In Leidschrift (2001/1), dat een uitstekend themanummer aan de Koude Oorlog heeft gewijd, besteedt Van der Boom nog eens uitvoerig aandacht aan de oorlogsangst die Nederland na 1945 beheerste. Hij schrijft dat die oorlogsangst vooral in de eerste naoorlogse jaren sterk was. In die tijd installeerde de Sovjet-Unie in Tsjecho-Slowakije een communistisch regime, blokkeerde de toegang tot Berlijn (1948) en ontwikkelde de atoombom (1949).
Vooral de atoombom boezemde angst in. De overheid vreesde dat de bevolking overdreven bang was voor de allesvernietigende kracht van de bom en nog liever een Russische bezetting zou prefereren dan een oorlog. Daarom probeerde de regering de gevaren van een atoomoorlog te bagatelliseren. Kernstraling zou wel ‘gevaarlijk’ zijn maar moest ook niet ‘overdreven’ worden. In 1961 publiceerde de overheid miljoenen exemplaren van de befaamde brochure Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf. Die had een averechtse werking en maakte de BB eerder belachelijk dan geloofwaardig. Het ministerie van Binnenlandse zaken ontving een stroom klachten van burgers, die de brochure ‘volkomen irreëel’, ‘onzin en waardeloos’ en ‘kwats’ noemden. In latere jaren nam de oorlogsangst af. Pas nadat het Interkerkelijk Vredesberaad de angst voor de bom eind jaren zeventig mobiliseerde, zou Nederland weer even in de ban van een angstpsychose raken.
De Amerikaanse presidenten en de Russische partijleiders waren de belangrijkste hoofdrolspelers tijdens de Koude Oorlog. Maar er bleken ook belangrijke bijrollen weggelegd voor minder hooggeplaatste figuren. Vooral de Sovjet-Unie kende een reeks intrigerende verschijningen. In de eerste plaats minister van Buitenlandse zaken Andrej Gromiko, wiens droge gezicht tussen 1957 en 1985 bijna wekelijks het journaal wist te halen. In zijn schaduw opereerde de minstens zo boeiende Anatoli Dobrynin, die tussen 1962 en 1986 de Russische ambassadeur in Washington was. Dobrynin publiceerde enkele jaren geleden omvangrijke memoires, waaruit goed blijkt hoe de Russen tijdens de Koude Oorlog opereerden.
Volgens historicus Henk Kern, die een lezenswaardig artikel wijdt aan de rol van Dobrynin, wenste de Sovjet-Unie een vreedzame en gelijkwaardige relatie met de Verenigde Staten. Partijleider Brezjnev, meer gefascineerd door de Amerikaanse glitter en glamour dan door de marxistische frasen die hij ritueel uitkraamde, was zo wijs om Dobrynin de vrije hand te geven. De ambassadeur kende immers de Amerikanen die de Russische apparatsjik Brezjnev ten enenmale vreemd waren en bleven.
