Home Lifestyle: ‘Ferm aan den rol’

Lifestyle: ‘Ferm aan den rol’

  • Gepubliceerd op: 6 november 2002
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Marjolein van Rotterdam

De hotspots van achttiende-eeuws Parijs. Lekker weg in de jaren dertig. Haute couture in de Middeleeuwen. Trends zijn van alle tijden. Culinaire avonturen, mode, wonen en uitgaan door de eeuwen heen.


Denk je hip te zijn, koop je een stel moderne Puma Roller Kitty’s-sneakerskates met felgroene wieltjes. Ga je ermee de straat op, kom je ook nog thuis zonder te vallen. En lees je vervolgens in The History of Roller Skating dat je vreselijk achterloopt. Minstens driehonderd jaar.
        Skaten is nog nét niet prehistorisch, maar wel ouderwets. De eerste skater was een Nederlander die ook in de zomer wilde schaatsen. Rond 1700 timmerde deze anoniem gebleven schaatsliefhebber flink wat houten garenklosjes tegen twee latjes, die hij onder zijn schoenen bond. Het is onbekend hoe het met hem afliep.
        Wel bekend is het hoe het afliep met de eerste rolschaatspogingen van Joseph J. Merlin, een in Londen woonachtige Belg die in de tweede helft van de achttiende eeuw beroemd was om zijn geniale uitvindingen, waaronder een draaiorgel, een mannetjes- en een vrouwtjesrobot en een rolstoel. Merlins rolschaatsen, ontworpen in 1760, waren speciaal bedoeld voor een gemaskerd bal. Hij zou er een spectaculaire entree mee maken. Binnenglijdend op zijn rolschaatsen zou hij al vioolspelend de aanwezige gasten versteld doen staan.
        Spectaculair was zijn entree zeker, maar omdat J.J. niet geoefend was in remmen en sturen, en in die functies op zijn schaatsen ook niet echt voorzien was, eindigde zijn bloedstollende binnenkomst helaas in de spiegel aan de overzijde van de zaal. `He impelled himself against a mirror of more than 500 pounds value, dashed it to atoms, broke his instrument to pieces and wounded himself severely,’ schreef een tijdgenoot.
        Toch zaten Merlins schaatsen niet slecht in elkaar. De eerste rolschaatsen, waarop monsieur Petibled in 1819 patent aanvroeg, leken er verdacht veel op. Ze bestonden uit wat metalen wieltjes achter elkaar onder een stuk hout, dat met een steunband aan de schoen werd bevestigd. Pas eind negentiende eeuw kwamen de grote verbeteringen: wielen met kogellagers, de wendbare twee-wielen-naast-elkaar schaats, en remblokken. Die in 1876 ontworpen voorremmen werden uiteindelijk pas in 1940 – en waarschijnlijk vele ongelukken later – commercieel toegepast.

Rolschaatsende dienstertjes
Gek genoeg vlotte het in Nederland, schaatsland bij uitstek, na de prestaties van de onbekende schaatsliefhebber uit 1700 niet met het landschaatsen. Eén keer, in de zomer van 1790, liep half Den Haag uit om op de weg tussen Den Haag en Scheveningen getuige te zijn van een Zwitserse `Nieuwerwetschen Schaatsenrijder’. Maar verder was men meer geïnteresseerd in het echte schaatsen.
        Pas halverwege de negentiende eeuw werd het rolschaatsen enigszins populair. Een rage als in Engeland of Amerika werd het in Nederland echter in de verste verte niet. De banen waren te slecht en ook de hier gebruikte schaatsen haalden het niet bij die in Amerika. In 1888 werden de weinige schaatsbanen vooral gebruikt door mensen die, `ook in anderen zin, ferm aan den rol zijn’.
        Dat was heel anders in Londen, waar men in de jaren dertig sprak van the folly of England upon wheels. Ook Amerika was gek van rolschaatsen. Elk dorp had zijn eigen skating rink en de manie leidde tot extreme wedstrijden zoals een zesdaagse in New York, waarbij sommige deelnemers meer dan 1600 kilometer aflegden. De prijswinnaar zag er op de zesde dag wel uit als `een gegalvaniseerd lijk’, schreef de correspondent van het Nieuws van den Dag.
        Ondanks protesten van dominees was het rolschaatsen in de VS niet meer weg te denken. Na de Tweede Wereldoorlog kwam je er rolschaatsende dienstertjes tegen, rollende postbestellers, ging je naar danssalons waar je alleen op rolschaatsen naar binnen mocht, en waren rolhockeywedstrijden doodgewoon.
        In Nederland konden de dominees gerust zijn. Na de oorlog zakte het rolschaatsen af tot een kinderspel. Pas veel later, toen de rolschaats met de wielen achter elkaar opnieuw was uitgevonden en héél Amerika zich intussen rollend voortbewoog, werd het skaten in Nederland eindelijk weer een hype.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.