Home ‘Het staat niet meer om liberaal te zijn’

‘Het staat niet meer om liberaal te zijn’

Marianne Wilschut

Journalist

Gepubliceerd op: 14 juli 2009

Update 7 april 2020

De negentiende eeuw wordt wel eens omschreven als de eeuw van het liberalisme. In de eerste helft van de twintigste eeuw raakte de stroming echter op zijn retour. Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1918 heeft Nederland geen liberale premier meer gehad. De teruggang van de liberalen is echter niet alleen terug te voeren op het algemeen kiesrecht, meent historicus en VVD’er Patrick van Schie. 

Toen de liberalen bij de verkiezingen van 1937 niet meer dan vier van de honderd zetels wisten te behalen, schreef Het Liberale Weekblad over dit teleurstellende resultaat: ‘Hetgeen wij tegen hebben waarde geestverwanten, dat is de mode. Het staat niet meer om liberaal te zijn.’ Hiermee sloeg het blad de spijker op zijn kop, meent Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD.

Van Schie, die onlangs promoveerde op de geschiedenis van de voorlopers van zijn partij, constateerde dat de liberalen er moeite mee hadden om in de nieuwe tijdgeest hun draai te vinden. Daardoor slaagden ze er niet in de kiezers een duidelijk eigen gezicht te presenteren.

Stond in de negentiende eeuw het individu nog centraal, in de eerste helft van de twintigste eeuw zag men meer toekomst in grotere, organische verbanden. Ook verwachtte men heil van een maatschappij waarin de staat zich meer met de burgers bemoeit. Mede hierdoor wisten de confessionelen en socialisten sterke zuilen op te bouwen. De liberalen, die sowieso niets van die hele verzuiling moesten hebben, raakten onderling juist verdeeld over zaken als staatsbemoeienis en de rol van godsdienst in de samenleving.

In 1901 hadden de vrijzinnig-democraten zich afgesplitst van de liberalen. Zij gingen verder als Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) en profileerden zich als een brugpartij tussen de liberalen en sociaal-democraten. De overgebleven liberalen organiseerden zich in de Liberale Unie (LU) en de Bond van Vrije Liberalen (BVL). De vrijzinnig-democraten en de liberalen trokken echter nog wel af en toe gezamenlijk op in de verkiezingen. Het kabinet dat premier Cort van der Linden in 1913 formeerde stond formeel los van de partijen, maar was in feite een kabinet van liberalen en vrijzinnig-democraten.

Dit kabinet maakte een einde aan de schoolstrijd en de kiesrechtstrijd. Deze uitruil met de confessionelen – de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs tegen de invoering van het algemeen mannenkiesrecht – wordt ook wel de Pacificatie genoemd. ‘De meeste historici gaan ervan uit dat de ruil voor beide partijen bevredigend was,’ zegt Van Schie. ‘Maar dat was hij voor veel liberalen allerminst. Zij zagen met lede ogen hoe het openbaar onderwijs, dat het kind zelfstandig wilde leren nadenken, werd verdrukt.

Ook de vervanging van het districtenstelsel door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging met partijlijsten was tegen het zere been van veel liberalen. Zij vreesden dat de directe band van kiezers met individuele Kamerleden zou worden vervangen door een stelsel waarin partijbonzen in plaats van de kiezers gingen uitmaken wie er in de Kamer kwam.’

De teleurstelling over de grondwetsherziening van 1917 en onvrede over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog waren een voedingsbodem voor nieuwe liberale splinterpartijen. Deze fuseerden in 1921 met de LU en de BVL. ‘Deze Vrijheidsbond wilde elk wat wils bieden en stelde daardoor slappe compromissen op,’ vindt Van Schie. Ook ging zij de concurrentie aan met de confessionelen door christelijke kiezers voor te houden dat die ook bij haar terechtkonden. Daarnaast stemde de partij tijdens de crisis van de jaren dertig in met protectionistische maatregelen om de economie te beschermen. Dit tot ongenoegen van een deel van de achterban.

‘Al deze factoren maakten dat de stroming zijn gezicht verloor en vanaf 1918 steeds meer zetels kwijtraakte,’ analyseert Van Schie. ‘Het was echter niet zo dat het liberalisme voor de gewone man niet aantrekkelijk was. Bij de verkiezingen van 1913 scoorden de liberalen bijvoorbeeld goed in arme Drentse kiesdistricten.’

P. van Schie, Vrijheidsstreven in verdrukking. Liberale partijpolitiek in Nederland 1901-1940, 504 p. Boom, euro 35,00

Nieuwste berichten

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Artikel

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad

De Russen gaan van 18 tot en met 20 september naar de stembus om de 450 leden van het parlement – de Staatsdoema – te kiezen. Dat deze verkiezingen geen ‘feest van de democratie’ zijn, past in de politieke geschiedenis van Rusland. Een echte parlementaire cultuur kon daar nooit opbloeien 4 oktober 1993. Tanks die...

Lees meer
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Artikel

Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten

Zogenaamd om stemfraude bij de komende congresverkiezingen in Amerika te voorkomen, pleit Donald Trump voor landelijke regels die voor alle staten moeten gelden. Hij is er wat laat mee, want de echte wanpraktijken bij Amerikaanse verkiezingen dateren vooral van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit artikel krijg je van...

Lees meer
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Artikel

Iraanse sporters dagen de macht uit

In Iran vormen sport, protest en politiek al eeuwenlang een nauw verweven, maar ook conflictueuze drie-eenheid. Nu zijn het vaak vrouwelijke voetballers die van zich laten horen. Ooit waren het worstelaars, vertelt politicoloog Caroline Azad. Gholamreza Takhti is een legende in Iran. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd deze worstelaar – ‘met...

Lees meer
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Artikel

Artsen zonder Grenzen: onafhankelijk, maar nooit apolitiek

Een groep artsen die vond dat het Rode Kruis niet genoeg deed tegen mensenrechtenschendingen in Biafra, stichtte in 1971 de medische hulporganisatie Artsen zonder Grenzen. De initiatiefnemers wilden volledig apolitiek opereren, maar dat bleek in de praktijk vrijwel onmogelijk. Médecins Sans Frontières (MSF), de moederorganisatie van Artsen zonder Grenzen, is een medische internationale hulporganisatie. Momenteel biedt MSF hulp in Nepal na een dodelijke overstroming en is de organisatie werkzaam in Oekraïne en Gaza, waar ze...

Lees meer
Loginmenu afsluiten