travestieten’. Zo gebruiken de artsen in Dora’s dossier voortdurend de verkeerde voornaamwoorden. ‘Maar een safe space was er in die jaren überhaupt niet,’ zegt Bakker. ‘Daarvoor was er te veel onbegrip en onduidelijkheid.’

Genderneutrale namen

In uitzonderlijke situaties konden transpersonen in het Duitsland van de vroege twintigste eeuw hun naam veranderen. Maar het uitkiezen van een naam was pijnlijk en complex. Transpersonen kregen zeven genderneutrale namen om uit te kiezen. De autoriteiten hadden bedacht dat er hierdoor vrijwel geen consequenties zouden zijn als de transpersoon van gedachte zou veranderen; daar gingen ze namelijk vanuit.

Dat Dora in 1931 uiteindelijk een vaginaplastiek onderging, was vooral aan haarzelf te danken, zegt Bakker. Haar ingreep is een van de oudste voorbeelden van een ‘geslachtsbevestigende’ operatie en een mijlpaal in de transgeschiedenis. ‘Maar dat werd destijds niet zo gevoeld,’ vertelt Bakker. ‘Aan de operaties werd weinig ruchtbaarheid gegeven, uit angst voor publieke afkeer.’ Het is in de bronnen nergens terug te vinden of Dora en haar opvolgers tevreden waren met het resultaat van de operatie.

Hitler had het op Hirschfeld gemunt

In de jaren dertig brak het nazitijdperk aan en sloeg het klimaat in Berlijn om. Alle kroegen en clubs waar de queer-personen samenkwamen, werden gesloten. Van het rijke nachtleven was niets over.

Volgens Bakker hadden de nazi’s het al snel op Hirschfeld gemunt. ‘Hij zou het raszuivere Duitse volk willen verzwakken.’ Nationaal-socialistische studenten belaagden het instituut en zuiverden de bibliotheek van ‘ongewenste elementen’, die ze tijdens een grote bijeenkomst verbrandden. ‘Niemand van het instituut raakte gewond,’ zegt Bakker. ‘Het was een statement, bedoeld als propaganda. Nadat Hitler aan de macht kwam, was het alsof transpersonen nooit bestaan hadden.’

Nazi's plunderen het instituut
Nazi’s plunderen het instituut in 1933.
Boeken van het Institut für Sexualwissenschaft worden verbrand.
Daarna verbranden ze boeken en documenten.

Vandaag moeten transpersonen opnieuw vrezen voor hun bestaansrecht, ziet Bakker. ‘Zowel in het Duitsland van nu als dat van een eeuw geleden heerst het idee dat mensen met een transidentiteit een bedreiging zijn voor de rest van de samenleving. En vooral de afbraak van transrechten in Amerika is onvoorstelbaar. We worden geconfronteerd met hoe dun het laagje solidariteit en emancipatie is’. Hij noemt het een ongemakkelijke waarheid: ‘Het is moeilijk voor mensen om écht solidair te zijn wanneer het erop aankomt. Dat zagen we tijdens de Holocaust en dat zien we nu weer.’

Fluiten

Mensen die hulp zochten bij het instituut moesten een vragenlijst invullen. Die was bedoeld om grip te krijgen op wat mannelijk en wat vrouwelijk was. Zo luidde een van de vragen: ‘Kunt u fluiten?’. Volgens de onderzoekers was dat een typisch mannelijke vaardigheid.

Loginmenu afsluiten