Home Dirck Coornhert lag altijd dwars

Dirck Coornhert lag altijd dwars

  • Gepubliceerd op: 18 juni 2019
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Femke Deen
Dirck Coornhert lag altijd dwars

Veel van zijn zestiende-eeuwse tijdgenoten konden zijn bloed wel drinken. Dirck Volckertsz. Coornhert was voor godsdienstvrijheid, tegen religieuze dwang en voor afschaffing van de doodstraf. In talloze geschriften getuigde hij van deze radicale opvattingen. Tegenwoordig geldt hij als een grondlegger van de Verlichting.

Dirck Volckertz. Coornhert was zeventien jaar oud toen hij in 1539 trouwde met een twaalf jaar oudere vrouw die ook nog eens onbemiddeld was. Zijn ouders waren diep geschokt, ook omdat de zus van Coornherts toekomstige vrouw de minnares was van Reinoud III, graaf van Brederode, en onterfden hem. De jonge Coornhert moest voortaan zijn eigen kost verdienen. Dat moet niet zijn meegevallen voor een jongen die was opgegroeid in het rijke gedeelte van de Warmoesstraat, als zoon van een welgestelde lakenkoopman. Hij en zijn kersverse vrouw Neeltje Simonsdr., trokken weg uit Amsterdam. Het was de start van een veelzijdige carrière, die Coornhert beroemd en berucht zou maken.

De dwarse keuze voor zijn bruid kenmerkt het karakter van Coornhert. Hij koos nooit voor de gemakkelijke weg. Toen Coornhert in 1590 overleed, noteerde een tijdgenoot in zijn dagboek over hem: ‘Hij was geboren om tegen te spreken.’ Er was geen godsdienstige stroming of kerk waartegen Coornhert zich níét vroeg of laat publiekelijk en in felle bewoordingen uitsprak. De geleerde had een immense weerzin tegen kerkelijk gezaghebbers die in zijn ogen de zoektocht naar het ware geloof dwarsboomden. Door zowel de katholieke als de gereformeerde kerk werd Coornhert verketterd, en hij moest verschillende keren vluchten uit angst voor zijn leven.
 

Godsdienstige spanningen

Na zijn vertrek uit Amsterdam kwam Coornhert via zijn schoonzus terecht aan het hof van Reinoud III van Brederode in Vianen. Zijn betrekking als hofmeester paste niet bij hem, maar was wel van belang voor zijn verdere vorming. Via de goedgevulde bibliotheek op slot Batestein kwam Coornhert in aanraking met de klassieke auteurs en dissidente literatuur. Hij raakte onder meer geïnspireerd door de ideeën van de spiritualist Sebastian Franck, die een afkeer had van de institutionele kerken en zich richtte op de innerlijke verlichting van de geest.

Twee jaar verbleven Coornhert en zijn vrouw in Vianen. Daarna trok het echtpaar naar Haarlem, waar Coornhert gedurende vijftien jaar de kost verdiende als graveur en etser. In zijn vrije tijd leerde hij zichzelf Latijn en legde hij zich toe op het bestuderen en vertalen van de klassieken. Na een uitstapje als mede-eigenaar van een drukkerij vestigde Coornhert zich in 1561 als notaris. En een jaar later werd hij ingezworen als stadssecretaris van Haarlem.

Na zijn vertrek uit Amsterdam kwam Coornhert via zijn schoonzus terecht aan het hof van Reinoud III van Brederode in Vianen.

In de Nederlanden liepen de godsdienstige spanningen intussen op. De Reformatie greep om zich heen. De katholieke koning Filips II reageerde door ketters nog strenger dan voorheen te vervolgen. Daarmee wekte hij alleen maar meer verzet op. Coornhert, die zelf uitvoerig de Bijbel had bestudeerd, zag met afgrijzen hoe de godsdienststrijd steeds meer slachtoffers eiste. Dat er bloed werd vergoten in de naam van de God van liefde, vond hij volstrekt onlogisch.

Hij hield trouwens niet alleen de rooms-katholieke kerk verantwoordelijk. Zijn eerste publieke traktaat uit 1560 richtte zich tegen de reformatoren Johannes Calvijn en Menno Simons, die hun volgers opriepen hun geloof publiekelijk te belijden, ook als dat betekende dat ze hiervoor op de brandstapel zouden eindigen. De twee theologen hadden het bloed van de geloofsmartelaren aan hun handen, aldus Coornhert.
 

De mens is goed

Zijn opvatting dat de overheid haar onderdanen geen geloof mocht opleggen, leverde hem eeuwen later de reputatie op van grondlegger van de Verlichting. Een van de pijlers van zijn gedachtegoed was dat iedereen zelf moest kunnen bepalen welke godsdienst hij of zij aanhing. Het geloof was een innerlijke zaak; daarmee hadden wereldse instituties niets te maken. Sterker nog: de hiërarchie en de onzinnige ceremoniën en uiterlijkheden van de ‘zichtbare kerken’ konden het bereiken van het ware geloof in de weg staan.

Een andere belangrijke pijler was zijn geloof in het goede van de mens. De overtuiging dat Adam door de appel aan te nemen van Eva de gehele mensheid in zonde had gestort, was volgens hem onzin. De mens beschikte wel degelijk over een vrije wil en was dus niet al bij voorbaat tot verdorvenheid gedoemd. De erfzondeleer was volgens Coornhert onbijbels. Ook de predestinatieleer verwierp hij als een ‘monstrueuze opinie’. Dat God al een deel van de mensen bij voorbaat had uitverkoren en het andere deel verdoemd, druiste volgens hem volledig in tegen een God van liefde. Het maakte bovendien dat mensen niet bepaald gemotiveerd meer waren om hun leven te beteren. Mensen hadden volgens Coornhert wel degelijk zelf invloed op hun lotsbestemming. Door het gebruik van de rede en goed gedrag kon de mens volmaaktheid bereiken.

Zijn opvatting dat de overheid haar onderdanen geen geloof mocht opleggen, leverde hem eeuwen later de reputatie op van grondlegger van de Verlichting.

Zijn gedachtegoed was dan misschien te radicaal voor de meeste van zijn tijdgenoten, maar in Willem van Oranje vond Coornhert een geestverwant. Oranje was een van de leiders van het verzet tegen Filips II, en net als Coornhert voorstander van godsdienstvrijheid. Coornhert raakte betrokken bij Oranjes verzetsbeweging en zag in de prins de ideale vorst.

Toen Oranje in 1567 naar Duitsland vluchtte uit angst voor de vergeldingsmaatregelen van de hertog van Alva, vluchtte Coornhert ook. Maar in tegenstelling tot de prins keerde Coornhert na korte tijd terug naar Haarlem. De voormalige stadssecretaris dacht ongetwijfeld dat hij veilig was – hij had immers geholpen de beeldenstorm in zijn stad af te wenden. Coornhert kreeg ongelijk. Zijn eerdere vlucht en de samenwerking met Oranje waren genoeg redenen voor de hertog van Alva om hem gevangen te zetten.
 

Brandmerken en neus splijten

Tijdens zijn gevangenschap in Den Haag schreef Coornhert het traktaat Boeven-Tucht ofte middelen tot mindering der schadelijke ledighghanghers. Hij pleitte in de tekst voor een andere manier van straffen. De doodstraf en verminking moesten volgens hem worden afgeschaft. In plaats daarvan moesten misdadigers dwangarbeid verrichten. Boeven-Tucht wordt vaak gezien als een pleidooi voor mildheid, maar Coornhert vond juist dat er harder moest worden opgetreden tegen criminaliteit. Met de doodstraf kwam een misdadiger er relatief makkelijk vanaf, meende hij. Dwangarbeid was een ‘straf bitterder dan de dood’.

De tekst loopt door onder de afbeelding.


Het Rasphuis aan de Heiligeweg in Amsterdam. In de geest van Coornhert worden hier vanaf 1589 gevangenen heropgevoed.

Coornhert was een van de eersten die zich uitlieten over de mogelijkheid van heropvoeding door dwangarbeid. Het past naadloos binnen zijn opvattingen over het vermogen van mensen om zich te verbeteren. Zware misdadigers dienden te roeien op de galeien en te helpen bij de landwinning. Daarnaast moesten er speciale stadsgevangenissen komen waar gevangenen nuttig werk deden en tegelijk een ambacht leerden. Zijn voorstel om misdadigers die een halsmisdaad hadden begaan te brandmerken of hun neus te splijten komt niet bepaald zachtzinnig over, maar Coornhert benadrukte dat deze verminkingen geen straf op zich waren. Ze dienden alleen om de pakkans te vergroten bij ontsnapping.

Boeven-Tucht leverde Coornhert de reputatie op van een van de eerste hervormers van het strafrecht. Zijn opvattingen dienden waarschijnlijk als inspiratiebron voor het Amsterdamse Rasphuis en Spinhuis. Het Rasphuis werd in 1589 opgericht: gevangenen besteedden er hun tijd aan het raspen van hout als ingrediënt voor de verfindustrie – vandaar de naam. Enkele jaren later konden ook veroordeelde vrouwen weer op het rechte pad worden gebracht in het Spinhuis, waar ze moesten spinnen en naaien. In de periode erna werd door heel Europa dit soort ‘verbeterhuizen’ opgericht.

Gruweldaden van de geuzen

Coornhert wist uiteindelijk te ontsnappen en vluchtte naar Duitsland. Vier jaar leefde hij in ballingschap, in Keulen, Gogh, Emden en uiteindelijk in Xanten. Noodgedwongen moest hij weer de kost verdienen als graveur. Daarnaast zet hij zich in voor de zaak van Willem van Oranje, die van plan was om Alva met geweld uit de Nederlanden te verjagen. Hij zette zijn literaire talent in om geuzenliederen te componeren – er is zelfs geopperd dat hij de auteur is van het Wilhelmus.

De tekst loopt door onder de afbeelding.


Coornhert onderzoekt de wandadenvan de watergeuzen tegenkatholieke geestelijken, zoals hier in Gorcum. Prent van Cesare Fracassini uit 1867.

In 1572, nadat delen van Holland en Zeeland zich bij Oranje en de geuzen hadden aangesloten, keerde Coornhert terug naar Holland. Op verzoek van Willem van Oranje trad hij in dienst van de Staten van Holland als secretaris. Hij kreeg de opdracht een onderzoek in te stellen naar de gruweldaden die geuzenkapiteins als Lumeij en Sonoy tijdens de ‘bevrijding’ hadden begaan tegen katholieke geestelijken. Vooral Lumeij was woedend toen hij begreep dat de conclusies van Coornhert er niet om logen. Hij gaf zijn mannen opdracht de secretaris te laten vermoorden. Daarop vluchtte Coornhert naar Duitsland, waar hij zijn werk als graveur opnieuw oppakte. Vanuit Xanten schreef hij in 1576 een publiek traktaat waarin hij Filips II als zijn wettige vorst erkende.

Oranje had in de tussentijd openlijk de kant van de calvinisten gekozen. Dat zorgde voor een verwijdering tussen Oranje en Coornhert. De weerzin van de laatste tegen de onverzoenlijkheid van de gereformeerde kerk was alleen maar toegenomen. Toen Coornhert zich een jaar na het verschijnen van dit traktaat weer in de Nederlanden vestigde, was Oranje daar niet bepaald gelukkig mee. Hij kende de kritische pen van zijn vriend en wist dat Coornhert niet zou schuwen die te gebruiken.

Breed publiek

Inderdaad richtte Coornhert zich vanaf zijn terugkeer in 1577 in een serie provocatieve geschriften tegen de gereformeerde kerk. In de opstandige staten mocht iedereen in theorie zijn eigen geloof aanhangen, maar de gereformeerde godsdienst was de enige die publiekelijk mocht worden uitgeoefend. Er was dus wel sprake van gewetensvrijheid, maar niet van godsdienstvrijheid. Steeds meer werd de katholieke godsdienst teruggedrongen uit de publieke ruimte. Coornhert wierp zich op als spreekbuis voor het katholieke deel van de bevolking. ‘Dwang maakt de overheid gehaat,’ meende hij.

Zeer provocatief was bijvoorbeeld zijn stelling dat de katholieke inquisitie ingeruild werd voor een gereformeerde inquisitie. Ketterij, in welke vorm dan ook, mocht niet door de overheid worden bestraft. Geloven was een zaak van de geest, en wereldlijke instituties moesten zich daar verre van houden: ‘God alleen mag de ziel doden.’ Dit was een gevoelig punt binnen de gereformeerde kerk, en Coornherts gedachtegoed vond dan ook weerklank onder sommige predikanten en leden van de stadsbesturen.

Zeer provocatief was bijvoorbeeld zijn stelling dat de katholieke inquisitie ingeruild werd voor een gereformeerde inquisitie.

In traktaten, prenten, gedichten, dialogen, toneelstukken en brieven uitte hij zijn kritiek. Dat deed hij bewust in de volkstaal, om zijn ideeën zo breed mogelijk te verspreiden. Ook zijn eenvoudige argumentatie droeg bij aan de toegankelijkheid van zijn teksten. Keer op keer ging Coornhert publiekelijk de confrontatie aan met zijn tegenstanders in zijn pogingen de mens te verheffen. ‘Onwetend blijven is de enige zonde van de mens en de oorzaak van elke dwaling,’ schreef hij.

De autoriteiten namen het Coornhert zeer kwalijk dat hij bewust zijn meningen verspreidde onder een breed publiek. Met zijn kritiek verstoorde Coornhert volgens de Staten de openbare orde. Ze stelden een publicatieverbod in, dat Coornhert vervulde van woede. Vrije meningsuiting stond voor hem gelijk aan gewetensvrijheid. Sterker nog: het verbieden van de vrijheid van opinie stond gelijk aan tirannie, aldus Coornhert. Ook daarin was hij zijn tijd ver vooruit, want pas vanaf de periode van de Verlichting werd de opvatting breed gedeeld dat persvrijheid wenselijk was.
 

Valse leer

In een aantal geruchtmakende openbare debatten ging hij de strijd aan met gereformeerde predikanten. In 1583 kruiste hij bijvoorbeeld de degens met de theoloog Adrianus Saravia over de Heidelbergse catechismus, een van de officiële geloofsbelijdenissen van de gereformeerde kerk. Volgens Coornhert was de catechismus een valse leer – ‘een zo schadelijke leer dat alle mensen zich daarvoor moeten hoeden als voor een dodelijk gif voor de ziel.’ Zo’n directe aanval op de publieke kerk was ongehoord; Coornhert werd er zelfs van beschuldigd een landverrader te zijn. In 1585, een jaar na de dood van zijn vrouw Neeltje, voelde hij zich zo bedreigd dat hij uitweek naar Emden. Het jaar erop keerde hij weer terug, en vestigde zich noodgedwongen in Gouda toen hij in Delft niet welkom bleek.



Coornhert is wel verweten ‘onverdraagzaam in de naam van verdraaglijkheid’ te zijn. Dat hij zijn tegenstanders tegen zich in het harnas joeg met zijn bewuste provocaties en zijn weinig inschikkelijke, soms zelfingenomen houding, nam hij voor lief. Hij voelde een enorme drang zijn lezers en toehoorders te onderwijzen. Kennis verspreiden was zijn doel, en uiteindelijk daardoor de mens verheffen.

Hij stierf in 1590 op 68-jarige leeftijd in het harnas. Tot twee weken voor zijn dood schreef hij nog aan een antwoord op Justus Lipsius, de rector magnificus van de Universiteit van Leiden, met wie hij in een heftige polemiek was verwikkeld over godsdienstdwang.
 
Femke Deen is historicus.
 
Meer weten:
 
Dirck Volckertszn Coornhert (2009) door Mirjam van Veen.
Leven en werk van Dirck Volckertsz Coornhert (1978) door H. Bonger.
Disputation by Decree (2010) door Marianne Roobol.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.