Home Opvoeden en campagne voeren

Opvoeden en campagne voeren

  • Gepubliceerd op: 22 mei 2012
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Stijn Hustinx

Handen af van Ann Romney. De boodschap van de Republikeinen aan het Democratische kamp was duidelijk. Het was een reactie op een snerende opmerking over de vrouw van presidentskandidaat Mitt Romney. Zij had geen recht van spreken. Ze zou beter haar mond kunnen houden, want ze had nog geen dag in haar leven gewerkt. Hoe kon zij, vrouw van een multimiljonair, nou iets weten van het leven van de ‘gewone’ Amerikaan?

De Republikeinen waren als door een wesp gestoken. Obama zelf trouwens ook. Strategisch haastte hij zich te zeggen dat de baan van Ann Romney, die vijf zoons opvoedde, nog zwaarder is dan die van hemzelf. Obama wist ook dat hij beter geen vrouwen tegen zich in het harnas kan jagen, aangezien zij historisch gezien de Democraten veel stemmen opleveren.

Het akkefietje is niet zomaar een incident, aldus Mary C. Brennan, verbonden als hoogleraar geschiedenis aan Texas State University. De geschiedenis van de vrouwen achter presidentskandidaten gaat ver terug. In het geval van de Republikeinen is die ook nog eens bijzonder complex. De rode draad: voor de vrouwen is het spitsroeden lopen.

Republikeinen hechten aan familiewaarden en willen dat maar al te graag uitstralen voor de televisiecamera’s. Om de haverklap worden complete, vaak doodvermoeide gezinnen podia bij townhall meetings op gesleept. Ook Romney wil met een echte Amerikaanse vrouw aan geloofwaardigheid winnen.

Het incident rond Mitts vrouw Ann is omgeven met gevoeligheden. De aanval op haar is koren op de molen voor sommige huismoeders, die zich met haar identificeren en eveneens erkenning willen. Andere vrouwen geven de Democraten gelijk als die zeggen dat de vrouw van een mormoonse multimiljonair geen idee heeft van hoe het is om wekelijks de eindjes aan elkaar te knopen met één inkomen.

Eind jaren zestig stond Thelma Catherine ‘Pat’ Ryan Nixon voor een soortgelijk dilemma. Haar werden bovenmenselijke krachten toegedicht. Hoe zij het voor elkaar kreeg om te koken, schoon te maken, gordijnen te naaien en zelfs de pakken van manlief te persen, terwijl ze tegelijkertijd veel tijd kwijt was aan haar rol van toen nog Second Lady, was voor veel Amerikanen onvoorstelbaar. En dat allemaal zonder enige hulp.

Pat Nixon toonde aan hoe belangrijk de rol van een degelijke Amerikaanse huisvrouw is. Niet alle vrouwen geloofden in de superkracht van Pat. Sommigen weigerden te geloven dat ze alles zelf deed. Anderen geloofden wel in de bovenmenselijke capaciteiten van de vicepresidentsvrouw, maar begonnen daardoor hevig aan zichzelf te twijfelen.

Betty Ford oogstte in eerste instantie veel lof voor de nuchtere manier waarop ze de kinderen opvoedde, terwijl haar man Gerald als president veel van huis was. Maar toen de presidentskinderen naar Amerikaanse maatstaven te ‘normaal’ bleken, leverde dit Betty juist hoon op. Het was ook niet zonder reden dat de Republikeinse partij er alles aan deed om geruchten dat Nancy en Ronald Reagan een moeizame relatie hadden met hun kinderen de kop in te drukken.

Volgens historica Brennan is de rol van de kandidaatsvrouwen sinds de Tweede Wereldoorlog gaandeweg veranderd. Ze moesten laveren tussen de echtgenote die op de veranda zit en vol bewondering naar haar man staart, en de activistische vrouw van het type Eleanor Roosevelt. De vrouwen gingen een actievere rol spelen in de verkiezingscampagne, vaak met eigen bijeenkomsten die in het teken stonden van huiselijke onderwerpen. Ze deden er daarbij alles aan om de rol van hun man als vader en kostwinner te onderstrepen.

Ironisch genoeg, meent Brennan, kwam er steeds meer aandacht voor de huishoudelijke en opvoedkwaliteiten van de presidentsvrouwen, terwijl juist de traditionele Amerikaanse huisvrouwen op lokaal niveau meer en meer maatschappelijk betrokken raakten. Ze meldden zich aan bij organisaties als Minute Women of America en de National Federation of Republican Women. Vrouwen brachten brieven rond of zamelden handtekeningen in voor petities. Zo deden ze ‘het huiswerk van de regering’, zegt historica Catherine Rymph. Echte erkenning voor het werk dat ze verzetten kregen ze nooit.

Voor de vrouw achter de presidentskandidaat van nu is dat niet veel anders. De vrouwen voeren campagne, maar moeten zich tegelijk schikken naar de symboliek van toewijding aan huis en gezin. Daar kun je maar beter geen foute opmerkingen over maken, weten ze nu ook bij de Democraten.

Rymph wijst op een recent onderzoek door de Wall Street Journal, waaruit blijkt dat het merendeel van de vrouwen de voorkeur geeft aan Obama. Daarmee is de race voor Obama echter nog lang niet gelopen. In 1984 was de Republikein Reagan allerminst geliefd bij vrouwen, ook niet binnen zijn eigen partij. De Democraten dachten deze vrouwen voor zich te winnen door met een vrouwelijke kandidaat op de proppen te komen. De vorig jaar overleden Geraldino Ferraro werd gepresenteerd als eerste vrouwelijke kandidaat voor het vicepresidentschap. Het gevolg: de mannen keerden de Democratische partij massaal de rug toe en Reagan won. Het is een wijze les voor Obama.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.