• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 4/2007

    De Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie

    Het volk sprak op bijna 1900 thema-avonden

    Door: Guido van Hengel
    Mocht Nederland nieuwe kerncentrales laten bouwen? Dat was de vraag in de eerste Brede Maatschappelijk Discussie. Alle burgers konden hun mening geven in dit 'gedurfde experiment', dat zo breed werd opgezet dat het nooit echt van de grond kwam. In 1973 kreeg Nederland de koude douche van de oliecrisis. Arabische landen draaiden de oliekraan dicht omdat de Nederlandse regering Israël had gesteund in de Jom Kippoeroorlog in oktober van dat jaar. De economie stagneerde en opeens was er het pijnlijke besef dat de energie zomaar op kon raken.

    In de zoektocht naar alternatieven voor de Arabische olie of het het Groningse gas dat ooit op zou zijn, was kernenergie een serieuze optie. Nederland deed namelijk al sinds 1946 actief mee aan mondiaal kernfysisch onderzoek. Bovendien waren er al twee centrales actief: die in Dodewaard sinds 1965 en die in Borssele sinds 1967. Daar konden eventueel nieuwe centrales aan worden toegevoegd.

    Joop den Uyl, minister-president van 1973 tot 1977, was tegen meer kerncentrales, maar met de komst van het eerste kabinet-Van Agt in 1977 keerde het politieke tij. Het nieuwe kabinet van CDA en VVD was vóór. Veel burgers bleken het daar niet mee eens. In september 1977 demonstreerde een eensgezinde massa tegen de plaatsing van een kerncentrale in Kalkar, net over de Duitse grens. Tienduizenden demonstranten kwamen erop af: jongeren, bejaarden, conservatieve en progressieve groeperingen uit alle landen van Europa. De tegenbeweging was zo groot geworden dat de politiek die niet meer kon negeren.
     

    'Zelf ben ik allang overtuigd van het nut van kernenergie, maar in Nederland is eerst een Brede Maatschappelijke Discussie nodig om dit het volk in te prenten', verzuchtte Van Agt in 1980

    Met enige tegenzin besloot het kabinet-Van Agt I het Nederlandse volk om een mening te vragen over kernenergie. Hoe dat precies in zijn werk ging was in 1977 nog onduidelijk: in interviews? Enquêtes? Via de politieke partijen? In 1978 presenteerde de minister van Economische Zaken Gijs van Aardenne voor het eerst een plan waarin werd gesproken over een grote maatschappelijke discussie. In een memorie aan de Tweede Kamer schreef Van Aardenne: 'We moeten ernst maken met iets dat toch een gedurfd experiment genoemd mag worden: een experiment, omdat een dergelijke onderneming in ons land geen precedent kent.'

    Het bedoelde experiment behelsde een uitvoerige landelijke, breed gedragen, autonome discussie over het nut en nadeel van kernenergie. Van Agt had nog steeds zijn reserves en in een interview in Trouw van 14 juni 1980 verzuchtte hij: 'Zelf ben ik allang overtuigd van het nut van kernenergie, maar in Nederland is eerst een Brede Maatschappelijke Discussie nodig om dit het volk in te prenten.'

    De klein-linkse partijen wantrouwden de hele onderneming. Zo vroeg de PPR - Van Agts opmerking indachtig - zich af of zo'n brede discussie niet gewoon een manier was om draagvlak te creëren voor kernenergie in Nederland en om de kerncentrales erdoorheen te drukken.
     

    Driedelig pak

    Toch kwam de Brede Maatschappelijk Discussie (BMD) er. Na nóg een oliecrisis in 1979 stelde het tweede kabinet-Van Agt (1981-1982) een onafhankelijke Stuurgroep in die het debat moest coördineren. Leden van de Stuurgroep waren deskundigen uit politiek en wetenschap. Aan het hoofd stond jonkheer De Brauw, die als zoon van een diplomaat in het Bulgaarse Sofia op chique Duitse en Engelse scholen had gezeten en tijdens zijn studententijd in Leiden preses was geweest van het corps. Hij had een politieke rondgang gemaakt: van de rechts-liberale VVD, via het sociaal-democratische DS'70 naar de links-liberalen van de D66. Met zijn driedelig pak was de flamboyante De Brauw echter niet direct de aangewezen persoon om het vertrouwen te wekken van de antikernenergiebeweging.

    Jan Terlouw, de D66-minister van Economische Zaken, stelde 13 miljoen gulden beschikbaar voor de discussie, maar volgens De Brauw had de Stuurgroep zeker wel 35 miljoen gulden nodig. Wat volgde was een politiek heen-en-weergeschuif van budgettaire miljoenen; in alle opzichten een valse start voor het 'gedurfde experiment'. De financiële eisen van de jonkheer maakten de BMD namelijk al bij voorbaat verdacht bij de activisten. De Braauw zou niet genoeg bij het onderwerp betrokken zijn en de Stuurgroep vooral gebruiken om zichzelf te etaleren. Het feit dat de Stuurgroep zo goed werd betaald werd daarbij als argument genoemd. Uiteindelijk kon de BMD in 1981 beginnen met een budget van 15 miljoen gulden, toegewezen door de regering.

    De leden van de Stuurgroep hadden verschillende taken. Ze verzamelden de meningen van verschillende betrokken organisaties in het land en wezen subsidies toe aan allerlei andere organisaties in Nederland die zelf thema-avonden wilden houden over kernenergie. Ieder collectief, van studentenvereniging tot buurthuis, kon een subsidie aanvragen.
     

    'Krijgen al deze mensen een antwoord? Dat lijkt me een verspilling van papier - en portokosten'

    De eerste etappe voor de BMD betrof de 'informatiefase'. Aan de hand van enquêtes konden organisaties brieven schrijven om hun mening of zorgen over kernenergie te uiten. In deze fase vertoonde de BMD al de gebreken waaraan de discussie uiteindelijk ten onder zou gaan. Met bijna naïef begrip beantwoordde De Brauw de brieven van allerlei merkwaardige collectieven. Zelfverklaarde profeten ('Meneer Jansen uit Piepschuim'), rijmelaars, Willy Wortel-achtige uitvinders en radicaal-linkse activisten stortten hun fantasieën over kernenergie in brieven, pamfletten en petities uit over de Stuurgroep. Soms krabbelden de leden van de Stuurgroep tussen de zorgvuldig bewaarde brieven wanhopige opmerkingen: 'Krijgen al deze mensen een antwoord? Dat lijkt me een verspilling van papier - en portokosten.'

    Vanwege de vaak gehoorde kritiek dat de Stuurgroep slechts een rechterhand van de overheid was, namen de leden echter alle voorzichtigheid in acht. Elke individuele reactie werd serieus genomen. Zo werden niet alleen de reacties van de medewerkers van Borssele of de fracties van politieke partijen meegenomen, maar ook die van Progressief Warmond, basisschool De Vijverberg in Enschede of nudistenvereniging De Vrije Vogels uit Den Helder. De BMD moest zo breed en zo maatschappelijk mogelijk zijn.

    Uit de vierduizend serieuze reacties werden er vierhonderd gekozen. De schrijvers hiervan konden hun ideeën nader toelichten tijdens hoorzittingen. De BMD ging 'het land in'.
     

    Hoofdpijn

    In de steden, op het platteland, in het noorden en het zuiden werden zaaltjes afgehuurd. Heel Nederland moest zich laten informeren over de toekomst van kernenergie. Gaandeweg werd het de Stuurgroep echter duidelijk dat zo'n direct-democratische aanpak niet alleen veel geld, maar ook veel geduld kostte. Microfoons werkten niet; discussieleiders brachten niets van hun taak terecht; er kwam niemand of - nog erger - steeds dezelfde mensen waren aanwezig.

    Uit de verslagen van de BMD-avonden in de provincie blijkt de onwennigheid van de medewerkers. Een notuliste van een energiethemadag voor de verzamelde vrouwenverenigingen schreef: 'De heer Zoetenmulder gebruikte woorden als "dogmatisch", "pragmatisch", "technologisch" en ga zo maar door. Ik denk dat hij zijn gehoor te hoog heeft ingeschat. Na afloop had ik hoofdpijn van de inspanning.'

    In de verslaglegging valt op dat de thema-avonden eerder goed waren voor de cohesie van de dorpen en de verenigingen dan voor het brede, maatschappelijke debat. Dezelfde vrouw schreef in haar notulen: 'De lunch was zeer goed verzorgd en smakelijk. Na een tabletje was de hoofdpijn snel over.' De rondgang langs de zaaltjes bleek soms gemoedelijk (in Harlingen kregen de leden van de Stuurgroep een fles Beerenburg en in Twente een koek), hier en daar ook wel interessant, maar over het algemeen weinig steekhoudend.

    In 1982 ging de BMD haar tweede jaar in, maar er was nog weinig tot geen resultaat geboekt. De informatiefase duurde maar voort, zonder dat iemand enige notie had waar al die verzamelde meningen toe zouden leiden. De kritiek groeide. Volgens tegenstanders stuurde de Stuurgroep de meningsvorming. Deze tegenstanders wilden minder sturende vragen aan de orde stellen: niet de vraag welke energiebronnen belangrijk of duurzaam zijn, maar de kwestie hoeveel energie een mens eigenlijk nodig had.
     

    Kernenergie was symbool geworden voor angsten als de ontwrichting van de natuur, het kapitalisme of de macht van de technologie

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen