Vanaf de Middeleeuwen deelden vorsten onderscheidingen uit. Eerst alleen aan de adel, later ook aan het gewone volk.
De oudste ridderordes ontstonden tijdens de kruistochten, vaak tot ongenoegen van de vorsten. De Tempeliers, de Hospitaalridders en de Duitse Orde combineerden een religieuze levenswijze met militaire taken: ze beschermden pelgrims en verdedigden hen in het Heilige Land. Ze waren niet ondergeschikt aan wereldlijke heersers, maar gehoorzaamden alleen aan de paus. Ze hadden eigen landgoederen, kastelen en enorme rijkdommen. Vooral de Tempeliers vormden een staat binnen de staat. Hun bijzondere positie maakte hen machtig en dat was problematisch. Begin veertiende eeuw werd de orde daarom vervolgd en ontbonden.


Vanaf de late Middeleeuwen pakten vorsten het anders aan: ze richtten eigen ridderordes op. Bijvoorbeeld de Engelse Orde van de Kousenband, opgericht in 1348 en daarmee de oudste nog bestaande wereldlijke ridderorde, en de Bourgondische Orde van het Gulden Vlies. Dergelijke ordes waren niet meer onafhankelijk, maar juist instrumenten van de koning. Hij verleende edellieden het lidmaatschap ervan als beloning voor hun loyaliteit. Ordes werden zo een middel om de adel aan de vorst te binden. Toetreding gaf prestige, toegang tot het hof en een plaats in een exclusief netwerk.


Tot de negentiende eeuw konden alleen edellieden lid worden van een orde, maar daarna veranderde dat. Onder invloed van de verlichtingsidealen kwam persoonlijke verdienste centraal te staan. De oprichting van het Franse Légion d’Honneur door Napoleon Bonaparte in 1802 markeerde een keerpunt: de orde was expliciet bedoeld voor zowel militairen als burgers, ongeacht hun afkomst. Napoleon was zich bewust van de psychologische waarde van dergelijke eerbewijzen voor zijn soldaten.

Lintjesregen
Elk jaar krijgen duizenden Nederlanders op de laatste werkdag voor Koningsdag een koninklijke onderscheiding. Dit moment staat bekend als de lintjesregen. De meeste lintjes zijn van de Orde van Oranje-Nassau. In tegenstelling tot de vroegere ridderordes voor de adel zijn de moderne onderscheidingen bedoeld om maatschappelijke inzet van burgers te waarderen, van wetenschappelijke prestaties tot jarenlang vrijwilligerswerk. De connectie met het koningshuis is gebleven, de koning is de Grootmeester van de ordes.

Dit principe sloeg aan in heel Europa. In Pruisen ontstond de Ordre Pour le Mérite, aanvankelijk alleen voor militaire verdiensten, maar die werd later uitgebreid met een klasse voor wetenschappen en kunsten. Onder anderen componist Richard Wagner en natuurkundige Max Planck droegen de onderscheiding.

In Nederland werd in 1815 de Orde van de Nederlandse Leeuw ingesteld voor mensen die zich uitzonderlijk verdienstelijk hadden gemaakt. Daarmee werd ook hier het lidmaatschap van een orde breder toegankelijk. De eerste decennia ging de Nederlandse Leeuw voornamelijk naar hooggeplaatste ambtenaren en militairen, maar geleidelijk werden ook industriëlen, wetenschappers en kunstenaars onderscheiden.

Militaire Willems-Orde
Naast de Orde van Oranje-Nassau en de Orde van de Nederlandse Leeuw kent Nederland de Militaire Willems-Orde, die alleen wordt verleend voor ‘buitengewone daden van moed, beleid en trouw’ in militaire context. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de MWO zelden uitgereikt, de laatste drie keer aan militairen die actief waren in de oorlog in Afghanistan. Met slechts zo’n 7500 dragers in ruim twee eeuwen behoudt deze orde het exclusieve karakter dat middeleeuwse ridderordes ook hadden, maar dan op basis van bewezen moed in plaats van adellijke afkomst.

