In 1596 deed een Nederlands slavenschip de haven van Middelburg aan. Vanwege problemen aan boord was de kapitein naar Nederland gevaren in plaats van naar Amerika. Het was de eerste keer dat het Nederlandse publiek in aanraking kwam met de trans-Atlantische slavernij. Veel Middelburgers reageerden geschokt. Ze vonden dat de tot slaafgemaakte mannen, vrouwen en kinderen direct moesten worden vrijgelaten. De Staten van Zeeland waren het daarmee eens. Ze vonden dat de kerken op zondag moesten afkondigen dat de slaven nu vrij waren en in Nederland een vak konden leren. De eigenaar van het schip vreesde dat zijn kapitaal in rook zou opgaan. Hij stapte daarom naar de Staten-Generaal die hem in het gelijk stelden. De slaven werden alsnog naar Amerika gebracht om daar op plantages te werken.
Historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk vertelt het tragische verhaal in Gods slaafgemaakten. In dit degelijke, maar ietwat beknopte boek beschrijft hij de relatie tussen christendom en slavernij. En hij komt met meer bijzondere verhalen. Bijvoorbeeld over de achttiende-eeuwse zwarte predikant Jacobus Capitein, een voormalige tot slaafgemaakte. In zijn dissertatie verdedigde Capitein de slavernij, mede omdat zwarte heidenen hierdoor in aanraking met het christendom kwamen.
Ook legt Stoutjesdijk uit dat je met de Bijbel twee kanten op kunt. Enerzijds is slavernij in het Oude en Nieuwe Testament een voldongen feit en wordt het instituut niet ter discussie gesteld. Anderzijds leidt God het Israëlitische volk uit Egypte, waar het in slavernij leefde. Ook gedraagt Jezus zich als slaaf door de voeten van zijn leerlingen te wassen voor aanvang van het laatste avondmaal en zegt de apostel Paulus dat slaven en hun meesters gelijk zijn in Christus. Het Nieuwe Testament predikt een abstracte gelijkheid tussen christenen, terwijl de concrete ongelijkheid blijft voortbestaan. In enkele herderlijke brieven die de christelijke traditie aan Paulus heeft toegeschreven wordt bovendien gesteld dat slaven hun meesters moeten gehoorzamen.
Ten slotte laat Stoutjesdijk zien hoe de opvattingen over slavernij doorwerkten in het Nederlandse christendom. De Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Kerken stonden bijvoorbeeld pal achter de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika. Ook werd in orthodox-protestantse en orthodox-katholieke kringen lange tijd de racistische Cham-mythe verdedigd: zwarte mensen waren veroordeeld tot een slavernijbestaan omdat hun voorvader Cham zijn vader Noach had uitgelachen.
Gods slaafgemaakten. Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde
Martijn J. Stoutjesdijk
192 p. Kok-Boekencentrum, € 21,99

