Lambertus Elferink (1910-1992) had een veelbelovende carrière als classicus in het verschiet, maar vertrok vlak voor de Tweede Wereldoorlog plotseling naar Zuid-Afrika. Daar spioneerde hij voor de Abwehr, totdat hij door de Engelsen gevangen werd genomen. Arnold Carmiggelt en Marieke Keur schreven een biografie over deze onbekende, intrigerende figuur.
Hoe stuitte u op Elferink?
Carmiggelt: ‘Mijn vorige boek, Geheimzinnigheid is zijn fort, was een biografie over Assien Bohmers: een Nederlandse archeoloog die voor het wetenschappelijk bureau van de SS werkte. Hij kende Elferink uit zijn studietijd en daarom besteed ik in mijn boek een halve pagina aan hem. Een aantal maanden na de publicatie zei een collega dat hij meer over Elferink had gehoord en dat ik daar eens naar moest kijken. Ik had eigenlijk geen zin om een nieuwe biografie te schrijven, want ik was wel even klaar met mensen met een duister oorlogsverleden. Toen ik uiteindelijk toch in de archieven ging graven, vond ik een gek verhaal. Ik ben er toen mee naar Marieke gegaan om haar te vragen of we er een biografie van konden maken.’
Elferink had een mooie academische carrière in het vooruitzicht. Waarom koos hij ervoor om voor de Duitsers te spioneren?
Carmiggelt: ‘Je moet altijd voorzichtig zijn met gepsychologiseer. In getuigenverklaringen over Elferink vind je terug dat hij uit een eenvoudig milieu kwam. Doordat Elferink qua intellectuele vaardigheden veelbelovend was, werd hij niet alleen gesteund door de Duitsgezinde hoogleraar Geerto Snijder, maar ook door de anti-nazi hoogleraar Hendrik Josephus Pos, zijn beoogd promotor. Maar Elferink was ook geïnteresseerd in geld. Hierdoor waren de Duitsers hem op een gegeven moment spuugzat, omdat hij steeds grotere sommen vroeg voor zijn werkzaamheden.’
Keur: ‘Volgens de Joodse hoogleraar David Cohen waren Elferinks antisemitische opvattingen te wijten aan een minderwaardigheidscomplex. Elferink was inderdaad erg ambitieus en wilde zich bewijzen.’
Hoe belangrijk was hij voor het spionnennetwerk van de Duitsers?
Carmiggelt: ‘Elferink werd in eerste instantie ingeschakeld door het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken om de Zuid-Afrikaanse politiek te infiltreren en de Engelandgezinde regering te ondermijnen. Daarna was Elferink een centrale figuur voor de militaire inlichtingendienst, de Abwehr. Die wilde inlichtingen over geallieerde schepen in de regio, waar de U-boten vervolgens mee aan de haal konden.
Om het contact met Berlijn te verbeteren lanceerde de AbwehrOperatie Weissdorn om zendapparatuur en explosieven het land in te smokkelen. Dit was geen succes. Elferink moest daarvoor samenwerken met de bokser Robey Leibbrandt, maar die trok zijn eigen plan. De Duitsers verloren uiteindelijk hun interesse in Zuid-Afrika: ze hadden andere zaken aan hun hoofd. In Zuid-Afrika was Elferink de belangrijkste Duitse spion, maar de operatie als geheel is mislukt.’
Jullie hebben ervoor gekozen om Elferinks verhaal aan te vullen met fictieve scènes. Waarom?
Keur: ‘Ik had niet zoveel zin om deze biografie op de geijkte manier te schrijven. Daarom stelde ik voor om de feiten aan te vullen met losse scènes, waardoor je de kans krijgt om in Elferinks hoofd te kruipen. Elferink is een totaal onbekende man. Ik stelde mijzelf daarom de vraag waarom een lezer zich in zijn leven zou verdiepen. Dat was des te meer reden om het boek aantrekkelijker te maken met bedachte scènes -die overigens een eigen historische verantwoording hebben.
Arnold stelde als voorwaarde dat er een strikt onderscheid gemaakt werd tussen het wetenschappelijke feitenrelaas en het fictieve gedeelte. Daarom schrijven we in het voorwoord: wie geen zin heeft in fictie slaat de fictieve scènes gewoon over. Zo kun je het boek ook lezen.’
Elferink vergeleek zichzelf met de Griekse held Odysseus en andere mythische figuren. Daar blijkt toch niet echt een minderwaardigheidsgevoel uit?
Keur: ‘Hij schreef inderdaad stukjes waarin Odysseus een terugkerend figuur was. Ook vergeleek hij zichzelf op de begrafenis van zijn zoon met Job, omdat die ook door God beproefd werd.’
Carmiggelt: ‘Elferink gebruikt deze verhalen als metafoor voor zijn eigen beproevingen. Hij heeft vijfenhalf jaar gevangen gezeten, terwijl hij zelf oprecht meende dat hij niets verkeerds had gedaan. Hij zou alleen voor de Nederlandse belangen zijn opgekomen. Door terug te grijpen naar deze verhalen rechtvaardigde hij zijn handelen.’
Hoe een classicus nazispion werd. De omzwervingen van Elferink
Arnold Carmiggelt en Marieke Keur
352 p. Walburg Pers, € 29,99

Afbeelding verkregen via Arnold Carmiggelt.
