Voor de Belgische kust lag ooit een waddeneiland, genaamd Testerep. In de veertiende eeuw werd het verzwolgen door de Noordzee. Archeoloog Soetkin Vervust en geoloog Ruth Plets zien een waarschuwing in de verdwijning van het eiland. ‘De zeespiegel stijgt steeds sneller.’
In de dertiende eeuw bloeide de stad Oostende, in het huidige België. De plaats kreeg in 1266 stadsrechten en werd al snel een centrum van industrie en handel. Oostende lag op het eiland Testerep. Dat strekte zich uit tot Westende en de monding van de rivier de IJzer bij Nieuwpoort. Maar in de nacht van 22 januari 1394 sloeg het noodlot toe. Een gigantische overstroming, genoemd naar de heilige Sint-Vincentius, verzwolg een groot deel van Testerep en vernietigde het oude Oostende. De kustlijn liep daarna meer landinwaarts. De overlevenden begonnen opnieuw, op de plek waar Oostende nog steeds ligt.
Dit verhaal maakt deel uit van de folklore van de Belgische kust. Nu gaan archeologen, historici, geologen en ingenieurs het onderzoeken. Ze werken samen in het Testerep-project, onder leiding van de Vrije Universiteit Brussel (VUB), om de geschiedenis van het verloren eiland in kaart te brengen.
De wetenschappers deden boringen op zee en land, groeven oude dijken op, scanden de zeebodem en maakten computermodellen. Die interdisciplinaire samenwerking laat zien hoe de Noordzeekust gedurende duizenden jaren evolueerde.
‘Mensen aan de Belgische kust kennen het verhaal van Testerep,’ vertelt Soetkin Vervust, coördinator van het Testerep project, en archeoloog aan de VUB. ‘Met ons onderzoek willen we hen aan het denken zetten. Onze kustlijn lijkt definitief, maar dat is niet zo. De Noordzeekust is altijd in beweging, soms langzaam en soms vliegensvlug, zoals tijdens een storm. Testerep laat zien dat klimaatverandering geen ver-van-ons-bed-show is.’
Net een Waddeneiland
De geschiedenis van Testerep is niet makkelijk te bestuderen. Geschreven bronnen zijn schaars. De oudste vermeldingen dateren uit de tiende eeuw. Er is geologisch onderzoek nodig om de vroege geschiedenis van Testerep te reconstrueren. ‘We hebben seismische data verzameld,’ zegt Ruth Plets, mariene geoloog bij het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en deelnemer aan het Testerep-project. ‘Daardoor konden we onder de zeebodem getijdengeulen en zeegaten zien liggen, van tien tot twintig meter diep. Die liggen begraven, dus we moesten ze via scans reconstrueren. Zo’n drie kilometer zeewaarts vonden we ter hoogte van Nieuwpoort en Oostende zeegaten. Via stalen van schelpen en zand konden we ze dateren. Ze zijn meer dan 6000 jaar oud.’
Testerep leek toen op de Nederlandse Waddeneilanden. ‘Die worden van elkaar gescheiden door zeegaten waar langs zeewater het land binnendringt,’ vertelt Plets verder. ‘Achter de eilanden bevindt zich een waddengebied met een mozaïek van getijdengeulen, slikken en schorren. Door geulen en zeegaten te vinden en te dateren kan je een soort verbind-de-punten puzzel leggen. Je kan reconstrueren waar de kustlijn duizenden jaren geleden lag.’
Rond 4500 v.Chr. lag de kustlijn tussen Nieuwpoort en Oostende dus enkele kilometers verder in zee dan vandaag. Overblijfselen van mensen duiken in die periode nog niet op. Die zijn er pas uit de Romeinse tijd.
Opvallend genoeg begon het eiland in dezelfde periode te eroderen. ‘Dat gebeurt ergens tussen de derde en achtste eeuw na Christus,’ vervolgt Plets. ‘Die trend zette door, tot de verdrinking van middeleeuws Oostende in 1394. Dat was een plotse verandering van het landschap, na meer dan vier millennia van relatieve stabiliteit.’
‘De zeespiegel steeg tijdens die hele periode erg traag, minder dan een millimeter per jaar,’ vult Vervust aan. ‘We gaan ervan uit dat die stijging niet de grote oorzaak kan zijn van de erosie, en het grotendeels verdwijnen van Testerep.’
Rol van de mens
Nu de archeologen en geologen data hebben verzameld over Testerep, willen ze hypotheses testen: door welke factoren verandert een landschap? Daarvoor werkt het departement Waterbouwkunde van de KU Leuven aan een computermodel dat de impact van getijden, golven en stormen op het landschap gedurende eeuwen kan simuleren.
‘Het verdwijnen van Testerep blijft het grootste vraagteken,’ vertelt Vervust. ‘Hoe kon de kustlijn kilometers opschuiven? Er zijn uiteraard meer stormvloeden geweest, dat weten we uit geschreven bronnen uit de Middeleeuwen. Maar daaruit kunnen we niet afleiden hoe zwaar die nu echt waren. We doen daarom simulaties om de impact van stormen van verschillende omvang te testen. Ook de rol van de mens blijft een vraagstuk. Vanaf de Romeinse periode hebben bewoners het veen van Testerep ontgonnen, waardoor de bodem inklonk. Zo’n 1000 jaar geleden kwam daar grootschalige bedijking van de getijdengeulen bij. Welke impact dat had op de sedimentaanvoer en -afvoer onderzoeken we ook.’
Natuurlijke dynamiek verloren
Klimaatverandering is een ander belangrijk thema van het project. ‘Testerep is een waarschuwing,’ stelt Vervust. ‘Gedurende 5000 jaar veranderde de zeespiegel traag. Toen verdween Testerep plotseling en schoof de kustlijn drie kilometer op. Sinds de twintigste eeuw zien we een versnelling van de zeespiegelstijging. De laatste 75 jaar zitten we aan 2,4 millimeter per jaar, meer dan het dubbele van het verleden. En het gaat steeds sneller. Dat is echt zorgelijk. De menselijke impact op het kustlandschap is in de laatste 1000 jaar enorm toegenomen. We zijn systematisch alles gaan inpolderen, waardoor de natuurlijke dynamiek is buitengesloten. Normaal gesproken is een kust een getijdenlandschap dat hoger wordt als de zeespiegel stijgt, doordat het zeewater bij elke vloed zand en klei afzet. Die dynamiek bestaat niet meer, wat de kans op grote overstromingen versterkt. Het gaat daarbij niet enkel om overstromingen vanuit zee. Het wordt door de lage ligging van de polders ook steeds moeilijker om regenwater naar zee te laten stromen.’
‘De zeespiegel is de laatste 75 jaar twee keer zo snel gestegen’
Nu is het vooral wachten op de resultaten van het project. Voor Vervust en Plets was de samenwerking productief. Ze hebben geleerd over de grenzen van hun disciplines heen te kijken. ‘We spraken eerst een andere taal,’ lacht Plets. ‘In het begin hadden we veel vergaderingen nodig om uit te leggen wat we bedoelden met bepaalde woorden en concepten.’ ‘Want geologen, archeologen en ingenieurs denken in andere tijdschalen,’ besluit Vervust. ‘Een geoloog denkt in veel grotere tijdspannes dan een archeoloog. Maar een archeoloog denkt weer op veel langere termijn dan een ingenieur. Dat moesten we allemaal op elkaar afstemmen.’
