Hoewel dit deel de prehistorie en Middeleeuwen behandelt, biedt het een mooie aanleiding om de somptueuze serie (gesubsidieerd door zowel het VSB-fonds als het Prins Bernhard Cultuurfonds, voorzien van kleurenfoto's waarvoor fotograaf Theo Uytenhaak
Gezellige geschiedenis
Het project is gestoeld, dat moge duidelijk zijn, op het idee van de Franse historicus Pierre Nora, die tussen 1984 en 1992 leiding gaf aan een zevendelige reeks Lieux de mémoire met bijdragen over 'symbolische entiteiten' (plaatsen, symbolen, personen) in de Franse geschiedenis. Die reeks was opgezet vanwege de vermeende 'ondergang' van het historische besef, maar werd als bewijs van het eigen ongelijk een enorm succes. Al snel volgden imitaties in Duitsland met de Deutsche Erinnerungsorte, in Oostenrijk met de Orte des Gedächtnisses en in Italië met de Luoghi di memoria. Twintig jaar na Nora is er thans een Nederlandse navolging.
Nu ja, zulks wordt in elk geval gesuggereerd, maar hier laat de herinnering
Verder blijft de voorloper onbesproken, zelfs wanneer dezelfde lieu de mémoire wordt behandeld (zoals
In dit nieuwe deel over prehistorie en Middeleeuwen springen overigens alle aardige en alle zwakke punten van de reeks opnieuw in het oog. Aardig is het enthousiasme waarmee de bijdragers hun 'gedenkplaats' voor het voetlicht brengen of het nu gaat over de hunebedden in het Drentse Rolde, over het riviertje de Goog bij Muiderberg waar graaf Floris V vermoord zou zijn, over
De redactie beoogde het verleden 'tot leven te wekken', en vond dat de lezer op locatie de geschiedenis moest kunnen 'opsnuiven'. Daartoe maakte men, zoals Wesseling stelt, 'goedgeschreven verhalen die stuk voor stuk heerlijk zijn om te lezen'. Dit klinkt alsof men hier geschiedenis bedrijft à
Pottenbaksters
Neem in dit deel het stuk over Julius Civilis, waarin een heroïsche poging wordt gedaan drie complexe onderwerpen samen te proppen: de opstand der Bataven in het jaar 69, de betekenis van de middeleeuwse Divisiekroniek en de Bataafse mythe in later tijd. Hierin wordt als lieu de mémoire het Schakenbos bij Voorburg genoemd, en niet bijvoorbeeld de Betuwe (waar het woord 'Bataven' tenminste nog in zit). Onvermeld blijft dat dit bos (maar dan als Schakerbos) vooral als - zeer onwaarschijnlijke - plek van de opstand bekend is geworden in later eeuwen, bijvoorbeeld door het schilderij van Rembrandt over Civilis, doch nu door weinigen als zodanig wordt aangemerkt. Er is blijkbaar evenmin ruimte om te melden dat de berichtgeving door Tacitus over een bijeenkomst der Bataven in 'een heilig bos' een duidelijke topos is uit de klassieke geschiedschrijving, waarin barbaren altijd heimelijk bijeenkomen in wouden, terwijl Grieken en Romeinen in open vlakten of marmeren zalen delibereren (Tacitus beschreef om dezelfde reden
Elders in dit boek was het voor mij een verrassing om zonder toelichting te lezen dat het aardewerk van de Trechterbekercultuur (ca. 3400-2700 v.Chr.) werd gemaakt door vrouwen, zelfs 'pottenbaksters'. En in de stukken over
In de bijdrage over de middeleeuwse krijgsman
Nora beoogde met zijn project de 'onbewuste organisatie' van het collectieve geheugen aan het licht te brengen, maar die invalshoek, alsmede een begin van samenhang tussen de gekozen gedenkplaatsen, ontbreekt in deze Nederlandse reeks. Wat dit betreft zou dit project zelf voor toekomstige geschiedvorsers - net als de canon - weleens een prachtige lieu de mémoire kunnen worden. Om te illustreren dat ook in het begin van de eenentwintigste eeuw de meeste Nederlandse historici toch het liefst schoolmeesters blijven, met een opvoedkundige en moralistische inslag.
