Het is het sterfhuis van de ambitie. De opgeheven halte waar de laatste bus maanden geleden is vertrokken; een klas vol langzame leerlingen die hun examen gegarandeerd gaan verprutsen. En toch ga ik er graag heen, om me te laten verblinden door de prijskaartjes die in neonkleuren schreeuwen dat ik voor 4,99 euro in het bezit kan komen van een meesterwerkje.
De ramsjafdeling. Mijn persoonlijke favoriet is die van boekhandel Scheltema in het centrum van Amsterdam. Een hele verdieping vol boeken waarvan de flapteksten schmieren dat ze ‘meeslepend’ of ‘onmisbaar’ zijn, maar waarover het lezend publiek de meest vernederende uitspraak heeft gedaan: desinteresse. Boeken ooit gelanceerd met aplomb en een juichend persbericht, maar geretourneerd door de bittere werkelijkheid.
Het is een nuttige plek voor een schrijver. Welke boeken komen hier terecht, wat hebben ze gemeen? Hier fluistert het uitgeefvak zijn grootste geheimen. Ik zag bij Scheltema laatst het vrijwel complete oeuvre van Arnon Grunberg liggen, slachtoffer van te grote oplages en een te optimistische marketingafdeling. Boeken over muzikanten komen hier ook vaak terecht, muziek willen we graag horen, niet lezen. Ze liggen naast de visionaire vergezichten die politici soms vlak voor verkiezingen afscheiden, niet zelden geholpen door een geduldige ghostwriter.
Maar wat vooral opvalt is het grote aantal boeken over de Tweede Wereldoorlog. Dat ze hier terechtkomen is niet zo gek. De generatie die het allemaal bewust heeft meegemaakt is vrijwel verdwenen, de tweedehands ervaringen van hun kinderen en kleinkinderen kunnen niet overtuigen. Tegelijk zijn de gruwelen ook weer niet zo lang geleden dat we er met historische distantie naar kunnen kijken, het trauma zeurt nog na. Dus laten we de boeken links liggen.
Uitgevers doen pogingen om het tij te keren, oorlogsboeken waren ooit het beleg op de boterham. Omdat we de grote lijnen inmiddels kunnen dromen – we hebben de musicals gezien, we kennen de verhalen – gaan nieuwe boeken over steeds obscuurdere deelonderwerpen. De wederwaardigheden van een bovenmeester tijdens de bezetting; ritmische gymnastiek onder de nazi’s; boekhouden tijdens bombardementen. Stuk voor stuk zorgvuldig uitgeplozen werken, maar de vraag dringt zich op wat het allemaal toevoegt aan wat we al weten.
Weinig, waarschijnlijk. In minder jaren dan de oorlog duurde, zullen ook deze werken degraderen naar de goedkoopste verdieping, afgeprijsd tot de kosten van papier. Bewijs dat de markt eerlijker is dan menig recensent en zelfs zekerheden een uiterste houdbaarheidsdatum hebben. Maar daar, waar letters heengaan om te sterven, kun je natuurlijk ook schatgraven. Geregeld loop ik weg uit de ramsj met een boek onder de arm. Hier waar de boekhandel zijn wrede fouten begraaft, vind je soms een skelet dat nog kan zingen. Heel af en toe zelfs over de Tweede Wereldoorlog.
