Vrijheden en economische kansen in de laatmiddeleeuwse Lage Landen hadden een aanzuigende werking op migranten van buiten. Volgens de Vlaamse historici William Torbeyns, Bart Lambert en Jelle Haemers is dat het gangbare beeld, maar is er nog te weinig aandacht voor ambachtslieden die deze contreien juist verlieten. Hun aantallen zijn lastig te achterhalen, omdat steden wel bijhielden welke immigranten er binnenkwamen, maar niet wie er vertrokken. Daarom analyseerden de drie historici de leden van een migrantenbroederschap in Florence.
Speciale editie: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute tot de Chinese Droom
- Inclusief: het verlies van Taiwan
Historisch Nieuwsblad tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
Uit hun onderzoek blijkt dat ruim 450 mannen en vrouwen in de vijftiende eeuw vanuit de Lage Landen naar Toscane emigreerden. Onder hen waren musici, bakkers en een kapper, maar vooral veel laken- en linnenwevers. Zij vertrokken vanwege problemen in de textielindustrie. Slinkende materiaalvoorraden en veranderende handelsroutes zorgden voor minder wolproductie in Vlaamse steden, met grote werkloosheid als gevolg.
In Florence hadden wevers juist weinig concurrentie. Ze konden er rekenen op belastingvoordelen en gratis huisvesting, omdat het Florentijnse textielgilde op zoek was naar kennis en kunde van buiten. Naast economische motieven speelde mond-tot-mondreclame een grote rol in de keuze om te emigreren, schrijven de historici. Daardoor groeiden de textielwerkers uit de Lage Landen uit tot de grootste groep niet-Italianen in het vijftiende-eeuwse Florence.