Home De grootste marketingtruc

De grootste marketingtruc

Katholieke kerken baadden vroeger in weelde en dat is nog steeds te zien. Het geld ervoor verwierven ze met de verkoop van aflaten. Een praktijk die nog altijd niet helemaal is verdwenen, zo merkte Annegreet van Bergen.

De grootste marketingtruc

Annegreet van Bergen

Schrijfster en journalist

Gepubliceerd op: 20 mei 2019

Update 25 juni 2024

Ik vond het vroeger als kind maar niks dat mijn vader met vakantie kerken wilde bezoeken. Als verklaard atheïst ging hij thuis nooit naar de kerk, waarom tijdens de vakantie dan wel? Tegenwoordig doe ik hetzelfde en vergaap ik me aan indrukwekkende bouwkunst en de onwaarschijnlijke pracht en praal in katholieke kerken. Ik kijk er ook met economenogen naar. Net als P.C. Hooft. Toen die in 1599 als 17-jarige de onlangs zo jammerlijk afgebrande Notre Dame in Parijs zag, vond hij het een lelijk gebouw. ‘Maer,’ zo besefte de Hollandse koopmanszoon en dichter in de dop, ‘wter maete groot is ende veel gecost moest hebben.’

Waar deden de katholieken het van? Hoe konden zij in de arme tijden van weleer de bouw van zulke majestueuze kathedralen bekostigen? En waarom baadden die kerken in zo’n grote weelde? Het antwoord ligt in wat wij thuis de grootste marketingtruc uit de westerse geschiedenis noemen: de aflaten.

Ik vond het vroeger als kind maar niks dat mijn vader met vakantie kerken wilde bezoeken.

De kiem hiervoor werd gelegd in de elfde eeuw. Toen kwamen de kerkvaders tot het inzicht dat niet alle zondaars onherroepelijk voor eeuwig en altijd in de hel belandden, maar dat er ook een soort doorgangshuis bestond, het vagevuur. Zondaars die het niet al te bont hadden gemaakt werden daar gelouterd voordat ze alsnog de hemel in mochten. Hoelang ze moesten branden hing af van de ernst van hun zonden. Bovendien konden ze hun verblijf bekorten door schenkingen aan de kerk te doen. In ruil daarvoor ontvingen ze aflaten, die meestal werden uitgedrukt in het aantal dagen of jaren waarmee hun vagevuurstraf werd bekort.

Aanvankelijk was geld alleen niet genoeg voor een aflaat. Er moest ook een vroom, godgevallig doel worden gediend. Bijvoorbeeld door te bidden. Maar dat hoefden zondaars niet per se zelf te doen; ze konden – tegen betaling – ook anderen voor zich láten bidden. Zo staat er in Zutphen het Adamanshuis. Ooit was dat een convent waarin arme weduwen en ongehuwde vrouwen de hele dag zaten te bidden voor het zielenheil van rijke zondaars. Hoe vaak ze voor iemand baden, hing af van wat diegene had betaald. Omdat de gebeden alleen werkten wanneer de naam van een zondaar werd genoemd, hielden conventen (soms tot op heden bewaarde) herinneringsadministraties bij waarin ze vastlegden voor wie ze wanneer moesten bidden. Ook voor het ondermaanse had dit alles belang, want voor menig convent waren de betalingen door de zondaars de voornaamste broodwinning.

Allengs werd een vroom, godgevallig doel steeds minder belangrijk en kwam er een directe band tussen geldelijk offer en aflaat. Aflaten waren gewoon bij de kerk te koop en werden grif verhandeld, waarbij het om enorme bedragen ging.

Aanvankelijk was geld alleen niet genoeg voor een aflaat.

In 1981 promoveerde Wim Vroom (what’s in a name?) op het proefschrift De financiering van de kathedraalbouw in de middeleeuwen. In staafdiagrammen laat hij zien wat tussen 1460 tot 1580 de inkomsten waren van de ‘domfabriek’, verantwoordelijk voor de bouw van de Utrechtse Dom. Bijdragen van het kapittel en inkomsten uit vermogensbezit vormden slechts een fractie van de binnenkomende gelden. De aflaten daarentegen waren veel belangrijker. Tussen 1480 en 1520 was zeker twee derde van de bouwgelden daaruit afkomstig. Na de Reformatie ging het bergafwaarts met alle inkomsten, met die uit hoofde van de aflaten helemaal. Na het Concilie van Trente (1545-1563, waar een eind aan de aflatenhandel werd gemaakt) komen de aflaten niet meer in de boeken voor.

Nog steeds is aan de kerk geschonken geld goed voor het zielenheil van overledenen. Hoewel mijn man (1943) de katholieke kerk allang de rug heeft toegekeerd, werd hem toch om geld gevraagd toen in 2011 een broer van hem overleed en een andere broer met Allerzielen een mis wilde laten opdragen. Ik vond het bizar dat, voor zover er al een hiernamaals is, het zielenheil van mijn zwager door onze offerbereidheid zou worden beïnvloed. Pure geldklopperij. Zou er bij ons in de Achterhoek niet een pastoortje zijn die het voor de helft wilde doen, probeerde ik nog. Maar voor de lieve vrede (hier op aarde, welteverstaan) betaalde mijn echtgenoot het gevraagde bedrag.

Roos (1945) weigerde echter ook maar één cent voor het zielenheil van haar overleden echtgenoot te geven. ‘Want,’ zo zegt ze, ‘als Cor niet in de hemel komt, wie dan wel?’ Zo denken steeds meer (ex-)katholieken. Eind van het liedje is bijvoorbeeld dat de Utrechtse Sint-Catharinakathedraal, de belangrijkste kerk van katholiek Nederland, zijn voortbestaan als kerk niet meer zeker is. En intussen is er haast geboden bij de herbouw van de Notre Dame, vooral omdat dit godshuis van weleer, net als vrijwel alle andere kerken, een toeristische trekpleister van jewelste is.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al voor €4,99 per maand.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 6 - 2019

Nieuwste berichten

Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald
Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald
Onderzoek

Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald

Enkel de waarheid zou als winnaar uit de strijd mogen komen. Met die ambitie begon het Joegoslaviëtribunaal (ICTV) in 1993 aan zijn taak. Maar het is er niet in geslaagd de historische waarheid over de Joegoslaviëoorlogen eenduidig te schetsen. Dat concludeert historicus en journalist Petar Finci in zijn proefschrift, dat hij op 23 september verdedigde...

Lees meer
Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken
Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken
Artikel

Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog entten witte artsen zwarte mensen in met het pokkenvirus, om nieuwe entstof te kweken voor de soldaten aan het front. Vaak gebruikten zij vrouwen en kinderen in slavernij. Die hadden zelf geen enkele keuze en moesten de risicovolle behandeling gedwongen ondergaan. De oorlog tussen de noordelijke en de zuidelijke staten van...

Lees meer
De Bronzen Soldaat (Estisch: Pronkssõdur) in Tallinn is een omstreden Sovjet-oorlogsmonument uit de Tweede Wereldoorlog.
De Bronzen Soldaat (Estisch: Pronkssõdur) in Tallinn is een omstreden Sovjet-oorlogsmonument uit de Tweede Wereldoorlog.
Artikel

Russische cyberaanval legde Estland negentien jaar geleden al grotendeels plat

Europese inlichtingendiensten waarschuwen dat Rusland ‘binnen enkele maanden’ de NAVO wil testen door hybride aanvallen uit te voeren. Dat zou niet voor het eerst zijn. Al in 2007 kreeg Estland te maken met Russische cyberaanvallen en nepnieuws, die de samenleving tijdelijk ontwrichtten. Het begon allemaal vanwege een standbeeld. In een stil hoekje van de militaire...

Lees meer
‘Een bekentenis door marteling was ook in de Middeleeuwen onvoldoende’
‘Een bekentenis door marteling was ook in de Middeleeuwen onvoldoende’
Interview

‘Een bekentenis door marteling was ook in de Middeleeuwen onvoldoende’

De berechting van de ‘architect van de 9/11-aanslagen’ loopt vertraging op, nu de rechtbank heeft bepaald dat zijn door marteling afgedwongen bekentenis geen geldig bewijs is. Het proces tegen Khalid Sheikh Mohammed is verdaagd tot 5 juni 2028. Middeleeuwse rechters in Europa twijfelden beduidend minder aan verklaringen die ‘onder tortuur’ waren afgelegd. Maar ze stelden...

Lees meer
Loginmenu afsluiten