In opdracht van de regering-Trump jagen agenten van ICE hardhandig op mogelijk illegale immigranten. In de jaren vijftig ontketende president Dwight Eisenhower een vergelijkbare arrestatiegolf. Toen werden honderdduizenden Mexicanen opgepakt en de grens overgezet.
Soms lijkt het of niet alleen Hollywood verslaafd is aan herhalingen, maar dat ook de Amerikaanse geschiedenis daar last van heeft. Neem Operation Wetback midden jaren vijftig: die lijkt op een eerdere versie van het beleid van de regering-Trump.
Het verhaal van de wetbacks begint met de branceros in Californië en de grensstaten in het Zuidwesten. Daar was in 1942 het bracero-programma ontwikkeld, een gastarbeidersprogramma van Mexico en de Verenigde Staten. Het reguleerde de komst van Mexicanen die naar Amerika kwamen om in de landbouw te werken. Dat betekende wel dat ze direct concurreerden met de Mexicaans-Amerikanen, mensen die al eerder geëmigreerd waren en legaal in het land verbleven of staatsburger waren.
Er waren daarom twijfels over het programma. Democraten, de partij van president Franklin D. Roosevelt, wilden geen buitenlandse arbeidskrachten importeren als daar geen pad naar burgerschap aan vastzat. En veel Amerikanen met een etnische achtergrond, die Democratisch stemden, zagen het programma niet zitten.
Maar Roosevelt gaf toch toestemming omdat er een tekort aan arbeiders was: veel mannen, ook Mexicaans-Amerikaanse, vochten mee in de oorlog. In totaal werkten tussen 1942 en 1950 430.000 braceros in de VS. Tijdens de oorlog werden ze ook ingezet om het spoor te onderhouden.
Een goede deal
Landbouwondernemingen waren dol op het bracero–programma: het leverde sterke, ervaren, enthousiaste en keurig in de pas lopende arbeiders, die de oogsten tegen redelijke prijzen binnenhaalden. Als een groep braceros per spoor aankwam in een klein stadje, werden ze vaak verwelkomd met muziek en speeches, gevolgd door een barbecue. Werkgevers hielden zelfs rekening met Mexicaanse feestdagen. Ze wisten maar al te goed dat ze zonder deze mensen in de problemen zouden komen.
Voor de braceros was het ook een goede deal: ze verdienden in de VS in 1959 tachtig cent per uur, terwijl in Mexico tachtig cent per dag het niveau was. Na een jaar konden ze redelijk welgesteld terug naar Mexico, waar ze aanzien genoten. Geen wonder dat het druk was bij de rekruteringscentra aan de grens.
Stakingsbrekers
Het zogenoemde wetback-probleem vloeide daaruit voort. Er kwamen steeds grotere aantallen Mexicanen af op de mogelijkheid om in de VS te werken. Ze staken illegaal de grens over, volgens de verhalen de Rio Grande overzwemmend of doorwadend, vandaar hun naam. Wie lang genoeg bleef en een sponsor vond die zich garant stelde, kon gemakkelijk een werkvergunning krijgen. Natuurlijk huurden grote bedrijven hen maar al te graag in, zoals de DiGiorgio Farms in Arvin, vlakbij Bakersfield.
Toen in 1950 de oorlog in Korea uitbrak, vormden braceros een belangrijk deel van de landarbeiders in Arkansas, Texas, New Mexico, Arizona en Californië. De ondernemingen daar wilden de regeling graag continueren, maar het ministerie van Arbeid waarschuwde voor aanvaringen met de vakbonden. Toch tekende president Harry Truman een verlenging van de regeling: tussen 1950 en 1960 kwamen meer dan 3,3 miljoen Mexicanen oogst- en plantwerk verrichten in de VS.

Maar andere landarbeiders, Mexicaans-Amerikanen of anderszins, zagen deze import als een poging de vakbonden dwars te zitten. In hun ogen ging het om stakingsbrekers – een staking bij DiGiorgio Farms werd inderdaad dankzij braceros beëindigd. Mexicaans-Amerikanen klaagden dat ze werden achtergesteld bij de braceros en de wetbacks, die werk inpikten van veteranen.
Miljoen illegalen opgepakt
De federale overheid realiseerde zich dat ze een probleem had. Daarom besloot de regering-Eisenhower in 1954 dat het tijd was voor actie. Ze kwam met Operation Wetback: massale arrestaties door Immigration and Naturalization Service-agenten, en lokale politie en sheriffs. Overal in Californië en het Zuidwesten vonden invallen in militaire stijl plaats. Mensen werden aangehouden met als criteria hun uiterlijk, hun taal en hun etniciteit. Zo ongeveer wat ICE en de Border Patrol nu doen in opdracht van president Donald Trump.
Operatie Wetback leidde tot opgebroken gezinnen, tot vergissingen en angst
Volgens de regering waren binnen een jaar meer dan een miljoen illegalen opgepakt en naar Mexico overgebracht, een deel van hen was vrijwillig naar Mexico teruggekeerd uit angst voor arrestatie. Of het aantal klopt is de vraag. De overheid claimde dit aantal, maar onderzoekers denken dat het er minder waren. Net als nu was een niet gering aantal van de gedeporteerden Amerikaans staatsburger. Onbetwist is dat de operatie leidde tot opgebroken gezinnen, tot vergissingen en angst in de Mexicaans-Amerikaanse gemeenschap. Het programma werd begin 1955 beëindigd.
Opkomst Chicano Movement
Een onvermijdelijk bijeffect was een devaluatie van de Mexicaans-Amerikaanse identiteit. ‘Wetback’ werd een scheldwoord, niet enkel voor illegalen, maar voor alle Mexicaans-Amerikanen. De term leidde ertoe dat Mexicanen werden gekwalificeerd als buitenlands, inferieur en minderwaardig, ongeacht hoelang ze al in Amerika waren. Je hoort de echo’s ervan in Trumps beschrijving van immigranten uit Mexico. In 2015 zei hij al: ‘When Mexico sends its people, they’re not sending their best. They’re bringing drugs. They’re bringing crime. They’re rapists.’
Operation Wetback had één positief effect. Ze leidde tot het engagement van een jonge Mexicaans-Amerikaan, opgegroeid in Arizona en Californië, die in de oorlog in de marine gediend had: César Chávez. Chávez begon vanaf 1958 te rekruteren voor een landbouwvakbond als activist en organizer. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zou de Chicano Movement, die hij mede oprichtte, het gebruik van scheldwoorden als wetback en vergelijkbare denigrerende woorden over Mexicaans-Amerikanen aan de kaak stellen. En vakbondsleider César Chávez zou de bekendste hispanic worden.

