Home Dossiers Wederopbouw De mislukte politieke vernieuwing van Nederland na de Tweede Wereldoorlog

De mislukte politieke vernieuwing van Nederland na de Tweede Wereldoorlog

De mislukte politieke vernieuwing van Nederland na de Tweede Wereldoorlog

Bas Kromhout

Hoofdredacteur

Gepubliceerd op: 18 mei 2005

Update 7 april 2020

Cover van
Dossier Wederopbouw Bekijk dossier

Koningin Wilhelmina, het verzet, politici en de gijzelaars in Sint-Michielsgestel maakten al tijdens de Tweede Wereldoorlog revolutionaire plannen om het land na de bevrijding grondig te hervormen. Maar van vernieuwingen kwam weinig terecht.

Voor koningin Wilhelmina stond het kort na de Duitse inval al vast: zou Nederland ooit weer de vrijheid mogen smaken, dan moest het afgelopen zijn met de vooroorlogse wirwar van politieke partijen. Die had immers geleid tot verdeeldheid, stroperige besluitvorming en bloedeloze compromissen. 'Een open oog voor de fouten die in ons staatsbestel waren geslopen, zal gepaard moeten gaan aan het inzicht en de moed om de veranderingen aan te brengen die nodig zijn gebleken,' sprak zij op 12 september 1940 voor Radio Oranje. 'Ik zie hier een arbeidsveld in het bijzonder voor de jongeren.' 

Wilhelmina voelde zich tijdens haar ballingschap in Londen opgescheept met kleingeestige en onderling kibbelende ministers, die wel vergaderden, maar geen beslissingen namen, en die bovendien haar eigen vrijheid van handelen beknotten. De vorstin had de proclamatie al klaarliggen waarmee zij na de bevrijding de regering in eigen hand zou nemen. Zij wilde eigenhandig en 'naar welgevallen' een koninklijk kabinet samenstellen, dat zonder controle van de Staten-Generaal zou regeren. Die toestand zou minstens drie jaar moeten duren. Ondertussen moest de grondwet worden gewijzigd, zodat de macht van Oranje ook na die periode gewaarborgd bleef. Eventueel zou het parlementaire stelsel in afgezwakte vorm kunnen terugkeren, maar in geen geval mochten de 'oude partijen' terugkomen met 'nieuwe voorgevels'. 

De koningin was ervan overtuigd dat haar 'heldenvolk' in bezet Nederland er net zo over dacht. Die overtuiging werd grotendeels bevestigd door haar contacten met het verzet-met name via de zogenoemde Engelandvaarders. In de ondergrondse herkende Wilhelmina het revolutionaire elan en de hartgrondige afkeer van de vooroorlogse politiek die nodig waren om Nederland te 'vernieuwen'. Omgekeerd meenden veel verzetsmensen op grond van hun prestaties recht te hebben op een deel van de macht in het bevrijde Nederland. 

Schaken

Uitgebreide toekomstplannen werden gesmeed in het kleinseminarie Beekvliet in St.-Michielsgestel. Hier hield de Duitse bezetter enkele honderden prominente Nederlanders als gijzelaars gevangen. In juli en oktober 1941 was de eerste lichting opgepakt, ter vergelding voor de internering van Duitsers in Nederlands-Indië. In mei en juli 1942 volgde een tweede groep als antwoord op aanslagen van het verzet. De 'Indische' gijzelaars werden eerst opgesloten in concentratiekamp Buchenwald, voordat ze via Haaren bij de anderen in St.-Michielsgestel werden gevoegd.

Het verblijf daar was relatief comfortabel: de gijzelaars hadden voldoende te eten, hoefden geen arbeid te verrichten en vermaakten zich met schaken, voetballen en toneelstukjes. Dat St.-Michielsgestel toch geen vakantieoord was, werd duidelijk in augustus 1942, toen de Duitsers vijftien gijzelaars doodschoten als represaille voor aanslagen.

De aanwezigheid van zoveel politici, wetenschappers en anderszins maatschappelijk actieven maakte van het gijzelaarskamp één groot reactievat van kennis en ideeën. De gijzelaars gaven voordrachten en organiseerden discussieavonden. Mensen van verschillende politieke en religieuze achtergrond, die vanwege de verzuiling vóór de oorlog weinig contact hadden gehad, ontdekten opeens hoeveel ze gemeen hadden. In de 'geest van Gestel' groeide het optimistische verlangen om na de bevrijding af te rekenen met de oude schotjesmentaliteit. 

Dit idealisme leefde het sterkst binnen een kleine groep van relatief jonge en politiek onervaren intellectuelen, die zichzelf de Heren Zeventien noemden-een verwijzing naar de vroegere bewindvoerders van de VOC. Hun geestelijk leidsman was de predikant en sociaal-democraat Willem Banning. Volgens Banning was de opkomst van de fascistische vijand te wijten geweest aan het twintigste-eeuwse materialisme. Daarom was een christelijk reveil nodig. Het evangelie moest weer het fundament worden onder de Nederlandse maatschappij, dan kon er met succes worden gewerkt aan sociaal-economische hervormingen. Het kapitalisme en de parlementaire democratie hadden afgedaan. Het alternatief waren een geleide economie en een organische volksgemeenschap, waarin ieder de hem toegewezen taak zou vervullen. Banning noemde dit 'personalistisch socialisme'. 

Bannings ijverigste leerling heette Willem Schermerhorn. Deze vrijzinnig-hervormde hoogleraar landmeetkunde was voor de oorlog voorzitter geweest van Eenheid door Democratie, een organisatie gericht tegen het communisme en de NSB. Samen met gelijkgestemde gijzelaars schreef Schermerhorn het program voor een na de oorlog op te richten Nederlandse Volksbeweging (NVB), die de geestelijke en politieke vernieuwing zou moeten vormgeven.

Dit programma was een combinatie van 'progressieve' en 'conservatieve' standpunten. Progressief was de roep om een geleide economie, socialisatie van vitale bedrijfstakken, inspraak voor arbeiders en een gelijkwaardiger positie voor de overzeese gebiedsdelen binnen het Koninkrijk. De passages over het christelijke reveil, het belang van een krachtig centraal gezag en de plaats van de vrouw (in het gezin), deden daarentegen conservatief aan. Ook pleitten de schrijvers voor grote gezinnen, zodat de 'gezonde volkskracht' op peil zou blijven. Gezinnen met weinig kinderen waren een 'decadentiesymptoom'; zij kweekten 'eer slappe, gemakzuchtige en hypergevoelige, dan sterke, dappere en dienstvaardige karakters'. 

Nederlandse Unie

De NVB was ideologisch schatplichtig aan de Nederlandse Unie. Ook deze, in de zomer van 1940 opgerichte politieke beweging had willen afrekenen met de verzuiling. Lid worden van de Unie was in de ogen van veel Nederlanders een stem tegen de NSB-reden waarom de beweging in korte tijd tienduizenden aanhangers kreeg.

In 1942 werd de Nederlandse Unie verboden. Twee van haar leiders, L. Einthoven en J. de Quay, kwamen in St.-Michielsgestel terecht en hoorden bij de ondertekenaars van het vernieuwingsprogramma. Het succes van de Unie stemde hen optimistisch wat betreft de kansen van een dergelijke verandering. Onder druk van de vreemde bezetting hadden de Nederlanders hun onderlinge verschillen opzijgezet, en waren ze werkelijk één volk geworden. Het zou toch mogelijk moeten zijn die eenheid na de bevrijding te bewaren?

In september en oktober 1944 was het zover: geallieerde troepen bevrijdden het zuiden van Nederland. De eerste maanden waren beslissend. Zou de saamhorigheid uit de bezettingsjaren overeind blijven? En wie zou voorlopig het hoogste gezag op zich nemen? 

Een aantal grote verzetsgroepen in het zuiden sloot zich aaneen in de GOIWN (Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers Nederland). Zij maakten Wilhelmina hun eigen plannen voor de vernieuwing van Nederland kenbaar middels het zogeheten 'Eindhovens adres' van 2 november 1944. Parlementsverkiezingen moesten voorlopig niet worden gehouden, en gemeenteraden dienden te worden samengesteld door de commissarissen der Koningin. Verder sprak ook de GOIWN van een 'organisch leven' dat opgebouwd moest worden, en het belang van 'nationale binding op christelijke grondslag'. 

Of er naar de wensen van het voormalige verzet is geluisterd, is moeilijk vast te stellen. In elk geval waren veel verzetsmensen teleurgesteld over de invloed die hun na de bevrijding werd toebedeeld. De Binnenlandse Strijdkrachten was het een doorn in het oog dat zij, die zich met gevaar voor eigen leven tegen de Duitsers hadden verzet, ondergeschikt werden gemaakt aan de uit het 'veilige' Engeland overgekomen officieren van het Militair Gezag. Veertien BS-commandanten stapten op 13 juni 1945 naar hun bevelhebber prins Bernhard, en boden hem en de koningin in nauwelijks bedekte termen de hoogste staatsmacht aan. 'Zoals wij hier staan beschikken wij over meer dan tweehonderdduizend man die ons zullen volgen waarheen wij ook voorgaan,' verzekerden zij. De prins liet echter weten dat het Huis van Oranje niet in was voor een staatsgreep. 

Kleinseminarie

Nadat ook het noorden van Nederland was bevrijd, bood het oorlogskabinet van Gerbrandy zijn ontslag aan. Koningin Wilhelmina gaf Schermerhorn opdracht een nieuwe regering te vormen, met de sociaal-democraat Willem Drees als tweede man. Schermerhoorn en Drees stelden een 'nationaal kabinet van herstel en vernieuwing' samen, waarin alle politieke richtingen waren vertegenwoordigd, uitgezonderd de communisten en de antirevolutionairen. Behalve Schermerhorn zelf waren nog vier ministers lid van de NVB. Als eerste naoorlogse premier presenteerde Schermerhorn een waslijst aan beleidsvoornemens die rechtstreeks uit het NVB-programma afkomstig waren. Zo was de roep om een geleide economie terug te vinden in het 'algemeen economisch plan'. Ook zouden per bedrijfstak corporaties worden gevormd waarin overheid, werknemers en werkgevers samen de dienst uitmaakten. 

Weinig mensen in Nederland waren bekend met de ideeën van de NVB. Volgens historica Madelon de Keizer, schrijver van De gijzelaars van Sint-Michielsgestel (1979), hebben Schermerhorn en de zijnen het Nederlandse volk willen 'overrompelen'. In plaats van een echte volksbeweging was de NVB een ondemocratische club van intellectuelen, die vergaderden achter gesloten deuren. 'Het welbewust geheimhouden van de inhoud van de besprekingen had de bedoeling om zelf de leiding van de vernieuwing in handen te houden,' aldus De Keizer. 

Maar de muren van het kleinseminarie hadden het zicht op de realiteit geblokkeerd. In de rest van Nederland bleek de 'geest van Gestel' maar mondjesmaat aanwezig. Zo was direct na de bevrijding toch weer een parlement in functie getreden. Dat bestond uit de leden van de vooroorlogse Staten-Generaal, voorzover nog in leven en niet 'fout' tijdens de bezetting, aangevuld met prominente verzetsmensen. Dit noodparlement had weinig op met Schermerhorns economische hervormingen, die als 'staatssocialisme' werden afgeserveerd. Behalve de nationalisatie van de Nederlandsche Bank en de laatste particuliere mijnen sneuvelden al zijn voorstellen.

Fnuikender voor de vernieuwingsbeweging was het feit dat de oude politieke formaties zich in rap tempo hergroepeerden. De Antirevolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) vervolgden na een kortstondige flirt weer ieder hun eigen, beproefde weg. 

Zuiveringscommissie

In kringen van de voormalige Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) had het zaad van de vernieuwing iets dieper wortel geschoten. Tijdens de bezetting steunden veel katholieken de Nederlandse Unie, en ook in de NVB zaten relatief veel katholieke prominenten. De belangrijkste was J. de Quay, katholiek én een van de drie voormalige leiders van de Unie. 

Maar De Quay keerde de NVB al snel de rug toe. Na de bevrijding moest hij wegens zijn lidmaatschap van de Nederlandse Unie voor een zuiveringscommissie verschijnen. Hangende het onderzoek wilde de NVB hem geen zichtbare positie geven en daarom brak hij met de beweging. Hij keerde terug op het katholieke nest, waar hij een van de initiatiefnemers werd van de nieuwe Katholieke Volkspartij (KVP). Het voorvoegsel 'volks' sloeg op het feit dat ook niet-katholieken in de partij welkom waren: een laatste restje van de vernieuwing.

Ook de Liberale Staatspartij verklaarde zichzelf tot 'volkspartij' en ging voortaan door het leven als Partij van de Vrijheid. Zo stonden een voor een toch weer de oude partijen op, zij het met 'een nieuwe voorgevel', zoals Wilhelmina het in haar proclamatie profetisch had uitgedrukt. 

De NVB vond wel gehoor bij de sociaal-democraten. De beweging telde een aantal vooraanstaande SDAP'ers, die wel voelden voor een 'doorbraakpartij' die leden en kiezers van alle standen en gezindten zou kunnen verenigen. In een door de NVB opgezette studiegroep spraken afgevaardigden van de SDAP hierover met delegaties van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), de Christen-Democratische Unie (CDU) en een aantal partijlozen uit confessionele hoek. 

Bij de besprekingen was ook Willem Drees aanwezig, die terughoudend was ten opzichte van de doorbraakplannen. De voormalige fractievoorzitter van de SDAP hoorde bij de groep prominenten die al in 1941 was gegijzeld en naar Buchenwald gebracht. Daar had hij zich samen met zijn fractiegenoot Marinus van der Goes van Naters bezonnen op de toekomst van zijn partij. Van der Goes kwam uiteindelijk bij de andere gijzelaars in St.-Michielsgestel terecht. Drees niet; hij werd in oktober 1941 wegens gezondheidsklachten vrijgelaten. 

Drees bleef met Van der Goes corresponderen en ideeën uitwisselen. Van der Goes rapporteerde vanuit het gijzelaarskamp over de besprekingen van de Heren Zeventien, die Drees verontrustten. Hij moest weinig hebben van de christelijke toon die de NVB'ers aansloegen. Ook zag hij overeenkomsten tussen de roep om een organische en centraal geleide samenleving, en het vooroorlogse rooms-katholieke corporatisme, een van de wortels waaruit de fascistische bewegingen in Zuid-Europa waren gegroeid. Drees betichtte met name de katholieke NVB'ers van een 'gematigd fascisme'. 

Samenwerken met de vernieuwingsbeweging was voor hem slechts denkbaar onder strenge voorwaarden. De beoogde doorbraakpartij zou eerst en vooral herkenbaar moeten zijn als een echte sociaal-democratische partij. Drees was volgens Wilhelmina dan ook 'niet vernieuwd': hij stond erop dat de partij lid zou zijn van de Socialistische Arbeidersinternationale, dat haar vlag rood zou zijn en de Internationale haar strijdlied. De onderhandelingspartners van de andere partijen-die veel kleiner waren dan de SDAP-gingen akkoord, en zo zag op 9 februari 1946 de Partij van de Arbeid (PvdA) het licht. In naam was zij een brede volkspartij, maar in de praktijk een voortzetting van de SDAP. En in het licht van de grootse vernieuwingsidealen een schrale oogst. 

Communisten

De nieuwe partij won bij de eerste naoorlogse parlementsverkiezingen geen meerderheid. Op 17 mei 1946 rolde een bijna vooroorlogse uitslag uit de stembus. De KVP werd met eenderde van de stemmen de grootste partij, de PvdA was een goede tweede. De overige partijen hadden hun posities min of meer geconsolideerd, met uitzondering van de communisten, die met 10 procent van de stemmen een enorme sprong vooruit maakten. Van een doorbraak was geen sprake; de Nederlandse politiek was nog net zo versnipperd als in de jaren dertig. 

De formatie leverde wel een unicum op in de Nederlandse politiek. Voor het eerst vormden 'rooms' (de KVP) en 'rood' (PvdA) samen een regering. De nieuwe premier, de katholiek Louis Beel, hoorde tot de opstellers van het Eindhovens adres uit 1944. En sommige vernieuwingsidealen, zoals een geleide economie waarin overheid, werkgevers en werknemers samen het beleid uitstippelden, werden in afgezwakte vorm verwezenlijkt. 

Maar van een christelijk reveil was geen sprake, laat staan dat het kapitalisme en de parlementaire democratie hadden plaatsgemaakt voor een 'organische volksgemeenschap' onder een 'krachtig centraal gezag'. De Oranjes vielen weer gewoon onder ministeriële verantwoordelijkheid, het parlement kibbelde er weer lustig op los, en de verzuiling zou nog zeker vijftien jaar standhouden. 

Verslagen en overbodig geworden hief de NVB zichzelf in 1951 op. De vernieuwing van Nederland was mislukt. Toen historicus Jan Bank eind jaren zeventig onderzoek deed voor zijn boek Opkomst en ondergang van de Nederlands Volksbeweging, merkte hij dat de vernieuwers zelf niet graag meer over hun jeugdzonde praatten.

Dit is deel 1 van een serie over Europa vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Afbeelding: Koningin Wilhelmina

Nieuwste berichten

Franse keizer Napoleon III beschermde de paus tegen zijn Italiaanse vrienden
Franse keizer Napoleon III beschermde de paus tegen zijn Italiaanse vrienden
Artikel

Franse keizer Napoleon III beschermde de paus tegen zijn Italiaanse vrienden

Paus Leo XIV bezoekt dit weekend Frankrijk, een land waarmee het Vaticaan van oudsher een ‘speciale relatie’ heeft. De Franse keizer Napoleon III beschermde van 1848-1870 de toenmalige paus tegen Italiaanse nationalisten die de Kerkelijke Staat wilden inlijven. Die nationalisten waren ondertussen zijn vrienden. Een openluchtmis op de Champs-Élysées, een ‘jongerenwake’ in het Stade de...

Lees meer
De oudst bekende afbeelding van een kanon in een Nederlands manuscript, circa 1400-1430
De oudst bekende afbeelding van een kanon in een Nederlands manuscript, circa 1400-1430
Interview

De ‘tanks van de Middeleeuwen’ werden ingehaald door nieuwe wapens

Tijdens een militaire oefening schakelden Oekraïense drones deze zomer met gemak Amerikaanse pantserdivisies uit. Ook aan het Oekraïense front geven de onbemande vliegtuigjes gewone soldaten een fighting chance tegen Russische tanks. Conservator Casper van Dijk van het Nationaal Militair Museum ziet parallellen met de opkomst van vuurwapens. ‘Edellieden met dure harnassen, de tanks van de...

Lees meer
Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald
Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald
Onderzoek

Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald

Enkel de waarheid zou als winnaar uit de strijd mogen komen. Met die ambitie begon het Joegoslaviëtribunaal (ICTV) in 1993 aan zijn taak. Maar het is er niet in geslaagd de historische waarheid over de Joegoslaviëoorlogen eenduidig te schetsen. Dat concludeert historicus en journalist Petar Finci in zijn proefschrift, dat hij op 23 september verdedigde...

Lees meer
Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken
Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken
Artikel

Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog entten witte artsen zwarte mensen in met het pokkenvirus, om nieuwe entstof te kweken voor de soldaten aan het front. Vaak gebruikten zij vrouwen en kinderen in slavernij. Die hadden zelf geen enkele keuze en moesten de risicovolle behandeling gedwongen ondergaan. De oorlog tussen de noordelijke en de zuidelijke staten van...

Lees meer
Loginmenu afsluiten