Home Willem van Oranje als schaker

Willem van Oranje als schaker

  • Gepubliceerd op: 13 dec 2021
  • Update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Rob Hartmans
Willem van Oranje als schaker

Tijdens de Opstand opereerde Willem van Oranje vanuit een zwakke stelling. Zijn bondgenoten waren onbetrouwbaar en hij had schrijnend geldgebrek. Toch hield hij vol en streefde naar een ‘religievrede’. Uit deze nieuwe biografie komt hij, ondanks zijn fouten, naar voren als een groot man.

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u ook toegang tot HN Actueel? Hiermee leest u dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvangt u exclusieve nieuwsbrieven. U kunt de eerste maand onbeperkt lezen voor € 1,99. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Op de eerste bladzijden van René van Stipriaans biografie van Willem van Oranje treffen we de 22-jarige prins aan op een modderige vlakte in wat tegenwoordig de Belgische provincie Namen is. In opdracht van Karel V bouwt de piepjonge legerleider hier een vesting die een Franse opmars naar de noordelijker gelegen territoria van de Habsburgse vorst moet blokkeren. Willem van Oranje kwijt zich uitstekend van deze taak en vernoemt het vestingstadje, dat groter is geworden dan de bedoeling was, naar de troonopvolger: Philippeville.

Op het einde van boek vergelijkt Van Stipriaan Oranjes bouwactiviteiten in 1555 met die van Vespasiano Conzaga, die in dezelfde periode in opdracht van Karel V een soortgelijke opdracht uitvoerde in Italië. Deze hoge edelman was ook een van Karels favorieten en kweet zich eveneens uitstekend van zijn taak. Het vestingstadje Sabbioneta duikt dikwijls op in boeken over kunstgeschiedenis of architectuur en staat tegenwoordig op de Werelderfgoedlijst. In tegenstelling tot Oranje komt Conzaga in geschiedenisboeken nauwelijks voor.

Hoe het kon dat twee leeftijdgenoten, met vergelijkbare achtergrond en carrièrekansen, een heel andere plek in de geschiedenis kregen, wordt duidelijk uit Van Stipriaans biografie. Terwijl Conzaga een van de meest loyale legerleiders en adviseurs van Filips II werd, ging Oranje een heel andere weg. Dit klinkt als een welbewuste keuze. De kracht van deze biografie is dat de auteur laat zien dat Oranje zich tussen 1560 en 1584 ontwikkelde tot een belangrijke speler in de internationale politiek, maar dat hij vaak ook een speelbal was van krachten waarop hij nauwelijks  invloed had.

In liberaal-nationalistische en protestants-christelijke kringen is Oranje lang vereerd als de ‘Vader des Vaderlands’ en verdediger van het ‘ware geloof’. De afgelopen decennia was het gewoonte om hem af te schilderen als een hyperambitieuze en  opportunistische edelman die alleen zijn eigen belangen najoeg. Ook het feit dat hij vrijwel altijd zijn kaarten tegen de borst hield en de kunst van het veinzen perfectioneerde, wordt niet zelden negatief geïnterpreteerd. Van Stipriaan wijst er terecht op dat dit soort dingen in die tijd voor alle hoge edelen gold, en dus weinig zegt over de rol en betekenis van Oranje.

Oranje was inderdaad heel ambitieus en wilde de eer, glorie en bezittingen van zijn familie vermeerderen. Dus toen hij het gevoel had dat Filips II hem kleineerde, laaide de oude rancune van de Nassaus ten opzichte van de succesvollere Habsburgers weer op. Maar dat is niet het hele verhaal. Uitgebreid en helder beschrijft de biograaf de internationale krachtsverhoudingen ten tijde van Karel V en Filips II, de verplichtingen en geneugten van de hoge adel, de opkomst van het protestantisme en de reactionaire ontwikkeling binnen het katholicisme, en de starre wijze waarop Filips de Habsburgse centralisatie- en godsdienstpolitiek doorzette.

Filips II, die in 1555 zijn vader was opgevolgd als landsheer van de Nederlanden, joeg niet alleen Oranje tegen zich in het harnas. Zijn belasting- en centralisatiepolitiek viel slecht bij de gewesten en de steden, de adel voelde zich verdrongen uit het landsbestuur en het opkomende, militante calvinisme zag de fel katholieke koning als een soort plaatsbekleder van de duivel. Minutieus beschrijft Van Stipriaan hoe Oranje zich bewoog tussen deze radicaliserende krachten, waarbij zijn talent voor public relations en propaganda een niet te onderschatten factor was.

Terwijl sommige historici ook in Oranjes religiepolitiek niets anders zien dan opportunisme, toont Van Stipriaan dat hij wel degelijk diepgelovig was, maar dat zijn geloof ‘algemeen christelijk’ van aard was. Oranje vond dat christenen elkaar niet naar het leven moesten staan en dat dogmatische verschillen niet op de spits moesten worden gedreven, omdat dan de gemeenschappelijke kern van het geloof uit het oog werd verloren. Hij bepleitte een zogenoemde ‘religievrede’, waarbij de verschillende geloofsgemeenschappen naast elkaar konden leven. Tegelijkertijd wijst de biograaf erop dat deze politiek er mede de oorzaak van was dat het gebied waar de Opstand voet aan de grond kreeg steeds verder afbrokkelde. Veel tijdgenoten wilden namelijk de hegemonie van één geloof – en uiteraard het hunne.

Volgens Van Stipriaan laat Oranjes volwassen leven zich voor het grootste deel typeren als ‘schaken in een zwakke en vaak zelfs verloren stelling’. Hij moest voortdurend dealen met onbetrouwbare bondgenoten, met radicalen die niets snapten van diplomatie en met militairen die alleen voor het geld vochten. Terwijl er letterlijk geen dag voorbijging zonder financiële zorgen die zelfs de meest stabiele geest tot wanhoop moesten drijven. En het grootste deel van de tijd kon hij niets anders doen dan reageren op de omstandigheden en de schade beperken.

Oranje was berekenend en kon keihard zijn, maar tegelijkertijd dwingen zijn doorzettingsvermogen, moed en voor die tijd verstandige ideeën omtrent politiek en religie bewondering af. Een heilige was hij allerminst, maar dat hij ondanks alles een groot man was wordt in deze prachtige biografie overtuigend aangetoond.

De zwijger. Het leven van Willem van Oranje
René van Stipriaan. 944 p. Querido Facto, € 39,99|
Bestel in de webshop.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2022

Nieuwste berichten

DEA-agenten verbranden hasj in Afghanistan, 2007
DEA-agenten verbranden hasj in Afghanistan, 2007
Artikel

Amerika voert een eindeloze ‘war on drugs’

De Amerikaanse president Richard Nixon kondigde in 1971 zijn ‘war on drugs’ aan. Sindsdien zijn er honderdduizenden mensen omgekomen, vooral in Latijns-Amerika. Donald Trump heeft het geweld verder laten escaleren. Hij noemt drugshandelaren ‘narcoterroristen’ en doodt hen zonder vorm van proces. Op 20 april 2001 schoot de Peruaanse luchtmacht een Cessna uit de lucht, een...

Lees meer
Natuurkundige Leo Szilárd
Natuurkundige Leo Szilárd
Interview

Oekraïense historicus: ‘Nucleaire blufpoker leidt tot ongelukken’

In zijn boek Het atoomtijdperk pleit de Oekraïense historicus Serhii Plokhy voor herstel van ‘het angstevenwicht’. Volgens hem leidde het concept van gegarandeerde wederzijdse vernietiging decennialang tot een balans tussen de grootmachten. En die vrees moet terug, want ‘het ontbreken van een angstevenwicht moedigt agressie aan’. In 1986, toen de reactor van de kerncentrale van...

Lees meer
Amerikaanse agenten brengen Noriega over de naar de VS
Amerikaanse agenten brengen Noriega over de naar de VS
Interview

‘Ook de arrestatie van de Panamese leider Noriega in 1989 was volkenrechtelijk illegaal’

De aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro doen denken aan de invasie van Panama in 1989, waarbij Amerika de militaire leider Manuel Noriega gevangennam. Ook toen gebruikte het Witte Huis drugshandel als legitimering, vertelt academicus Pablo Isla Monsalve. ‘Maar de VN veroordeelde de actie als een illegale interventie.’ Op 15 december...

Lees meer
Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief. Schilderij door Repin
Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief. Schilderij door Repin
Artikel

Voor de Oekraïners zijn de kozakken weer hun helden

De Russen en de Oekraïners strijden ook over de interpretatie van hun gezamenlijke verleden. Waren de beroemde kozakken nu helden of verraders? Dat hangt ervan af wie je het vraagt.  Het is alsof ze zo uit de schilderijen van Ilja Repin zijn gestapt: Oekraïense militairen die aan het front poseren als zeventiende-eeuwse kozakken. Het beroemdste voorbeeld is Repins doek De Zaporozjekozakken schrijven de Turkse sultan een brief uit 1891. Daarop beantwoorden de kozakken het ultimatum van...

Lees meer
Loginmenu afsluiten