Home Vijf regio’s die hun bedrijvigheid zagen verdwijnen

Vijf regio’s die hun bedrijvigheid zagen verdwijnen

Gemeenten in Zuid-Limburg vragen compensatie van bedrijven die in de jaren zeventig hun mijnen in de regio hebben gesloten. Daardoor verloren duizenden mensen hun baan en kreeg de economie zware klappen. De Zuid-Limburgse mijnindustrie is niet de enige regionale bedrijfstak in Nederland die de afgelopen eeuw verdween.

De wolbereiding door Isaac Claesz. van Swanenburg
De wolbereiding door Isaac Claesz. van Swanenburg hang in het het Leidse Museum De Lakenhal. Schilderij uit 1595.

Maarten Lely

Historicus

Gepubliceerd op: 12 augustus 2025

Update 22 mei 2026

Leiden was tot de jaren zestig een textielstad

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je ook toegang tot HN Actueel? Hiermee lees je dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvang je exclusieve nieuwsbrieven. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Leiden was de eerste plaats in Europa waar laken – textiel gemaakt van wol – werd geproduceerd volgens een systeem van arbeidsdeling: het weven, vollen en verven werd gedaan door gespecialiseerde ambachtslieden. De Zuid-Hollandse stad was zo succesvol, dat zij in de vroege vijftiende eeuw bij het handelsnetwerk van de Hanze bedong dat alleen gekeurd Leids laken mocht worden verkocht.

In de zestiende eeuw verloor Leiden haar prominente positie aan nieuwe concurrenten als Florence en Engelse steden, die de Leidse productieprocessen en organisatie kopieerden, en op een veel grotere schaal konden toepassen. Leiden bleef desondanks een lakenstad. Tijdens de zeventiende eeuw was er zelfs sprake van een heropleving, toen textielhandelaren uit de Zuidelijke Nederlanden naar het noorden werden gedreven door de Spaanse Inquisitie. Deze vluchtelingen namen hun expertise en handelscontacten mee, wat een nieuwe impuls gaf aan het Leidse lakenwezen.

De wolbereiding door Isaac Claesz. van Swanenburg
De wolbereiding door Isaac Claesz. van Swanenburg hang in het het Leidse Museum De Lakenhal. Schilderij uit 1595.

In 1795 werd de Leidsche Textielfabrieken Gebroeders Van Wijk & Co NV opgericht, die lang een grote speler bleef op de internationale markt. Vanwege teruglopende inkomsten zag het bedrijf zich twee eeuwen later gedwongen te fuseren met zijn lokale concurrent. In 1963 werd deze laatste stuiptrekking van de historische lakenindustrie geliquideerd, wat het einde betekende van de textielhandel in het Hollandse Rijnland.

Vaarwel, Zaanse schepen en koekjes

Ondersteund door de vele molens in de regio, specialiseerde de Zaanstreek zich in allerlei vormen van houtbewerking. Het kroonjuweel van die houtindustrie waren de scheepswerven, die zo gerenommeerd waren dat zelfs de Russische tsaar Peter de Grote ze bezocht. Peter was dermate onder de indruk dat hij kortstondig in Zaandam woonde om de kunst van het schepenbouwen af te kijken van de Zaanstrekers.

Zaanse scheepswerf
Scheepswerf bij Zaandam.

Tijdens de Industriële Revolutie werden de molens verdrongen en verdween de houtindustrie. Grote fabrieken, pakhuizen en pellerijen namen hun plaats in langs de Zaan. De streek ging eindproducten fabriceren en verpakken. In de twintigste eeuw maakte Honig hier elleboogjesmacaroni en verwerkte Verkade er cacao tot chocoladeletters en bonbons. De Zaanstreek veranderde in de ‘voorraadkast van Nederland’. Maar op den duur werd duidelijk dat de Zaanse industrie niet kon concurreren met grote multinationals, waardoor die in de jaren zeventig en tachtig verdween. Een bekend bedrijf herinnert nog aan de Zaanstreek als ‘onze voorraadkast’: het Zaandamse Albert Heijn is nog altijd de grootste supermarktketen van het land.

Turf was de steenkool van het noorden

Turf is gedroogd veen dat erg goed brandt. Het was de belangrijkste brandstof van de Lage Landen, voordat de eigenschappen van steenkool werden ontdekt. In de zestiende eeuw werd turf gewonnen in veenkoloniën. In deze provisorische plaatsjes werkten vrijwel alle inwoners in de turfgraverij. In de eeuwen die volgden verspreidden dit soort koloniën zich over het noorden en oosten van het land. Plaatsnamen als Heerenveen en Hoogeveen zijn erfenissen van dat verleden.

Het afgraven van turf ging in het Drentse deel van het hoogveengebied door tot ongeveer 1980. Toen werden ten oosten van Emmen de laatste commerciële afgravingen gesloten. Turf was in de jaren tachtig als brandstof al enige tijd verdrongen door fossiele energiebronnen als olie en gas, waardoor de lokale economie op zoek moest naar een ander speerpunt.

Groningers maakten ooit papier van stro

Turf werd veel gebruikt in een andere verdwenen industrie in het noordoosten: de strokartonfabrieken in Groningen en Drenthe. Daar maakte men van gedroogd gras karton. De meeste fabrieken werden opgericht aan het eind van de negentiende eeuw, maar nieuwe technieken veranderden de processen binnen de papierproductie al snel en zetten de Groningers op achterstand. Ook zorgde de ontwikkeling van de maaidorser, een agrarische machine die het maaien van gras versnelt, voor een lagere kwaliteit stro. Dit leidde ertoe dat er minder gedroogd gras werd aangeleverd dat geschikt was voor het maken van papier.

Glas in loodraam van Strokartonfabriek
Glas-in-loodraam in Villa Vredenrust (1905) in Groningen, met een afbeelding van de strokartonfabriek Hooites-Beukema. Foto via Wiki Commons/Ronn.

Sommige fabrieken konden of wilden de overstap naar nieuwe productiewijzen niet maken en sloten de deuren. De papierindustrie is nooit helemaal verdwenen in de regio, maar is wel veel kleinschaliger. Papierconcerns als Bührmann-Tetterode (BT), KNP en Kappa hebben nog altijd fabrieken in het noorden staan. De meeste strokartonfabrieken zijn nu rijksmonumenten.

De Afsluitdijk was de doodsteek voor Zuiderzeevissers

Eind negentiende eeuw bereikte de visserij op de Zuiderzee haar hoogtepunt. Ruim 1600 vissersboten uit dorpen als Urk, Volendam en Spakenburg verdienden toen de kost op de kleine binnenzee. Tussen 1902 en 1912 liepen de vangsten enorm terug, vermoedelijk door overbevissing. Met de aanleg van het Noordzeekanaal in 1876 verplaatsten veel vissers zich naar de Noordzee, maar ze konden moeilijk concurreren met de moderne gemotoriseerde vissersvloten die daar actief waren.

Veel Zuiderzeevissers waren terughoudend met het vernieuwen van hun schepen, vanwege de vergevorderde plannen voor de Afsluitdijk. Toen deze in 1933 klaar was, lieten de meeste vissers zich uitkopen. Nu vissen er nu nog maar 75 op het IJsselmeer.

Nieuwste berichten

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Artikel

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad

De Russen gaan van 18 tot en met 20 september naar de stembus om de 450 leden van het parlement – de Staatsdoema – te kiezen. Dat deze verkiezingen geen ‘feest van de democratie’ zijn, past in de politieke geschiedenis van Rusland. Een echte parlementaire cultuur kon daar nooit opbloeien 4 oktober 1993. Tanks die...

Lees meer
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Artikel

Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten

Zogenaamd om stemfraude bij de komende congresverkiezingen in Amerika te voorkomen, pleit Donald Trump voor landelijke regels die voor alle staten moeten gelden. Hij is er wat laat mee, want de echte wanpraktijken bij Amerikaanse verkiezingen dateren vooral van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit artikel krijg je van...

Lees meer
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Artikel

Iraanse sporters dagen de macht uit

In Iran vormen sport, protest en politiek al eeuwenlang een nauw verweven, maar ook conflictueuze drie-eenheid. Nu zijn het vaak vrouwelijke voetballers die van zich laten horen. Ooit waren het worstelaars, vertelt politicoloog Caroline Azad. Gholamreza Takhti is een legende in Iran. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd deze worstelaar – ‘met...

Lees meer
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Artikel

Artsen zonder Grenzen: onafhankelijk, maar nooit apolitiek

Een groep artsen die vond dat het Rode Kruis niet genoeg deed tegen mensenrechtenschendingen in Biafra, stichtte in 1971 de medische hulporganisatie Artsen zonder Grenzen. De initiatiefnemers wilden volledig apolitiek opereren, maar dat bleek in de praktijk vrijwel onmogelijk. Médecins Sans Frontières (MSF), de moederorganisatie van Artsen zonder Grenzen, is een medische internationale hulporganisatie. Momenteel biedt MSF hulp in Nepal na een dodelijke overstroming en is de organisatie werkzaam in Oekraïne en Gaza, waar ze...

Lees meer
Loginmenu afsluiten