Home BOEKEN: Misverstanden, stijfkoppigheid, betweterige goede bedoelingen

BOEKEN: Misverstanden, stijfkoppigheid, betweterige goede bedoelingen

  • Gepubliceerd op: 28 mrt 2013
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jos Palm

Er is iets eigenaardigs met ons koloniaal verleden. Dat, zoals in buurland België, een boek over het voormalige koloniale rijk een bestseller wordt, is bij ons moeilijk voor te stellen. Een verklaring daarvoor is nog niet eens zo makkelijk te geven. Het eerste wat opvalt bij vergelijking is dat we kennelijk geen inktzwart koloniaal en dekoloniaal verleden hebben. David van Reybrouck kon van zijn Congo een tragedie maken met dank aan de Belgische roofkoning Leopold II en de nietsontziende Belgische overheid; onze geschiedschrijvers moeten het met een minder spectaculaire koloniale geschiedenis doen.

Natuurlijk zijn er schuldbesef, de roep om excuses voor oorlogsmisdaden in Indonesië, en voor de slavernij in de West. Maar het wordt nooit zo groots en meeslepend als de ooit gekoloniseerden soms hopen of verwachten. Het gesprek tussen het moederland en de voormalige kolonies blijft deels een gesprek tussen doven, of beter gezegd: tussen twee gescheidenen, die het er niet over eens kunnen worden hoe slecht hun huwelijk nu eigenlijk was.

De geschiedschrijving neemt bij dit alles de plaats in van rechter op afstand. Tegenover harde oordelen van auteurs als Ewald van Vught (Zwartboek van Nederland overzee) en Jan Breman (Koelies, planters en neokoloniale politiek) staan gematigde oordelen van Wim van den Doel (Zo ver de wereld strekt) en andere historici van de Leidse school, waar men de nuance zoekt die nu eenmaal eigen is aan alle geschiedenis.

Lastig is vooral dat de meeste historici zich bezighouden met periodes uit het ‘huwelijk’; een algemeen overzicht van de koloniale verkering, verloving, trouwerij en scheiding ontbrak tot op heden.

Er is dan ook uitgekeken naar de studie van John Jansen van Galen. Zijn Afscheid van de koloniën is namelijk het rapport van ons verleden overzee. Het gaat vooral over de dekolonisatie en de nawerking ervan, maar ook de verder terug liggende geschiedenis komt uitgebreid aan bod. Het is een belangrijk boek van een belangrijk auteur. Als iemand een helder en afgewogen oordeel kan geven over de langdurige en ingewikkelde relatie van Nederland en zijn kolonies, is het Jansen van Galen.

De auteur heeft een veertigjarige relatie met ons koloniale rijk. Hij publiceerde eerder over ‘Ons laatste oorlogje’ om Nieuw-Guinea, en schreef verscheidene boeken over Suriname en de West, waaronder het even degelijke als indrukwekkende Kapotte plantage. Betrokken afstandelijkheid, nuchter analytisch vermogen en een grote historische kennis bleken in al die werken zijn keurmerk. En je zou zeggen: dat zijn precies de vereiste kwaliteiten voor dit historisch gevoelige onderwerp – kwaliteiten die behoren tot de academische standaard.

Jansen van Galen opent zijn boek – aanvankelijk bedoeld als proefschrift – met een prachtige herinnering aan de koloniale geest die nog ongebroken heerste in de dorpsschool van zijn jeugd. Het was 1946 en op het schoolplein zongen ze ‘lelijke liedjes over de nationalistische stokebrand’ Soekarno.

Maar naarmate de tijd vorderde werden de kolonisatie en dekolonisatie steeds meer een zaak van nationale schande. ‘Excessen’ heetten ‘oorlogsmisdaden’ en gezagsherstelexpedities werden ‘koloniale oorlogen’ genoemd. ‘Nederland heeft het slecht gedaan’ werd de vanzelfsprekende waarheid. Die ‘waarheid’ onderzoeken en bevragen is het doel van dit boek.

Het werk is klassiek chronologisch. Jansen van Galen begint bij de opbouw van het rijk vanaf de vroege zeventiende eeuw, beschrijft de totstandkoming van het nationalistisch-antikoloniaal verzet in de vroege twintigste eeuw, en sluit af met de gefaseerde afbouw van het imperium overzee vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw.

Alle evergreens komen voorbij: de uitzonderlijke slavenopstand in de West, het ethische debat over slavernij, Jan Pieterszoon Coen, Multatuli en zijn voorlopers, de oprichting van de Sarekat Islam als begin van het nationalisme in Indonesië, Soekarno, de politionele acties, het gestuntel om Papoea-Nieuw-Guinea, en de rede van oorlogskoningin Wilhelmina uit 1942 over het koloniale rijk, waarmee volgens de auteur de dekolonisatie begon.  Jansen van Galen vertelt ondertussen ook verhalen die minder bekend zijn, bijvoorbeeld over de mislukte staatsgreep in Suriname van de Hongaarse avonturier Killinger. Deze bestormde onder het uitroepen van ‘Vuur, vuur!’ in 1910 met een stel volgelingen Fort Zeelandia en droeg zo bij aan de gedachte dat er zoiets als mislukte generale repetities bestaan in de geschiedenis.

Het koloniaal huwelijk bleek vanaf het begin moeizaam. Welbeschouwd wenste Nederland niet meer dan een LAT-relatie. Het was – met name in de Oost – eigenlijk alleen geïnteresseerd in de bekoorlijke delen van de nieuwe verovering, niet in haar als zodanig. In de West waren de aantrekkelijkheden beperkter en was de interesse in de partner zo goed als afwezig.

Historici hebben dit de paradox van het koloniale beleid genoemd: tegen wil en dank werd Nederland van koopman tot soeverein. Die paradox zou de omgang van het moederland met de koloniën tekenen. De koopman wilde niet meer dan een maîtresse; de staat die zijn taken overnam kwam ineens met een vrouw te zitten die op den duur eisen zou gaan stellen.

Zo is in het kort de geschiedenis van kolonisatie en dekolonisatie samen te vatten.

Daarbij is er, zo blijkt nog eens overtuigend uit het boek van Jansen van Galen, een verschil tussen de Oost en de West. Het laatstgenoemde gebied werd door het moederland gehouden voor een soort kindvrouwtje. De slavenkolonies – afhankelijk van de vaak slecht functionerende plantagemonocultuur – kostten dikwijls meer dan ze opbrachten. Paternalisme kenmerkte het Nederlandse beleid met deze ‘geliefden’, die een leidende hand nodig hadden. 

‘Ons Indië’ was een ander verhaal. Vol rijkdom en mogelijkheden zou het uitgroeien tot een heuse beminde, wat Nederland betreft. Het bood naast winst voordelen die het nuchtere vaderland ontbeerde: exotische romantiek, geheimzinnigheid en ook gewoon ogenschijnlijk serviele onderdanigheid.

Dat Nederland in 1949 traag en met pijn in het hart Indië liet gaan, in 1975 radicaal scheidde van het dreinende Suriname en de rest van de West min of meer moest behouden, laat zich uit dit onderscheid in koloniale huwelijkse staat verklaren.

Daarnaast is het verschil in dekolonisatie natuurlijk te begrijpen, zoals Jansen van Galen laat zien, door het altijd aanwezige pragmatisme in het Nederlandse beleid. Midden en eind jaren veertig schreef dat pragmatisme pappen en nathouden voor; in de linkse jaren zeventig kon dat niet meer.

Nederland heeft het in het algemeen niet zo slecht gedaan, concludeert Jansen van Galen. De dekolonisatie kenmerkte zich door welgemeend eigenbelang (de eerste politionele actie in 1947 moet volgens de auteur in dat kader gezien worden) en begrensde welwillendheid (de radiorede van Wilhelmina uit 1942).

Zijn boek beschrijft het verhaal van een doorgaans versnipperd en incidenteel drama, vol misverstanden, Hollandse onnozelheid, stijfkoppigheid en even riskante als betweterige goede bedoelingen. Dat de auteur, aangemoedigd door professoraal gekissebis, besloot er geen promotie van te maken, is betreurenswaardig voor het vaderlandse academisch-historisch bedrijf.

Ondertussen heeft de lezer eindelijk het nog niet eerder in één band vertelde verhaal van ons grijze koloniale verleden tot zijn beschikking. Een lang verwaarloosd gat in de dijk van de Nederlandse geschiedschrijving is gedicht.

Afscheid van de koloniën. Het Nederlandse dekolonisatiebeleid, 1942-2012
John Jansen van Galen
606 p. Atlas Contact, € 44,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

VOC met de Prinsenvlag
VOC met de Prinsenvlag
Nieuws

Waarom is een kinderlied over de VOC een succes op TikTok?

‘Vaar je mee met de VOC? Naar verre vreemde landen en gebieden overzee?’ Een lied dat twintig jaar geleden voor de Canon werd gemaakt over de VOC, is op TikTok een eigen leven gaan leiden. Waarom is het vrolijk klinkende lied plotseling zo populair? Wie op TikTok de zoekterm ‘VOC’ intikt, wordt overspoeld door filmpjes...

Lees meer
Eduard von der Heydt
Eduard von der Heydt
Artikel

De Oranjes logeerden bij een nazi-bankier in Zwitserland

Willem-Alexander en Maxima overnachtten deze week bij Donald Trump. De Oranjes hadden wel vaker omstreden logeerpartijen. Zo verbleven koningin Wilhelmina, prinses Juliana en prins Bernhard graag op een Zwitsers landgoed van Eduard von der Heydt. Hij had een voormalige hippieoord omgebouwd tot een bankkantoor voor de nazi’s.  Als de Duitser Eduard von der Heydt in...

Lees meer
Anne Frank
Anne Frank
Nieuws

Vermoedelijke identiteit ontdekt van tipgever die Joodse notaris onterecht beschuldigde van ‘verraad van Anne Frank’ 

Annes vader Otto Frank ontving in 1957 een anoniem briefje waarop stond dat de onderduikers in het Achterhuis waren verraden door de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Op basis van dit briefje herhaalde een Nederlands-Amerikaans ‘Cold Case Team’ in 2022 deze beschuldiging, die echter door historici als ongeloofwaardig en lasterlijk werd verworpen. Wie het...

Lees meer
Pen briefje
Pen briefje
Artikel

Wie schreef het briefje aan Otto Frank?

Eindelijk zou de verrader van Anne Frank gevonden zijn: de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Een Nederlands-Amerikaans ‘Cold Case Team’ beweerde dat tenminste in 2022 en een Canadese bestsellerauteur schreef er een boek over. Maar deskundigen zagen onmiddellijk dat het bewijs flinterdun was. Er was alleen een anoniem briefje, rond 1957 aan Annes vader...

Lees meer
Loginmenu afsluiten