In het Rijksmuseum staan sculpturen die tijdens de Beeldenstorm uit Antwerpen zijn verdwenen. Het demissionair kabinet staat ‘welwillend’ tegenover teruggave van die beeldjes aan België. Volgens cultureel antropoloog Pieter ter Keurs is dat veel te voorbarig.
In zijn recente HJ Schoo-lezing begon de Belgische premier Bart de Wever over de ‘prachtige pleuranten’ van het praalgraf van de vijftiende-eeuwse Isabella van Bourbon, de vrouw van hertog Karel de Stoute. Volgens De Wever zijn de beeltenissen van rouwende vrouwen tijdens de Beeldenstorm in 1566 uit Antwerpen geroofd, en staan ze nu onterecht in het Rijksmuseum. ‘Dus als u nog twijfelde over een cadeautje voor de spreker…’, sloot De Wever het stukje geschiedenis af.
Na de lezing stelde JA21 Kamervragen over de sculpturen: moeten die niet terug naar België? Demissionair cultuurminister Gouke Moes (BBB) heeft daar geen problemen mee: ‘Als zo’n verzoek binnenkomt, gaan we daar welwillend op in.’
Daarmee loopt Den Haag op de zaken vooruit, zegt Pieter ter Keurs (Universiteit Leiden). Hij doet onderzoek naar roofkunst, en ziet een terugkerend patroon bij discussies over teruggave. ‘Er worden meteen uitspraken gedaan die niet gebaseerd zijn op informatie of historische kennis.’
Geroofd, teruggeëist of verkocht?
Dat er Vlaamse beeldjes in Amsterdam staan, betekent niet dat er per definitie sprake is van diefstal, zegt Ter Keurs. ‘Men begint al snel over kunstroof, zoals De Wever in zijn Schoo-lezing. Maar bij deze beeldjes is niet duidelijk wat er precies aan de hand is. Dan is het veel te vroeg om te roepen: dat moet terug. Je moet eerst onderzoeken hoe de pleuranten in Nederland zijn beland.’
De precieze omzwervingen van de beeldjes zijn onduidelijk. In de catalogus van het Rijksmuseum staat dat de sculpturen waarschijnlijk ontmanteld zijn nadat het graf in de Beeldenstorm in 1566 zwaar beschadigd werd. Daarna doken ze pas weer in 1691 op, toen Amsterdam ze overnam uit een familiecollectie. De stad is nog steeds eigenaar, en geeft de pleuranten sinds 1887 in bruikleen aan het Rijksmuseum.

Bij de Beeldenstorm zijn veel religieuze kunststukken kapotgeslagen en gestolen. ‘Maar de vraag is wie dit naar Nederland heeft meegenomen. Misschien waren het vluchtelingen die uit België vertrokken, of was het een rijke familie die de kerk financierde en vond dat de beeldjes eigenlijk familiebezit waren. Bovendien moet je weten wat er gebeurd is tussen het moment dat de sculpturen uit Antwerpen verdwenen en in het Rijksmuseum belandden. Is er verandering van eigendom geweest? Heeft de kerk ze net voor de Beeldenstorm verkocht om ze veilig te stellen?’
Als Nederland kunst heeft geroofd, is er een morele verplichting tot teruggave. Maar als Antwerpse vluchtelingen de stukken hebben meegenomen, ligt dat anders. ‘Dan kun je het nog steeds teruggeven om de relatie met België te bevorderen, maar dan is het een politieke in plaats van een morele beslissing.’ Omdat het niet om koloniale kunst gaat, zou bij deze beeldjes bovendien een andere procedure gelden dan bij de teruggave van objecten aan Indonesië. ‘In dit geval moet je ook eerst kijken of de beeldjes voor het Nederlands cultuurbezit van belang zijn.’
Geïsoleerde culturen sterven uit
Volgens Ter Keurs past de discussie over Vlaamse beeldjes in een groter probleem. Er wordt momenteel te veel teruggegeven waarvan niet zeker is dat het is geroofd. ‘Men vergeet vaak dat veel koloniale kunst niet gestolen is. Er is een hoop cadeau gedaan en geruild tussen hoogwaardigheidsbekleders. De paleizen van Jogjakarta staan vol met Europese Jugendstilmeubels, en Europese gouverneurs kregen Indonesische krissen cadeau. Als we zo’n kris nu terug zouden geven, zou dat traditioneel gezien zelfs een belediging zijn. En er waren natuurlijk ook Europeanen die een goede relatie met de lokale bevolking hadden. Ook daar vond geschenkenruil plaats.’
Hij waarschuwt voor overijverige, proactieve acties voor het stimuleren van teruggave van kunstvoorwerpen. Als teruggave de norm wordt, kan er geen uitwisseling meer zijn. ‘Het uitwisselen van spullen en ideeën tussen culturen is van alle tijden en essentieel voor het overleven van een cultuur. Want een geïsoleerde beschaving sterft uiteindelijk uit. Die doet geen nieuwe inspiratie op en kan niet reageren op verandering. Door alles zomaar terug te geven en terug te vragen, zaag je aan de fundamentele poten van een cultuur.’
Romeinse roofkunst
Als we beelden die in de zestiende eeuw gestolen zijn terug moeten geven aan het land van herkomst, waar stopt het dan, vraagt Ter Keurs zich af. ‘Hoe ver gaan we terug in de tijd? De Romeinen hebben volop kunst geroofd, moeten musea al die stukken teruggeven? En moeten wij al het Nederlandse erfgoed dat niet meer in ons land is terugeisen? Volgens mij moeten we daar niet aan beginnen.’
