• Afrekenen
  • Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 5/2013

    Niet bang voor oorlog

    Hoe Churchill Engeland ervan overtuigde door te vechten

    Door: Rob Hartmans

    Het was natuurlijk heel lang taboe, de zogenoemde ‘grotemannengeschiedenis’, maar om sommige historische personen kun je niet heen. Figuren als Julius Caesar, Napoleon en Adolf Hitler waren niet alleen het ‘product’ van hun tijd, maar drukten er ook een onuitwisbare stempel op.

    Hoewel niemand de betekenis van economische, sociale en culturele structuren en ontwikkelingen wil ontkennen, maakt het soms heel veel uit wie er op zeker moment ‘aan de knoppen zit’. De oerconservatieve, nors kijkende, sigarenrokende en in de jaren dertig politiek uitgerangeerde Britse politicus Winston Churchill is hiervan een schoolvoorbeeld.

    Er is na de oorlog met veel minachting neergekeken op de zogenoemde appeasement-politiek van Neville Chamberlain, waarbij voor het gemak werd vergeten dat deze niet alleen werd gesteund door de meeste politici, maar ook door de overgrote meerderheid van de Britse bevolking. Die was nog niet bekomen van het gruwelijke bloedbad van de Eerste Wereldoorlog.
     

    Churchill was met zijn pleidooi voor een preventieve oorlog tegen Hitler jarenlang een roepende in de woestijn geweest

    Churchill was met zijn pleidooi voor een preventieve oorlog tegen Hitler jarenlang een roepende in de woestijn geweest. Maar dat hij op 10 mei 1940 Chamberlain opvolgde als premier was een gelukkige speling van het lot, aangezien de man ook binnen de conservatieve partij allesbehalve populair was.

    Dat hij vervolgens het vijf man tellende War Cabinet – waarin ook zijn voorganger zitting had – ervan wist te overtuigen dat Groot-Brittannië geen vredesonderhandelingen met Hitler moest voeren, maar moest doorvechten, en dat hij ook de publieke opinie ‘om’ wist te krijgen, was het gevolg van zijn persoonlijkheid, retorische gaven en uitzonderlijke overtuigingskracht.

    Dat laatste kwam mede voort uit het feit dat Churchill er rotsvast van overtuigd was dat Hitler niet onoverwinnelijk was. Vroeg of laat zou hij fatale fouten maken, en bovendien zou Amerika uiteindelijk Groot-Brittannië wel te hulp moeten schieten. Bovendien was Churchill, in tegenstelling tot veel politici, niet bang voor oorlog, maar genoot hij ervan.

    In zijn nieuwe boek ‘Blood, sweat and tears’ beschrijft voormalig Parool- en NRC Handelsblad-journalist Harry van Wijnen de zeventien maanden vóór de Japanse aanval op Pearl Harbor, de periode dus waarin de Verenigde Staten nog niet meededen aan de oorlog en Groot-Brittannië er min of meer alleen voor stond.

    Hoewel hij ruime aandacht besteedt aan de rol van Churchill – en diens beroemde redevoeringen waarin hij met sonore stem verkondigde dat het land nooit zou capituleren en dat hij de Britten niets te bieden had dan ‘blood, toil, tears and sweat’ –, gaat hij ook uitgebreid in op de wijze waarop de bevolking deze angstige periode beleefde en reageerde op de Duitse luchtaanvallen.
     

    Door veel gebruik te maken van gepubliceerde dagboeken, brieven en memoires is het een levendig en onderhoudend boek geworden 

    Door veel gebruik te maken van gepubliceerde dagboeken, brieven en memoires is het een levendig en onderhoudend boek geworden. Toch beschrijft Van Wijnen de regeringswisseling en de cruciale eerste dagen van Churchills War Cabinet lang niet zo indringend en meeslepend als John Lukacs’ Five Days in London (2001), een boek dat ook in het Nederlands is vertaald en merkwaardig genoeg niet voorkomt in de literatuuropgave.

    Die lijst maakt trouwens duidelijk waarom de eerste hoofdstukken niet zo’n helder beeld schetsen van de politieke verhoudingen in het Engeland van 1940. Van Wijnen heeft belangrijke boeken als Andrew Roberts’ biografie van lord Halifax, Robert Parkers Chamberlain and Appeasement, en Graham Stewarts Burying Ceasar, over de relatie tussen Churchill en Chamberlain, niet geraadpleegd.

    Ook is het merkwaardig dat hij geen enkele aandacht besteedt aan het begin juli 1940 door een drietal journalisten – onder wie de latere Labour-leider Michael Foot – onder het pseudoniem ‘Cato’ gepubliceerde pamflet Guilty Men. Dit was een keiharde veroordeling van de appeasement-politiek en het politieke establishment, en werd onmiddellijk een bestseller.

    Hoewel de echte Churchill-liefhebbers of kenners van de recente Britse geschiedenis niets nieuws zullen lezen, is ‘Blood, sweat and tears’ niettemin een prima boek om een breed publiek bekend te maken met deze cruciale periode uit de geschiedenis van de vorige eeuw.

    ‘Blood, sweat and tears.’ Churchills onwrikbare geloof in de overwinning
    Harry van Wijnen
    351 p. Balans, € 29,95