Annes vader Otto Frank ontving in 1957 een anoniem briefje waarop stond dat de onderduikers in het Achterhuis waren verraden door de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Op basis van dit briefje herhaalde een Nederlands-Amerikaans ‘Cold Case Team’ in 2022 deze beschuldiging, die echter door historici als ongeloofwaardig en lasterlijk werd verworpen. Wie het briefje had geschreven, bleef onopgehelderd. Maar onderzoeker Natasha Gerson heeft sterke aanwijzingen gevonden dat het Anton Schepers was, een NSB’er die probeerde Van den Berghs notarispraktijk in te pikken.
Hoe Gerson tot dit vermoeden komt, beschrijft zij in Historisch Nieuwsblad. De sterkste aanwijzing dat Schepers de valse tip gaf, is een merkwaardige overeenkomst in taalgebruik tussen het briefje aan Otto Frank en naoorlogse correspondentie van Schepers. In beide wordt de naam van de Duitse Zentralstelle für Jüdische Auswanderung afgekort als ‘J.A.’, wat zeer ongebruikelijk was.
Tijdens de oorlog probeerde de jurist Schepers de notarispraktijk van Arnold van den Bergh in te pikken. Hij zorgde ervoor dat de secretaris-generaal van Justitie, een partijgenoot uit de NSB, hem in 1943 diens protocol toewees. Dat kostte weinig moeite, want Van den Bergh mocht als Jood zijn beroep niet langer uitoefenen. Maar om zijn praktijk en zichzelf te redden, maakte de notaris bij de Duitse instanties succesvol bezwaar tegen zijn Joodse status. Dat nam Schepers niet. Hij schreef naar al zijn Duitse contacten, en naar rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zelf, brieven om aan te tonen dat Van den Bergh wel degelijk een Jood was. Daardoor moest Van den Bergh onderduiken.
Na de oorlog werd Schepers voor een tribunaal gedaagd wegens het ‘uitleveren aan de vijand’ van Van den Bergh. De politie onderzocht ook Schepers’ mogelijke betrokkenheid bij verschillende gevallen van verraad. Volgens Schepers zelf had hij juist Joden geholpen. Sommige van de beweringen die hij in de verhoren deed, waren aantoonbare leugens.
Bovendien constateerde de gerechtspsychiater dat Schepers een neiging had tot omkering: in situaties die hij niet aankon, deed hij het omgekeerde van wat hij later beweerde of beschuldigde hij anderen van wat hijzelf deed. Al voor de oorlog had een zenuwarts bij Schepers paranoïde neigingen en aan psychopathie grenzende grootheidswaan gediagnosticeerd.
