‘Nu de geestkracht van het volk tijdens deze Depressie een dieptepunt heeft bereikt, is het een geweldig iets dat een Amerikaan naar de bioscoop kan gaan en voor 15 cent naar het gezicht kan kijken van een glimlachend kind, dat hem al zijn zorgen doet vergeten.’ Dat zei Franklin Delano Roosevelt over Shirley Temple, het kindsterretje dat een jaar na zijn inauguratie als 32ste president van de Verenigde Staten uitgroeide tot de publiekslieveling van Hollywood. Temple en Roosevelt representeerden een nieuw elan tijdens de economische malaise van de jaren dertig: optimisme, levenslust en vrolijkheid. ‘Happy Days Are Here Again!’ beloofde Roosevelt met zijn campagnelied in 1932. En toen was er opeens dat ‘glimlachend kind’ dat zich niet uit het veld liet slaan door welke droevige gebeurtenis in haar leven dan ook. Shirley was steevast wees of halfwees in haar karakterrollen en kwam haar misère welgemoed te boven met minstens één dansnummer per film. In 1935 liet ze in de populariteitspolls Marlene Dietrich, Greta Garbo en Bette Davis voor het eerst achter zich. Ze was toen zeven jaar oud.
Shirley Temple werd op 23 april 1928 geboren in Santa Monica, Californië. Haar vader was bankemployé, haar moeder een huisvrouw die haar gefnuikte droom van een roemrijke carrière als actrice of ballerina op haar dochter projecteerde. Gertrude Temple geloofde heilig in prenatale beïnvloeding en voedde haar ongeboren dochter op met klassieke muziek, hoogstaande literatuur en romantische films.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Ze sleepte Shirley op haar derde mee naar de Ethel Meglin Studios, een dansschool in Los Angeles. Gertrude wist dat de school regelmatig werd bezocht door talentenjagers voor de filmindustrie, op zoek naar jonge acteurs en actrices. In de wandelgangen werd er van de ‘Meglin Kiddies’ gesproken. Shirley zou een van hen worden. In het najaar van 1931 werd ze gescout voor Educational Films Corporation, een productiemaatschappij die op dat moment twee meisjes en tien jongens wilde werven voor haar Baby Burlesk-films.

In die Baby Burlesks speelden peuters in pampers in korte reels van twintig minuten mainstream films na. Temple debuteerde in War Babies als een dame van lichte zeden, die met haar wiegelende achterwerk de jongetjes om zich heen in vervoering bracht. Ze was Marlene Dietrich en Dolores del Rio, maar dan in een kleuteruitvoering van de femme fatale. Ook in de vervolgfilms speelde ze die rol, met typerende namen als Morelegs Sweet Trick, La Belle Diaperina en Madame Cradlebait. In haar autobiografie, gepubliceerd in 1988, noemde Temple het genre van de Baby Burlesk ‘een cynische exploitatie van kinderlijke onschuld’. Wie vandaag de dag de filmpjes op YouTube bekijkt, kan haar bedenkingen over de groezelige aanvang van haar filmcarrière alleen maar beamen.
Gigantische recettes
De overstap naar mainstream productiemaatschappij Fox in 1934 kwam dan ook als een zegen. Vooral voor Gertrude, die het door haar zorgvuldig gestileerde imago van haar dochter eindelijk beloond zag. De 56 pijpenkrullen, het pruilmondje en de opgetrokken wenkbrauwen waren haar creatie, niet die van de filmstudio. Tijdens de opnames van de films was Gertrude constant aanwezig op de set, wat ze contractueel had afgedwongen bij Fox. Ze gaf haar dochter regieaanwijzingen, veelal tot ergernis van de dienstdoende regisseur. ‘Straal!’ was het toverwoord. ‘Shirley is het product van haar moeder, het instrument dat zij bespeelt,’ zei Allan Dwan, met wie Shirley in 1937 Heidi maakte en die zich tijdens de draaidagen naast de moeder op de set steevast de tweede viool voelde. Shirley was voor een klein kind haast bovenaards tekstvast. Ze leerde haar dialogen voor het slapengaan, waarbij Gertrude alle andere rollen van het script voor haar rekening nam.
Temple was de grote redding voor het noodlijdende Fox, dat ook door de economische crisis getroffen werd. De films waarin zij tussen 1934 en 1938 speelde, brachten gigantische recettes op.

Bovendien deed de merchandise de kassa rinkelen. Onder Amerikaanse consumenten vonden de Shirley-poppen, -cocktailglazen, -schoenen, -jurkjes, -hemdjes en dergelijke gretig aftrek. Wereldwijd telde haar fanclub ruim 3 miljoen leden en look-a-like-competities brachten menig huisgezin in vervoering. Wellicht was dochterlief net zo’n goudmijntje als Shirley Temple voor haar ouders was. Op zekere dag vond haar vader in de stapels post het verzoek van een vrouwelijke fan een tweede Shirley bij haar te verwekken.
De filmpersonages van Shirley pasten naadloos bij de tijdgeest van de jaren dertig. Behalve een goedgeluimde onverzettelijkheid bood ze ook troost aan de getergde mannelijke tegenspelers in de films. Temple kroop op hun schoot en gaf ze een dikke pakkerd wanneer ze weer eens geplaagd werden door somberheid vanwege verlies van vrouw, werk of inkomen. Daarvoor hoefde je je geenszins te generen, was de boodschap, terwijl schaamte en vernedering toch de overheersende sentimenten waren in een land dat door massawerkloosheid werd geplaagd.

In de wereld van Shirley Temple waren de Verenigde Staten één blijmoedige en ondeelbare natie, die de toekomst met vertrouwen tegemoetzag. Die nationale eensgezindheid gold ook voor de raciale tegenstellingen in het land. In vier films was haar danspartner Bill ‘Bojangles’ Robinson, met wie ze tapdansend de Amerikaanse geschiedenis herschreef. In The Littlest Rebel was Shirley een zuiderling, die haar gevangengenomen vader tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog van de strop redde door het hart te winnen van Abraham Lincoln. Robinson vervulde de rol van haar goedlachse en serviele butler die haar op haar tocht naar het Witte Huis in Washington begeleidde. ‘Alle bitterheid en wreedheid van het conflict is rigoureus verdwenen en de Burgeroorlog dient zich aan als een misverstand onder aardige en nette heren met gelukkige slaven en een schattig klein kind dat tijdens het hele verhaal zingt en danst,’ schreef de filmrecensent van Variety over The Littlest Rebel.
Dreigbrieven
Natuurlijk had de roem ook een keerzijde. Terwijl Amerika nog in shock was vanwege de kidnapping van en moord op de baby van vliegtuigpionier Charles Lindbergh, trof Temple in haar fanmail de nodige dreigbrieven aan, die haar sommeerden een zeker geldbedrag op een bepaalde tijd en plaats te droppen, anders zou haar eenzelfde lot wachten als Charles Lindbergh junior.
FBI-directeur J. Edgar Hoover, die een zwak had voor het kindsterretje, onderzocht de bedreigingen tot op de bodem. Een ervan bleek afkomstig te zijn van een 14-jarig meisje uit Texas, dat eerst geprobeerd had haar oma te chanteren. De andere was van een 16-jarige jongen uit Atlanta, Georgia, die zich liet inspireren door de gangstermovies die hij in de plaatselijke bioscoop zag. Hij had het geld nodig om zijn vriendinnetje te onderhouden, zo vertelde hij de politie.

Tijdens een van Temples optredens voor een live publiek haalde een psychisch labiele vrouw plotsklaps een pistool uit haar handtasje en richtte dat op het meisje. De vrouw leefde in de veronderstelling dat Shirley de ziel van haar overleden dochter had gestolen. Het pistool was geladen. De familie nam een chauffeur en een bodygard in dienst. Ook werd Temple het mikpunt van een hardnekkige hoax, in de Verenigde Staten en daarbuiten. Vooral in Europa deed het verhaal de ronde dat Shirley Temple helemaal geen kind was. Kinderen verliezen hun melktandjes en in al haar films had Temple een puntgaaf gebit. Ergo, Temple was een dwerg van een jaar of dertig. In werkelijkheid verloor Temple wel degelijk haar melkgebit tijdens haar hoogtijdagen in Hollywood, maar dat euvel werd verholpen met stifttanden die tijdens de draaidagen werden aangebracht.
’s Werelds troetelkind
Ook in Nederland bestonden er de nodige bedenkingen over het fenomeen Shirley Temple. Pedagoog Herman Jordan hekelde in het opvoedkundig tijdschrift Het kind haar spel als ‘intens onnatuurlijk’ voor een kleuter. Vooraanstaand filmcriticus Leo Jordaan noemde haar in een van zijn ‘filmpraatjes’ voor de radio in 1935 ‘een klein oud wijfje’. En Leo Hanekroot waarschuwde in het katholieke Filmfront voor de leugenachtige ‘honneponnigheid van ’s werelds troetelkind‘, waaruit alle jeugdige onbevangenheid verdwenen was. ’Shirley Temple is geen kind,‘ schreef hij als ironische kwinkslag vanwege het gerucht dat Temple geen echt meisje was, maar een volwassen dwerg.
Desalniettemin wilde het Vaticaan zich op de hoogte stellen van haar kinderlijke status en zond daarvoor pastoor Silvio Massante naar huize Temple. De katholieke lobby had grote invloed op het morele gehalte van de cinema in Amerika, die zich met name uitte in de in 1933 opgerichte League of Decency. De Temples besloten de paus te vriend te houden en ontvingen in hun riante en zwaarbewaakte villa in Santa Monica de eerwaarde Massante, die hoogstpersoonlijk vast kon stellen dat Shirley geen oude dwerg was.
Smaadproces
In het najaar van 1937 ontstond er een wereldwijde controverse toen de Britse auteur Graham Greene in zijn recensie van Wee Wille Winkie niet zozeer haar leeftijd ter discussie stelde als wel haar kinderlijke onschuld. Waar anderen een lieflijk meisje zagen, zag Greene een verderfelijke vamp die haar verleidingskunsten schaamteloos inzette om dubieuze doelen te bereiken. ‘Kijk hoe ze een man opneemt met haar guitige studio-oogjes en de verdorven kuiltjes in haar wangen,’ schreef Greene onomwonden: ‘Haar bewonderaars, mannen van middelbare leeftijd en geestelijken, reageren op haar dubieuze koketterie, de aanblik van haar welgevormde en aantrekkelijke lichaampje, vol vitaliteit.’ Het was alsof Greene een voorschot nam op het schandaal dat Vladimir Nabokov met zijn Lolita zou veroorzaken. In feite beweerde hij dat Temple het bedenkelijke niveau van de Baby Burlesk nooit verlaten had. Fox en de familie Temple klaagden Greene en het tijdschrift waarvoor hij werkte in een smaadproces aan en wonnen de zaak. Overigens gingen er ook in Nederland stemmen op die de ‘schattigheid’ van Temple ter discussie stelden (zie kader op p. 15).
Intussen kampte Fox met een dilemma: kleine meisjes worden groot. Moest de studio vasthouden aan het geijkte imago dat van Shirley op het witte doek was neergezet? Maar was dat imago nog wel geloofwaardig, nu ze overduidelijk uit dat keurslijf groeide? Of werd het tijd dat ze een ontwikkeling doormaakte naar gewaagdere rollen, waarin ook de duistere kanten van haar persoonlijkheid tot uiting kwamen – met het gevaar dat het grote publiek die ommezwaai niet zou accepteren?
Leven na Hollywood
Shirley Temple bewees dat er een leven mogelijk was na Hollywood voor een kindsterretje zoals zij. Hoezeer Temple in de jaren dertig ook geassocieerd werd met het Democratische presidentschap van Roosevelt, haar familie was door en door Republikeins. Ook zij zou dat haar hele leven blijven. In 1967 stelde ze zich kandidaat voor een zetel in het Congres, een verkiezing die zij jammerlijk verloor. Onder het presidentschap van Richard Nixon begon haar diplomatieke carrière. George H.W. Bush benoemde haar in 1989 tot ambassadeur in Tsjechoslowakije. In die hoedanigheid maakte ze daar de Fluwelen Revolutie mee, de val van het communistische regime.

Fox hinkte op twee gedachten. In Little Miss Broadway werd nog teruggegrepen op het beproefde typetje van het weeshuismeisje dat de burger met haar zonnige karakter moed gaf in donkere tijden. Maar in The Blue Bird weigert Temple een doodziek meisje de lijster te schenken die zij in de bergen gevangen heeft. Zo hondsgemeen kunnen puberende gedrochten zijn. En ze was aan het puberen. Op haar elfde verjaardag werd ze voor het eerst ongesteld, vertelde ze trots in haar autobiografie.
Het commerciële debacle van The Blue Bird maakte duidelijk dat Shirley op haar retour was. In de populariteitspoll van 1939 werd ze naar de vijfde plaats verwezen, terwijl ze die vier jaar op een rij had aangevoerd. Gertrude verweet Fox dat haar dochter niet de kans kreeg zich te ontwikkelen tot een volwaardig actrice en broedde op ontbinding van het contract. Ze kreeg haar zin. Op 12 mei 1940 maakte Fox wereldkundig dat Shirley met pensioen ging. Ze was toen twaalf jaar oud. Hoewel ze na haar afscheid van Fox nog verschillende films zou maken, beleefde ze nooit de comeback waar Gertrude voor haar dochter op gehoopt had. Het kindsterretje was volwassen geworden. De Verenigde Staten raakten in een wereldoorlog betrokken en ontdekten bij de bevrijding van de concentratie en vernietigingskampen een vorm van menselijke wreedheid die zijn weerga niet kende, terwijl de dreiging van het nucleaire tijdperk doordrong in ieder Amerikaans huisgezin.
Die nieuwe werkelijkheid kon niet langer worden weggepoetst met de glimlach van een kind.
Meer weten
- Child Star (1989) door Shirley Temple Black is haar autobiografie.
- The Little Girl Who Fought the Great Depression (2014) door John F. Kasson over Shirley in de jaren dertig.
- Shirley Temple. American Princess (1988) door Anne Edwards is een uitgebreide biografie.
