De curlingwereld is in de ban van een schandaal: een Canadese Olympiër zou de curlingsteen met zijn vinger een extra zetje hebben gegeven. De weinig beoefende, maar eeuwenoude sport krijgt zijn herkomstverhaal maar moeilijk in de boeken.
Iedere keer dat hij het hoort doet het een beetje pijn. En eens in de vier jaar, als de sport dankzij de Winterspelen even in het nieuws is, komt de bewering regelmatig voorbij, als onbetwist weetje. Curling zou zijn naam te danken hebben aan de ‘kromming’ of ‘curl’ (Engels voor krul) die de bijna twintig kilo wegende granieten stenen maken op weg naar het ‘huis’, zoals dat in curling heet.
Maar dat is niet waar, weet Bart Canton. Aan die krul heeft de sport zijn naam niet te danken. Canton is historicus en tevens voorzitter van de Curling Club PWA Zoetermeer. Hij schreef het boek Curling Nederland, een geschiedenis. Twee jaar geleden werd het gepresenteerd in het Golden Tulip Hotel in Zoetermeer, ter ere van het vijftig jarig bestaan van de Nederlandse Curling Bond (NCB). De inhoud ervan heeft zijn weg naar een collectief bewustzijn nog niet gevonden.
Geheel onbegrijpelijk is dat niet. Nederland kent slechts 150 bij de bond aangesloten spelers en ons land kwalificeerde zich nog nooit voor de Olympische Winterspelen. Het uiterst leesbare boek is in eigen beheer uitgegeven en alleen via de curlingbaan in Zoetermeer te verkrijgen.
En dus blijven journalisten, deze incluis, voortdurend de bewering herhalen dat de naam van de sport van die kromming afstamt. Vraag het ChatGPT en je krijgt hetzelfde verhaal. En hoewel de sport groot is in Schotland en Canada, waar miljoenen mensen de sport op tv kijken en meer dan honderdduizend spelers zijn aangesloten bij de bond, meldt zelfs de Engelstalige wikipedia: ‘the verbal noun curling is formed from the Scots (and English) verb curl, wich describes the motion of the stone.’
Curlingstenen gingen gewoon rechtdoor
‘Maar het zit dus echt anders.’ Canton legt het uit. De oudste geschreven bron waarin het woord ‘curling’ voorkomt stamt uit 1620. Uit die tekst blijkt dat het woord al was ingeburgerd, het behoefde verder geen uitleg. Het ijs was langzaam en het werpmateriaal lomp, stenen nooit egaal van vorm. Canton: ‘Daarom nam de snelheid na een worp snel af. De hedendaagse stenen maken in de laatste meters een kromming. Destijds kwamen de stenen tot stilstand voordat ze kans kregen af te buigen. De steen ging gewoon rechtdoor.’
En toch heette de sport curling, toen al. Bovendien, vertelt Canton, verschijnen pas in de negentiende eeuw de eerste Schotse tekstbronnen die het afbuigen van de steen vermelden of ernaar verwijzen. ‘Dat komt waarschijnlijk omdat de stenen beter werden, egaler van vorm.’
Canton onderstreept dat het hier niet een ontdekking van hem betreft. Onder historici met interesse voor de sport is al lang bekend dat Wikipedia ernaast zit, net als al die journalisten die commentaar geven tijdens de Olympische Winterspelen. Canton: ‘Nationalistische geschiedschrijvers in Schotland die in de negentiende eeuw zochten naar een Schotse oorsprong van de sport zagen toen al dat de naam niet afstamt van de kromming van de stenen.’

En ze schreven dat op. Al in 1811 meldde de Schotse dominee John Ramsay dat de sport lang ‘kuting’ werd genoemd en dat dit soms als ‘coiting’ werd uitgesproken. Dat leidt hem tot de conclusie dat het woord afstamt van het woord ‘coits’. Ofwel: ringwerpen.
De ijsmiksport kwam wellicht via een groep gevluchte Vlamingen naar Schotland. Net als het Schotse golfen. Vandaar dat historici die de oorsprong van de sport in continentaal Europa legden ook de herkomst van het woord ergens anders zochten. Canton: ‘Volgens hen komt het woord curling van het oud-Duitse “Kurtzweil”, tijdverdrijf.’
Curling op zestiende-eeuwse schilderijen
In deze Olympische dagen komen ook de eerste olieverfschilderijen weer ter sprake waarop een voorloper van curling is te zien. Het gaat om Pieter Bruegels Winterlandschap met vogelval en Jagers in de sneeuw, beide uit 1565. Het zouden de eerste verbeeldingen van de sport zijn. Maar Canton heeft in de collectie van het Rijksmuseum een gravure gevonden die tien jaar ouder is. De prent is van Dirck Volkertszoon Coornhert, gemaakt naar een afbeelding van de bekendere Maarten van Heemskerck uit Haarlem. Titel: De deugdzame huisvrouw.

Op het hier afgebeelde detail uit die prent is te zien, aanzienlijk beter dan bij Bruegel, dat het spel wordt gespeeld met houten schijven. Een rechtopstaande stok dient als handvat. De houding van de werper heeft, ook weer anders dan bij Bruegel, opvallende overeenkomsten met die van de werper in het huidige curling. Hij lijkt de schijf daadwerkelijk over het ijs te gaan schuiven. Uit een recent filmpje van de NOS blijkt dat het Rijksmuseum zelf niet op de hoogte lijkt te zijn van deze bijzonder vroege verbeelding van een voorloper van de sport.
Bijna vijfenzeventig jaar na de vervaarding van deze gravure, maakt ene Robert de Baudous er overigens een waarop spelers zelfs al een bezem hanteren. Hoe ze dat precies doen, blijft onduidelijk, maar dat strobezems bij het spel horen is zonneklaar. Canton: ‘Zie je die man aan het einde van de baan? Met bezem. Ik kan het niet bewijzen, maar ik vind het leuk om te denken dat het hier om de eerste verbeelding van een skip gaat, een aanvoerder die zegt welke worp er moet worden gespeeld.’ Bekend is dat bij andere werpsporten uit die tijd zo’n rol bestond. De man, met linkerarm de lucht in, lijkt inderdaad een commando te geven. In zijn rechterhand houdt hij een bezem vast.

