Home COLUMN: Maarten van Rossem

COLUMN: Maarten van Rossem

  • Gepubliceerd op: 24 jun 2013
  • Update 31 mei 2023
  • Auteur:
    Maarten van Rossem

Begin april van dit jaar overleed Margaret Thatcher. Zij bleek bij overlijden nog even controversieel als in de jaren tachtig. Sommigen dronken van vreugde over haar dood een glaasje champagne; anderen treurden over ‘de meest indrukwekkende leider sinds Winston Churchill’.

Voor de historicus was het reden nog eens te peinzen over dat merkwaardige jaar 1979. In mei van dat jaar kwam Thatcher aan de macht, terwijl de economische hervormingen in China net goed op gang waren gekomen. Thatcher symboliseerde de triomf van het neoliberalisme over de sociaal-economische consensus van de naoorlogse decennia, en de groei van de Chinese economie veranderde de hele dynamiek van de wereldeconomie.

Was 1979, zonder dat we dat toen beseften, zo’n jaar als 1789, 1848 of 1914? Een jaar dat een mooie monografie verdiende? Een dramatisch jaar is immers een hoogst verleidelijk dramatisch concept.

Ik hoefde niet lang te zoeken om te constateren dat zo’n monografie al bestaat: Strange Rebels. 1979 and the Birth of the 21st Century, van Christian Caryl. Mooie, indrukwekkende titel. De rebellen zijn natuurlijk Thatcher en Deng Xiaoping, maar ook Johannes Paulus II, vanwege zijn opruiende bezoek aan zijn vaderland, Khomeiny vanwege zijn islamitische revolutie, en de moedjahedien die in Afghanistan in verzet kwamen tegen de Russische bezetters. Ik ben bang dat de meeste van die rebellen de wereldgeschiedenis niet gaan halen, zelfs Thatcher niet. Slechts Deng heeft de wereld echt veranderd.

Vanwege deze bespiegelingen over 1979 dringt de vraag zich op of er sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog nog meer jaren zijn die een monografie verdienen. 1945 zelf is een voor de hand liggende kandidaat, en een ruim bemeten monografie is er ook al: 1945. The War that Never Ended, van Gregor Dallas.

Dat boek maakt al direct duidelijk wat de problemen zijn bij het schrijven van de biografie van een jaar van gewicht. Een aanzienlijk deel van dit verrassend anti-Amerikaanse werk blijkt over 1944 te gaan, en het eindigt pas vijf jaar na de oorlog. Dat is wel begrijpelijk, maar doet toch af aan het dramatische jaarconcept.

Ronduit verrassend is 1959. The Year Everything Changed, van Fred Kaplan. Ik had 1959 eigenlijk nooit beschouwd als een jaar dat zwanger was van grootse gebeurtenissen. Kaplans concept is zeer Amerikaans. Voor hem is 1959 het jaar waarin de culturele rebellen van de jaren vijftig ‒ jazzmusici, stand-up comedians, Motown, filmers en schrijvers ‒ begonnen aan hun opmars in de dominante cultuur. Het was de opmaat voor de glorieuze jaren zestig.

Vervolgens verbaast het natuurlijk niet dat er ook meerdere monografieën zijn over 1968, bijvoorbeeld 1968. The Year that Rocked the World, van Mark Kurlansky. Zou je zo’n boek over Nederland schrijven, dan zou het over 1966 moeten gaan: 1966. Het jaar dat Nederland bij de tijd raakte, of iets dergelijks. 1968 was het jaar van de wereldwijde, opwindende opstand die niets opleverde. Het begon voor de Amerikanen met het Tet-offensief, en eindigde na de moorden op Bobby Kennedy en Martin Luther King met de verkiezing van Nixon. 1968 was eerder een tragische opera dan een wereldhistorisch jaar.

Wat blijft er dan nog over? Vanzelfsprekend 1989, het jaar dat de naoorlogse strategische wereldorde als een kaartenhuis in elkaar stortte. Was dat dan eigenlijk niet het begin van de nieuwe eeuw? Was met het falen van de Sovjet-Unie niet het laatste ideologische wangedrocht van de twintigste eeuw opgeruimd?

Dan zitten de historici met een vervelend probleem: zowel 1979 als 1989 is een echt historisch jaar. Waarom zijn die niet samengevallen? Het wachten is op een boek over een decennium: 1979-1989: Het decennium waarin de 20ste eeuw ophield en de 21ste begon!

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Loginmenu afsluiten