Home Een verdwaalde hippie: BLOW

Een verdwaalde hippie: BLOW

  • Gepubliceerd op: 3 juli 2001
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Paul van de Graaf

`We blew it,’ zegt de ene hippie tegen de andere aan het slot van de film Easy Rider. Wat ze precies hebben verknald is niet helemaal duidelijk. Hun idealen? De drugshandel waarmee ze hun alternatieve levensstijl bekostigen? Hoe het ook zij, even verderop worden ze beiden door een paar rednecks overhoopgeknald en is het sprookje uit.

        Easy Rider vertolkte in 1969 het geloof in een verhevener wereld. Liefde, vrede, vrijheid, gelijkheid – jongeren van alle generaties streven ernaar, tot ze hun abstracte idealen omruilen voor tastbaarder zaken als een baan, een gezin en een hypotheek. Maar de dromen van de babyboomgeneratie waren een tikje overspannen, waardoor het doorprikken van de idealen een pijnlijk proces was. In de film Blow wordt daar met eigentijdse stijlmiddelen verslag van gedaan; een ravissante stroom van beeld en geluid raast in hoog tempo van het einde van de jaren zestig naar het begin van de jaren negentig. Gaandeweg verandert de gemoedelijke sfeer vol gemeenschapszin in spijkerhard cynisme. De weelderige kleding wordt slonzig, de vrolijke deuntjes worden strak en hard.
        Bij de aftiteling komt het hoofd in beeld van George Jung, wiens werdegang in de voorliggende twee uur is vertolkt door Johnny Depp. Jung – tegen de zestig nu – zit al ruim tien jaar in de gevangenis en zal pas in 2014 vrijkomen. Hij heeft nog altijd lang haar. In 1968 trok hij met een vriend naar Californië, waar zich een wereld van vrije seks en drugs opende. Geestverruimende middelen, mits op de juiste wijze gebruikt, moesten de mens op een hoger plan brengen. Hebzucht, afgunst, haat en agressie zouden als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dat juist deze emoties door gebruik van en handel in drugs tot ongekende hoogten oplaaiden, is te zien in Blow.
        Zodra Jung doorheeft dat de vraag het aanbod verre overstijgt, zet hij met jongensachtige charme een gouden handeltje op in softdrugs. Maar, zoals een koerier hem meedeelt, met wie hij in een gammel vliegtuigje opstijgt om in Mexico een partij wiet op te halen: `Niet het opstijgen is het probleem, maar het landen.’ Aanvankelijk handelt Jung uitsluitend in marihuana, overtuigd van de heilzame effecten op de menselijke geest. Als zijn vriendin spontaan een bloedneus krijgt, komt dat niet door coke-snuiven maar door kanker, waaraan ze overlijdt als Jung voor het eerst vastzit. Dan ontspoort hij: `Ik draaide de bak in met een bachelorsgraad in marihuana; ik kwam eruit met een doctorstitel in cocaïne.’
        Het sluit aan bij de omslag in maatschappelijke waarden: geldingsdrang in plaats van mededogen. Elke tijd krijgt de drug die hij verdient, en halverwege de jaren zeventig is de markt klaar voor krachtige pepmiddelen. Jung maakt kennis met de meedogenloze Colombiaanse drugsbaron Pablo Escabor en introduceert het in die tijd nog marginale witte poeder op grote schaal in de Verenigde Staten. Het Medellin-kartel krijgt grip op de Amerikaanse drugsmarkt, maar verliest die weer als Escobar eind 1993 in een kogelregen van de federale politie loopt. Jung zit dan al, na herhaaldelijk tegen de lamp te zijn gelopen, veilig opgesloten.
        Het beeld van Jung in Blow, gebaseerd op de gelijknamige biografie van Bruce Porter, doet op z’n minst de wenkbrauwen fronsen. Eind jaren zeventig zou Jung verantwoordelijk zijn geweest voor 85 procent van de totale cocaïnedistributie in de Verenigde Staten. Collega’s uit het milieu, dat niet bekendstaat om z’n zachtzinnige omgangsvormen, belazeren hem aan de lopende band. Toch gebruikt Jung, het trekken van een ongeladen pistool daargelaten, nooit geweld. Hij loopt rond als een verdwaalde hippie. Liefde is de stuwende kracht in zijn leven. Als zijn Cubaanse vrouw hem verraden en verlaten heeft omdat de zaken instorten, beweegt alleen de liefde voor zijn dochtertje hem tot een nieuw drugstransport. Zijn moeder luist hem erin, maar hij blijft contact zoeken met zijn ouders omdat hij zoveel van zijn vader houdt.
        `We hadden een droom… Wat is daarmee gebeurd?’ vraagt een drugskameraad zich af. Maar over welke droom heeft hij het toch? De makers van Blow, zelf babyboomers en neohippies, houden het op vrijheid en naastenliefde. Die droom, in de persoon van Jung, eindigt bitter achter tralies. Zijn dochtertje, geboren in de jaren zeventig, keert zich van hem af, terwijl hijzelf zijn vader tot zijn dood blijft eren. Maar hebben figuren als Jung, met hun schaamteloze zelfverrijking en hypocriete egotripperij, niet eigenhandig gezaaid wat in de decennia erna is geoogst?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.