Amerikaanse soldaten patrouilleren anno 2025 in Los Angeles en Washington DC. President Trump dreigt ook andere steden met hun komst te verblijden. Het wachten is op een ongelukkige confrontatie tussen burgers en de ongewenste troepen, waarna er geschoten gaat worden. Zo ging het immers ook in 1770 in Boston, in aanloop naar de Amerikaanse Revolutie.
Amerika heeft het eerder gezien: troepen op straat, incidenten, provocaties, ongelukken. Sterker, het was in de jaren voor 1776 een van de redenen dat de roep om onafhankelijkheid, om verlossing van de tiran die troepen stuurde, in een stroomversnelling kwam. Drie jaar voordat in 1773 de Boston Tea Party de lont in het kruitvat stak, vond de Boston Massacre plaats. Dat was precies zo’n escalerende confrontatie waar ongewenst en onbedoeld, maar bijna onvermijdelijk doden bij vielen.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Na rellen en aanvallen op douanebeambten die een smokkelschip in beslag hadden genomen, stuurden de Engelsen in 1769 twee regimenten van Quebec naar Boston. Voor het eerst werden Engelse troepen ingezet om het gezag in de kolonies te handhaven, niet tegen externe bedreigingen, maar tegen de eigen staatsburgers. De inwoners van Boston, berucht als ‘de moeilijkste’ van de koloniale steden, moesten verplicht onderdak en voedsel verschaffen aan de soldaten. In een stad van 15.000 inwoners waren nu ineens zo’n 4000 redcoats gelegerd. Benjamin Franklin had het over ‘het installeren van een smederij met open vuur in een kruithuis’. Veel Amerikanen waren tegen een permanent leger: ‘No standing army!’ was een veelgehoorde kreet.
Dagelijkse provocatie
De komst van de Engelse troepen leidde alleen maar tot meer woede en incidenten. Zo hadden soldaten, zo ging het verhaal, een aantal ‘Negro servants’ opgestookt tegen hun eigenaren, met de belofte dat de Engelsen in Boston waren om hun de vrijheid te geven. De blanke elite reageerde onthutst, altijd bang dat slaven ooit de wapens zouden oppakken (het idee dat er in het Noorden geen slavernij bestond, is een mythe, al ging het vooral om huisslaven). Ironisch genoeg beweerden de slavenhouders dat ze zelf slaaf zouden worden van de Engelsen.
In januari 1769 waren Engelse officieren slaags geraakt met buurtwachten, nadat een van de officieren een burger wreed in elkaar had geslagen. De onrust liep verder op omdat ook burgers met elkaar overhoop lagen. Tegenstanders van de Britse koloniale macht en supporters ervan, zogenoemde loyalisten, namen elkaar de maat. Sommige handelaren en sommige klanten hielden zich niet aan de boycot tegen Engelse goederen die actievoerders hadden uitgeroepen na de invoerheffingen die de Engelse regering had afgekondigd.
De aanwezigheid van de soldaten was een dagelijkse provocatie. Ze werden slecht betaald en deden er vaak los werk bij om hun inkomen aan te vullen. Op 2 maart 1770 liep private Patrick Walker een touwslagerij binnen. ‘Wil je werk, soldaat?’ vroeg een van de touwslagers, William Green. ‘Jazeker, graag zelfs,’ zei Walker. ‘Goed,’ zei Green, ‘dan kun je ons schijthuis schoonmaken.’ – ‘Doe het zelf,’ reageerde Walker. Na nog een paar uitwisselingen van onaangenaamheden sloeg Walker, schreeuwend dat hij wraak zou nemen, wild naar de touwslagers. Toen een van hen, Nicholas Ferriter, hem omver kegelde, viel de sabel van de soldaat uit zijn jas. Ferrier nam hem de sabel af, terwijl Walker vernederd en ontwapend wegvluchtte. Niet veel later kwam hij terug met acht andere soldaten. Ook zij werden door de touwslagers weggejaagd, maar het bleef onrustig in de stad.
Toen iemand ‘vuur!’ riep, schoten de angstige soldaten
Zo begon de opeenvolging van gebeurtenissen die later de Boston Massacre is genoemd. Op 5 maart 1770, drie dagen na de schermutseling bij de touwslagerij, vielen jongeren een soldaat lastig die op wacht stond bij het Custom House op King Street (ook toen werd het argument gebruikt dat de soldaten overheidsgebouwen moesten beschermen). Het zou kunnen dat er sprake was van een gecoördineerde actie, want ook elders in de stad was het onrustig. De jongeren omringden private Hugh White, die luidkeels om versterking riep. Kapitein Thomas Preston kwam hem te hulp met een groepje soldaten, dat binnen de kortste keren werd omsingeld door de actievoerders. Ze bestookten de roodjassen met sneeuwballen, soms voorzien van een steen. De commandant vroeg om hulp, maar die liet op zich wachten.
In de ontstane opwinding daagde de menigte de soldaten uit om te schieten. Toen iemand ‘vuur!’ riep, schoten de angstige soldaten. Drie stedelingen waren op slag dood, twee anderen stierven later. Negen soldaten, onder wie captain Preston, werden gearresteerd en opgesloten. Enkele dagen daarna publiceerden radicalen in Boston een pamflet: A Short Narrative of the Horrid Massacre in Boston.

Bedreiging voor de vrijheid
Zoals zoveel verhalen uit deze tijd kregen de ‘gruwelen’ van de Boston Massacre en de reacties erop mythische proporties. Hier was het bewijs dat de Engelsen nergens voor terugdeinsden, dat ze schoten alsof ze een bezettende macht waren. Het onderstreepte nog eens het Amerikaanse verzet tegen een staand leger als bedreiging voor de vrijheid, een bezwaar dat in de jaren nadien, tot en met de grondwetgevende vergadering in 1787, uitgebreid werd bediscussieerd en nog lang nazong in het land. Pas na de Tweede Wereldoorlog had Amerika een permanent leger van enige omvang.
De ietwat onwaarschijnlijke held van het verhaal werd John Adams, die in november 1770 bereid was om op te treden als advocaat van kapitein Preston. Door de verdediging van de militairen op zich te nemen, wilde Adams laten zien dat de kolonies een normaal rechtssysteem hadden en dat ze prima voor zichzelf konden zorgen, op een eerlijke en rechtvaardige manier. Dat hij zo zichzelf in de schijnwerpers kon zetten, was mooi meegenomen. Adams had succes: Preston werd niet schuldig bevonden, hij had geen opdracht tot schieten gegeven. Zes andere soldaten kregen hetzelfde te horen en twee minder gelukkigen kwamen er vanaf met een brandmerk op hun duimen.
De onrust ebde weg en de boycot verliep, maar de Engelsen hadden wel geleerd dat ze de soldaten niet steeds in de stad moesten laten rondlopen. Ze werden nu gelegerd in afgelegen barakken. De les was een historische: zet militairen binnenlands in en je krijgt de onrust die je zegt de kop in te willen drukken. Niet altijd geleerd, die les. Anno 2025 kunnen we opnieuw wachten op een ongeluk. Waarna, zo vrezen velen, Trump het leger overal en permanent kan inzetten.
