Na Utrecht reisde ik alleen verder. Opeens voelde ik dat de trein heel hard remde. O god, dacht ik, en van schrik deed ik mijn ogen dicht. Toen ik ze weer opendeed, lagen er mensen op mij en lag ik op mensen. Ik zag losse ledematen, een los hoofd, een vrouw met de borst helemaal open. Ik realiseerde me niet dat al die mensen dood waren. Ik dacht alleen: ik moet hieruit.
Op handen en voeten kroop ik naar buiten. Op de spoordijk was het doodstil. Dat vond ik het ergste van het hele ongeluk: die stilte. Zo onheilspellend. Het duurde twee, drie minuten, en daarna kwam het gekrijs en gegil los; ook de mannen loeiden als stieren.'Dat vond ik het ergste van het hele ongeluk: die stilte. Zo onheilspellend'
Ik weet nog dat ik de kabels van de trein op de grond zag liggen en dat ik dacht: overheen stappen, niet erop stappen. Ik was heel helder. In mijn hoofd herhaalde ik telkens: straks eerst mijn vrouw bellen. Want ik had in dienst geleerd dat je een shock kon voorkomen door constant ergens aan te denken.
Rode Kruis
Na een kwartier of zo kwam het Rode Kruis met koffie, en nog wat later kwamen ambulances over de spoordijk aangehobbeld. Verrekte vlot voor mijn gevoel. Ik werd als een van de eersten op een brancard gelegd.Toen ik in het Diaconessenhuis in Utrecht bijkwam uit de narcose, stond Joan aan mijn bed. Dat was heerlijk; toen dacht ik: nu komt alles goed. Mijn enkel- en kniegewrichten waren uitgerekt - waarschijnlijk had ik vastgezeten onder een bank -, mijn ribben waren gekneusd, mijn wang lag helemaal open en mijn rechteroor was weg.
Ik heb een week in het ziekenhuis gelegen. Met niemand over het ongeluk gepraat. Psychologische begeleiding had je niet; het systeem was: relativeren, erom lachen en doorgaan. Pas thuis drong alles tot me door. De eerste nacht hebben we samen aan één stuk door gebruld.'Psychologische begeleiding had je niet; het systeem was: relativeren, erom lachen en doorgaan'
De weken daarna waren we een soort nationaal bezit. Mensen waren toen schaamtelozer dan nu; iedereen wilde die man met dat ene oor zien. We werden gek van alle aandacht. Maar het kwam niet in ons op om te zeggen: "Nu even niet." Toen belde de vrouw van onze huisarts mijn vrouw op. Ze vroeg: "Hoe is het met u?" Mijn vrouw reageerde verbaasd: "Ík heb toch geen ongeluk gehad?" "Nee," zei die vrouw, "maar hoe is het nou met ú?" Dat was ons traumateam.
Uitkering
Na een maand kwam er een groepje controlerend geneesheren langs, die moesten beoordelen of ik nog in aanmerking kwam voor een uitkering. Ze begonnen meteen formulieren in te vullen: punt A, punt B. Punt D was: "Heeft u nog naar uw oor gezocht?" Want ik was het dan weliswaar kwijt, maar ik moest wel verantwoorden waar het was gebleven. Zo'n tijd was het: zo ambtelijk, zo zakelijk. Tact werd totaal niet belangrijk gevonden.Ik heb een tijdje een kunstoor gehad, dat vastzat aan een bril. Maar mijn vrouw zei: "Ik vind het zonder oor veel mooier."
We hebben het ongeluk helemaal met z'n tweeën verwerkt. Van de Spoorwegen kregen we 4500 gulden smartengeld. Daar hebben we onze eerste Volkswagen Kever voor gekocht, en een radio. Die doet het nog steeds."
In 'Mijn verhaal' vertelden lezers over een historische gebeurtenis waarbij zij betrokken waren.
