Home Het gehucht Wilsveen werd bijna een grote stad

Het gehucht Wilsveen werd bijna een grote stad

Tussen Leidschendam en Zoetermeer ligt het buurtschap Wilsveen. Het scheelde weinig of dit dorpje had plaatsgemaakt voor een stad die groter zou worden dan Delft. De inwoners van het gehucht waren overgeleverd aan de belangen van de grote steden in de Randstad.

Dijkhuisjes in Wilsveen
Dijkhuisjes in Wilsveen

Mark Traa

Journalist en schrijver

Gepubliceerd op: 4 april 2024

Update 13 november 2025

Wilsveen is klein. Zo klein dat het geen eigen plaatsnaambord heeft. Het is eigenlijk één provinciale weg, die niet toevallig ook Wilsveen heet. Het bestaat uit zo’n vijftig woningen, drie molens en een kleine begraafplaats. Vroeger had Wilsveen een café en een kruidenierswinkeltje, maar die tijd is voorbij. Aan weerszijden van de dunne strook bebouwing strekt zich de weidse Driemanspolder uit. Over de weg rijdt vooral sluipverkeer tussen Leidschendam en Zoetermeer, de steden die de weg verbindt.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in je inbox.

Weinig automobilisten zullen weten dat dit gehucht ooit de voorpagina’s van alle kranten haalde. Want in het kabinet en de Tweede Kamer is eindeloos gedebatteerd over Wilsveen. Jarenlang vlogen plaatselijke bestuurders elkaar in de haren over het idyllische plaatsje. Niet zo vreemd: er zouden ooit meer dan honderdduizend mensen moeten gaan wonen. Het gehucht moest de omvang krijgen van Delft, Venlo of Deventer.

Het gehucht moest de omvang krijgen van Delft, Venlo of Deventer

Wilsveen zou worden weggevaagd

‘Hier zal straks het centrum van de nieuwe grootstad verrijzen,’ schreef dagblad Het Binnenhof in november 1958. ‘Een centrum met een twintigste-eeuws stadhuis, kerken, theaters, bioscopen en alles wat het hart van een moderne stad vraagt. Rondom dit middelpunt zullen zich de vijf grote wijken van de stad Wilsveen groeperen, wijken met een bebouwing van veertig woningen per hectare, met trein- en busverbindingen.’ Het laat zich raden hoe de inwoners van Wilsveen zich voelden toen ze hoorden dat hun dorpje zou worden weggevaagd.

Maar in de jaren vijftig leek er weinig andere keus. Nederland bouwde zichzelf weer op na de oorlogsjaren en de woningnood was schrijnend. Ook in Den Haag, dat alleen maar oostwaarts kon uitdijen. De stad moest onderdak zoeken voor honderdduizenden mensen, maar dat was niet haalbaar met alleen nieuwbouwwijken op eigen grond. Bovendien moest er ook groene ruimte overblijven. Idealiter werd er een geheel nieuwe stad gebouwd op fietsafstand van Den Haag, maar wel los ervan. Zo kwam Wilsveen in beeld, het gehucht dat dertien kilometer van het Haagse centrum lag.

‘Zelden is zoveel gepraat over een niet-bestaande stad’

Het plan voor een nieuwe stad, dat in 1957 uit de koker kwam van het gemeentebestuur van Den Haag, belandde al snel in een bijna onontwarbare kluwen van belanghebbende partijen: de provincie, het Rijk en andere steden in de Randstad. Die hadden allemaal hun eigen ideeën over woningbouw in het gebied. Delft wilde liever een nieuwe stad bouwen bij Pijnacker − tussen Den Haag en Rotterdam. Ook de Provinciale Planologische Dienst zag meer heil in dat plan: konden de nieuwe Hagenaars daar niet gaan wonen? Den Haag vreesde dat die locatie vooral Rotterdammers zou aanzuigen.

Tweede Kamer niet enthousiast

Wilsveen zou niet goedkoop worden: in de voorgaande eeuwen was het veen rond het dorp metersdiep afgegraven voor gebruik in de omringende steden. Er moest daarom een metershoge zandlaag worden aangebracht voordat er kon worden gebouwd. Maar zelfs dan was Wilsveen te verkiezen boven Pijnacker, vond de gemeente Den Haag. Wilsveen kon sneller worden gerealiseerd en zou uiteindelijk minder geld kosten. De verbindingen en bodemgesteldheid waren beter, er zou meer ruimte zijn voor recreatie en er zouden minder bestuurlijke problemen zijn. Naburige gemeenten als Rijswijk, Nootdorp, Voorburg en Leidschendam sloten zich hierbij aan.

In november 1958 leek ook politiek Den Haag om. De ministers Herman Witte (Volkshuisvesting) en Teun Struycken (Binnenlandse Zaken) gaven hun zegen aan het plan-Wilsveen, maar wilden de nieuwe stad in eerste instantie wel laten besturen door vertegenwoordigers uit Den Haag, Rijkswijk, Voorburg, Leidschendam en Wassenaar. Later zou de nieuwe stad op eigen bestuurlijke benen kunnen staan. Maar het laatste woord was daarmee nog niet mee gezegd. Ook Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland bleek meer te zien in de uitbreiding van Pijnacker. Dat plan zou meer rekening houden met de andere steden in de Randstad.

Het kabinet Drees-IV was voorstander van het plan rond Wilsveen. Bron: Wikimedia/Spaarnestad Photo.
Het kabinet Drees-IV was voorstander van het plan. Bron: Wikimedia/Spaarnestad Photo.

Na de val van het kabinet-Drees IV, in december 1958, belandde het plan-Wilsveen in de ijskast. Toen het in de loop van 1959 weer werd opgepakt, was de Tweede Kamer niet enthousiast. Het was onvoldoende doordacht, klonk het in een commissievergadering. Ook het plan-Pijnacker kreeg de handen niet op elkaar; de Kamer vond het logischer om Zoetermeer uit te breiden. Die stad lag iets verder weg van Den Haag, maar dat was geen punt meer. Bovendien stond de gemeente Zoetermeer er volledig voor open.

Verdeeldheid over Wilsveen groeit

Een belangrijk bezwaar tegen Wilsveen was dat het Groene Hart in de knel zou komen. De bebouwing in de Randstad was daar niet voor niets zorgvuldig omheen gedrapeerd. Mede daarom was de Kamer in november 1960 bij een nieuwe behandeling nog steeds niet enthousiast. ‘Er zal zelden zoveel gepraat, geschreven en gedacht zijn over een niet-bestaande stad, als over de papieren stad Wilsveen,’ schreef het Algemeen Dagblad. ‘Er is nog geen paal in de grond, maar voor honderdduizenden Nederlanders heeft de naam Wilsveen al een bekende klank.’

Wilsveen was gered en zakte weer weg in de vergetelheid

Een paar maanden later was de verdeeldheid onder de betrokken gemeenten rond Den Haag alleen maar gegroeid. Ook belangenorganisaties van landbouwers zagen het niet zitten, en de Wilsveeners zelf hadden zich verenigd in een actiecomité om het plan te dwarsbomen. In januari 1962 moest De Tijd vaststellen dat ‘er niet veel meer zijn die in Wilsveen geloven’. Het dossier had inmiddels ‘schrikbarende vormen’ aangenomen, schreef de krant. Later dat jaar werd Zoetermeer aangewezen als groeikern van Den Haag en dijde het dorp uit tot een stad met inmiddels meer dan 120.000 inwoners. Wilsveen was gered van de bulldozers en zakte weer weg in de vergetelheid, waar eigenlijk alle idyllische dorpjes thuishoren.

Openingsafbeelding: Dijkhuisjes in Wilsveen. Bron: Wikimedia/Loranchet

Nieuwste berichten

Jezus heeft al een wijkende haarlijn
Jezus heeft al een wijkende haarlijn
Beeldessay

Hoe Jezus van een oud mannetje een echte baby werd

In de Middeleeuwen werd het Christuskind aanvankelijk als lelijk oud mannetje geschilderd. Later veranderde hij in een normale baby. Waarom? Middeleeuwers geloofden dat Jezus perfect en volledig onveranderd ter aarde was gekomen. Het idee van een hulpeloze, kwetsbare baby die nog moest groeien en poepbroeken had, paste niet bij het beeld van een almachtige God....

Lees meer
Docentenstaking op het Malieveld in 1982
Docentenstaking op het Malieveld in 1982
Artikel

Oud-minister heeft geen spijt van onderwijsbezuiniging

Onderwijsminister Rianne Letschert wil het lerarentekort binnen vier jaar oplossen. In 1982 trokken leraren nog naar het Malieveld omdat ze vanwege een lerarenoverschot vreesden voor hun baan. Hoe konden er zoveel werkloze leerkrachten zijn? Het lerarenoverschot in de jaren tachtig was een gevolg van beleid dat eind jaren veertig begon. Vlak na het einde van...

Lees meer
De bilbiotheek in het Hodshonhuis
De bilbiotheek in het Hodshonhuis
Artikel

Van Jefferson tot Einstein: de rijke geschiedenis van het Hodshon huis

Bezoekers van het Geschiedenis Festival kunnen op 17 oktober lezingen volgen op een nieuwe locatie: het Hodshonhuis in Haarlem. Een eeuw geleden bezochten Albert Einstein en Marie Curie dat stadspaleis om het jubileum van een beroemde Nederlandse wetenschapper te vieren. Het Hodshonhuis herbergt sinds 1841 de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, sinds 2002 Koninklijk (KHMW). ‘Zij...

Lees meer
De eerste ivf-baby Louise Joy Brown en haar moeder bij de Phil Donahue Show in 1979.
De eerste ivf-baby Louise Joy Brown en haar moeder bij de Phil Donahue Show in 1979.
Artikel

De geschiedenis van ivf: een baby uit een buisje

De geboorte van de eerste ivf-baby veroorzaakte wereldwijd een sensatie. Maar er waren ook zorgen: konden via embryoselectie voortaan ‘superieure mensen’ worden gecreëerd? En bracht kunstmatige bevruchting het traditionele gezin niet in gevaar? Op 25 juli 1978 werd de Britse Louise Joy Brown geboren. Een blakende baby van 2,6 kilogram die met een keizersnede ter...

Lees meer
Loginmenu afsluiten