• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    maandag 29 juni 2020

    Vondelingen in het Aalmoezeniersweeshuis

    Tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam

    In het Stadsarchief Amsterdam is tot en met 4 oktober een tentoonstelling te zien over het Aalmoezeniersweeshuis. Persoonlijke getuigenissen maken het archief van dit weeshuis bijzonder, vertelt projectleider Stefanie van Odenhoven. ‘Het zijn niet alleen officiële stukken en registers, er zitten allerlei handgeschreven briefjes in.’

    ‘Het Burgerweeshuis kent men in Amsterdam wel, maar het Aalmoezeniersweeshuis zal voor het grote publiek nieuw zijn’, vertelt Van Odenhoven. ‘Mensen kwamen zelfs van buiten de stad naar dit weeshuis, het was vrij uniek in Nederland.’ Het Stadsarchief werd op het idee gebracht voor een tentoonstelling over het weeshuis door onderzoekster Nanda Geuzebroek. Zij schreef het boek Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam 1780 – 1830 voor de tentoonstelling.

    Bezoekers krijgen eerst een introductie over het weeshuis en het Amsterdam van 1800. Daarna volgt een reis door het leven van een vondeling. ‘Van het te vondeling leggen naar het leven bij minnen, tot het leven in het weeshuis en het leven daarna, waarin de weeskinderen gaan werken of trouwen.’

    Het levensverhaal van zes kinderen wordt verteld aan de hand van animaties. ‘Het zijn zes hele verschillende verhalen. Eén jongetje gaat bij het Franse leger en een ander naar de Kolonie van Weldadigheid in Veenhuizen. We vertellen ook het verhaal van een broer (7) en zus (9) die door hun moeder bij de poort van het Aalmoezeniersweeshuis werden achtergelaten, en er zit een meisje bij dat maar 11 maanden oud wordt. Een belangrijk verhaal om te vertellen, want het gros van de kinderen overleefde het niet.’

    Te vondeling gelegd

    Vondelingen die bij het weeshuis binnen werden gebracht werden er wel ingeschreven, maar verbleven er in eerste instantie niet. Zij werden bij een min ondergebracht om borstvoeding te krijgen, en meestal bleven de kinderen tot vijf- of zesjarige leeftijd bij de min. Daarna gingen zij alsnog naar het weeshuis. ‘Dat moet een hele shock zijn geweest voor die kinderen’, vertelt Van Odenhoven. ‘Van een pleeggezin met een moeder en vader naar een overvol weeshuis.’

    Op het toppunt van de armoede in Amsterdam zaten er ruim 2.000 kinderen in het weeshuis, waardoor kinderen hun bed met twee of drie anderen moesten delen. ‘Op het hoogtepunt, of dieptepunt, in 1817, werden er meer dan 800 kinderen te vondeling gelegd. Dat zijn er meer dan twee per dag. Dat jaar werkten er maar liefst 535 minnen voor het weeshuis.’ Deze minnen komen uitgebreid aan bod in de tentoonstelling. ‘Het waren vrouwen uit gezinnen die het helemaal niet breed hadden. Ze deden het vaak als bijverdienste.’

    Pleegzorg toen en nu

    Het Stadsarchief wil een link leggen tussen de pleegzorg van toen en de pleegzorg van nu. De tentoonstelling is daarom gemaakt in samenwerking met jeugdzorgorganisatie Spirit!. ‘Hoewel er nu bijna geen vondelingen meer zijn, zijn er natuurlijk nog altijd pleeggezinnen nodig.’

    ‘Bij een archief van een weeshuis denk je misschien aan officiële stukken of zegels en charters, maar wat dit archief zo bijzonder maakt zijn de handgeschreven briefjes.’ Als mooiste archiefstuk noemt Van Odenhoven de persoonlijke berichten van moeders. ‘Ouders hadden vaak de hoop dat ze in betere tijden hun kindje konden ophalen. Daarom lieten zij briefjes achter bij hun kind, als een soort bewijsstuk. In de praktijk gebeurde dat maar zelden, de meeste kinderen werden nooit opgehaald.’

    De tentoonstelling is te zien tot en met 4 oktober.