Home Hongaars monument gedenkt deportatie Duitsers

Hongaars monument gedenkt deportatie Duitsers

  • Gepubliceerd op: 15 juli 2009
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Werner Bossmann/ Belgrado

Tweehonderdduizend Hongaarse Duitsers moesten na de Tweede Wereldoorlog hun geboorteland verlaten. Hun deportatie wordt nu herdacht met een monument in Budaörs.

Precies twee jaar heeft de verbanning van de ouders van Anton Roth geduurd. Ze maakten deel uit van de stroom van 200.000 Duitsers die tussen 1946 en 1948 hun geboorteland Hongarije moesten verlaten. ‘Ze zijn zo snel mogelijk teruggekomen. In Duitsland was er helemaal niets,’ zegt Roth. De terugkeer naar het familiehuis in Budaörs ging zonder problemen. No hard feelings, ook niet bij zoon Anton. Op een donderdagochtend in juni staat hij als lid van de plaatselijke blaaskapel te spelen bij de onthulling van een standbeeld voor het Hongaarse heersersgeslacht Hunyadi.

Budaörs heeft sinds dit voorjaar als eerste Hongaarse plaats een monument dat herinnert aan de gedwongen verhuizing van de Duitse Hongaren. Het Landesgedenkstätte der Vertreibung der Ungarndeutschen staat op een minder opvallende plaats dan het nieuwe Hunyadi-beeld – het staat achter de muur van de Alte Friedhof. Het monument bestaat uit een grindpad, een eikenhouten deur en een marmeren tafel in het blad waarvan een sleutel is afgebeeld. De baard van de sleutel heeft de vorm van een hart. Op de drempel staat de tekst: ‘Stop ook het kleinste beetje haat en zeg op tijd halt.’

De uittocht van de Duitsers begon op 19 januari 1946 in deze voorstad van Budapest. ‘Voordat de communisten de boel overnamen, was alles hier Duitstalig,’ weet Anton Roth uit de verhalen van zijn ouders. ‘De Duitsers werden als landverraders beschouwd, maar ze waren Hongaren als alle anderen.’ Dat blijkt in elk geval uit het monument voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog, naast de kerk in Budaörs. Unsere Toten hebben namen als Alajos Bittler, Antal Hartmeyer, Istvan Braun en Lörinc Drixler.

In de Vojvodina, de noordelijkste provincie van Servië, staan al twee monumenten voor verjaagde Duitsers. Het monument in Budaörs is echter meer dan een initiatief van overgebleven of teruggekeerde Schwaben. De onthulling werd bijgewoond door de voorzitter van het Hongaarse parlement, die zei zich plaatsvervangend te schamen voor de communistische collega’s die in 1946 de besluiten namen. President Solyom ging nog een stapje verder: hij vroeg ‘uit naam van Hongarije’ om vergiffenis aan de Ungarndeutsche.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.