• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    dinsdag 28 juli 2020

    Boeken in de Oost

    Lisa Kuitert over de boekdrukkunst in Nederlands-Indië

    Door: Anneloe Brakel

    In Met een drukpers de oceaan over beschrijft Lisa Kuitert, hoogleraar Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, de komst van boekdrukkunst in Nederlands-Indië. Wat las de Indonesische bevolking zoal en wat voor gevolgen had de nieuwe boekcultuur op de koloniale maatschappij? ‘Hoewel ik nooit zou durven stellen dat de kolonie zonder drukpers nooit onafhankelijk geworden zou zijn, ben ik ervan overtuigd dat het absoluut een belangrijk element in de geschiedenis van de kolonie is.’

     

    Hoe kwam u op het idee een boek te schrijven over de drukpers in Nederlands-Indië?

    ‘In de boekwetenschap is een aantal jaar geleden de aandacht gevestigd op het belang van transnationale processen. Voorheen keken we voornamelijk naar nationale geschiedenissen van het boek, zo is bijvoorbeeld in Nederland de Bibliopolis verschenen, een handboek met daarbij een wetenschappelijke webdienst die de nationale geschiedenis van het gedrukte boek in Nederland weergeeft. Een jaar of tien geleden begon men zich af te vragen wat nationale geschiedenissen met elkaar te maken hebben. Hoe zat het bijvoorbeeld met de boekdrukkunst op Nederlands-Indië? Ik ontdekte dat ik hier weinig tot niets vanaf wist en besloot hier vanuit pure nieuwsgierigheid onderzoek naar te doen.’

     

    Uw boek begint in 1816 en eindigt in 1920. Waarom deze afbakening?

    ‘In 1816 breekt er voor de Indonesische eilandarchipel een nieuwe episode aan, waarin de kolonie opnieuw onder Nederlands bewind kwam. Daarvoor was het een tijdje in handen van Engeland geweest. Het startpunt is dus voornamelijk gebaseerd op de staatsrechtelijke positie van het gebied. Daarnaast gebeurden er voor 1816 weinig spannende dingen rondom de boekdrukkunst in de kolonie. Er was slechts één drukkerij en die was van de VOC. De opwinding en de uitdagingen voor de boekhandelaren begonnen pas na 1816.

    Mijn boek beslaat de ‘lange negentiende eeuw’, zoals ik het noem. Ik kon niet eindigen in 1901, want na 1901 gebeuren er heel veel dingen waardoor er vanaf 1920 een andere dynamiek in het boekenvak ontstond. Rond dit decennium nam de polarisatie tussen de Nederlandse overheerser en de Indonesische bevolking toe, wat leidde tot meer antikoloniaal verzet. Boeken werden toen steeds meer in Indonesische talen gedrukt. Doordat ik deze boeken niet kon lezen, kon ik niet ontdekken wat er zich achter de schermen van de boeken op maatschappelijk en boekhistorisch niveau afspeelde. Het leek me daarom niet aan mij om deze periode te onderzoeken.

    Juist de aanloop naar deze turbulente periode was mijns inziens zinvol om te schetsen. Ik hoop desalniettemin dat ik onderzoekers heb kunnen inspireren om aanvullend onderzoek te doen naar de interessante periode na 1920.’

     

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Lisa Kuitert.

     

     Voor welke uitdagingen zagen boekhandelaren zich vanaf 1816 gesteld?

    ‘Ten eerste was het erg moeilijk om aan de juiste materialen te komen in de kolonie. Hoe kwam je aan papier? Of aan drukpersen? De titel van mijn boek geeft aan hoe dat ging: met een schip werden de drukpersen de oceaan over gevoerd. Daarbij ging ook wel eens iets fout, waardoor meerdere persen op de bodem van de oceaan zijn beland.

    Naast papier was het ook een uitdaging om aan de juiste letters te komen. Over het algemeen was Nederlands de taal van de koloniale overheersers en kenden de Indonesiërs deze taal niet. Het proces van Nederlandse taalverwerving verliep heel langzaam, waardoor rond 1920 slechts een klein gedeelte van de Indonesische bevolking Nederlands kon lezen en schrijven. Boeken werden daarom in de lokale talen gedrukt, voornamelijk in het Maleis, maar ook in subtalen als Javaans en Soendanees. Zendelingen wilden al vroeg hun bekeringslectuur in lokale talen drukken maar moesten dan wel eerst die taal zien te doorgronden. Vaak hadden die talen ook een ander schrift.

    Vervolgens moesten daarom nieuwe letters ontwikkeld worden zodat daarmee gedrukt kon worden. Omdat lettergieten niet kon in de kolonie, gebeurde het in Nederland. De op papier getekende letters gingen naar Nederland waar ze in lood werden gegoten. Vervolgens moesten ze weer terug naar de kolonie om te checken of alles wel klopte en iedereen het kon lezen. Zo niet, dan moest het opnieuw. Zo’n reis duurde zo honderd dagen.’

     

    Wat betekende de komst van de drukpers voor de oorspronkelijke bewoners van de kolonie?

    ‘Heel veel. Hoewel er al een schriftcultuur in Indonesië bestond, was deze erg beperkt. Weinig mensen konden lezen en manuscripten werden daarom door hogergeplaatsten voorgelezen. Dat veranderde door de komst van de drukpers; boeken konden in grote aantallen worden gedrukt en verspreid over de archipel, in de taal van de lokale bevolking. Zij kon zich zo verder ontwikkelen. Vooral schoolboeken hebben aanzienlijk bijgedragen aan deze ontwikkeling.

    Aanvankelijk schreef de Indonesische bevolking zelf weinig boeken. Dit veranderde vanaf 1860, toen Indonesiërs de opdracht kregen om zelf schoolboeken te gaan schrijven en te drukken. Dat was omdat de uit het Nederlands vertaalde schoolboeken te onbegrijpelijk waren voor de kinderen van de kolonie. Sneeuw, schapen, eikenbomen: dat kenden de kinderen in Nederlands-Indië niet. Het Nederlandse bestuur wilde de Indonesiërs stimuleren om zelf schoolboeken te schrijven door ze met een geldpremie te belonen. De boeken moesten wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo mocht er niet geschreven worden over de islam, noch over de verschrikkelijke uitbuiting en onderdrukking door de Nederlanders.

    Het idee dat ze met hun schrijven een grote groep mensen konden bereiken en dat ze hiermee boven hun eigen individuele en particuliere schrijverij konden uitstijgen; ik denk dat dat een niet te onderschatten invloed heeft gehad op het zelfbewustzijn van de Indonesische bevolking.’

     

    De komst van de boekdrukpers kan dus gezien worden als een uiterst belangrijke gebeurtenis.

    ‘Absoluut. We zijn tegenwoordig zo gewend aan boeken; ze zijn er altijd geweest, als een soort behang in de kamer. Maar dat is natuurlijk niet zo. De Nederlanders brachten boeken naar de kolonie waardoor de Indonesiërs bij de boekdrukkunst betrokken raakten. Zij leerden zo het vak en konden op den duur hun eigen firma’s opzetten. Dat heeft een enorme ontwikkeling teweeggebracht. Hoewel ik nooit zou durven stellen dat de kolonie zonder drukpers nooit onafhankelijk geworden zou zijn, ben ik ervan overtuigd dat het absoluut een belangrijk element is in de geschiedenis van de kolonie is.’

     

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Kisten vol letters van lettergieterij Amsterdam vh Tetterode in de haven van Batavia.

     

    Heeft de Nederlandse koloniale bestuurder ook voordeel gehad van de opkomst van de boekdrukkunst in de kolonie?

    ‘Jazeker, maar het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de commerciële boekbedrijven en de landsdrukkerij van de overheid. De overheidsdrukkerij was een gigantisch bedrijf met honderden werknemers. Hier werden de belangrijke bestuurlijke geschriften gedrukt: wetten, staatsverordeningen, overheidsberichten, schoolboeken, prijslijsten, enzovoort. Het diende als gereedschap voor de overheid om het bestuur te kunnen uitoefenen en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van de bureaucratie in de negentiende eeuw. Alles werd geteld en geturfd en opgenomen in lijsten en koloniale verslagen, zelfs hoeveel mensen per jaar door een krokodil werden verslonden of door een tijger werden gedood. Er was een soort noteerdrift.

    De commerciële boekdrukkunst was meer een kwestie van vraag en aanbod. Door boeken te drukken in de lokale talen, creëerden de Nederlandse boekdrukkers vraag bij de koloniale bevolking. Maar één ding staat bij het boekenvak overeind: er moest winst gemaakt worden. Door te kijken welke boeken gedrukt en verkocht werden, kon ik bij mijn onderzoek rechtstreeks in de samenleving kijken en ontdekken wat mensen in Nederlands-Indië leuk en interessant vonden. Je zou dat de koloniale ‘smaak’ kunnen noemen.’

     

    En verschilde deze smaak in Nederlands-Indië met de Nederlandse boekensmaak?

    ‘Ik onderzocht de leesgezelschappen in de kolonie, die voornamelijk een Europese achtergrond hadden. Uit hun advertenties en regelementen haalde ik de informatie dat deze koloniale leesgezelschappen vooral belangstelling hadden voor Hollandse romans en boeken over de kolonie. Ze waren nauwelijks geïnteresseerd in religieuze teksten, terwijl deze in Nederland de grootste categorie boeken behelsde.

    Dit verschil in smaak werd ook door tijdgenoten opgemerkt. Men sprak van de ‘tropenstijl’ die in de kolonie erg in de smaak viel. Deze stijl werd gekenmerkt door enigszins pikante uitlatingen en schandaalachtige lectuur, waarbij mensen beledigd werden en op de een of andere manier op de hak genomen werden. Ook kwamen er soms licht erotisch getinte passages voor, wat in Nederland niet door de beugel kon.’

     

    Op den duur gingen steeds meer Indonesiërs zelf boeken schrijven. Was er in Nederland vraag naar deze boeken?

    ‘Indonesiërs waren destijds ‘exotische’ figuren voor Nederlandse begrippen. Indonesische schrijvers werden daarom wel verwelkomd in Nederland om hun boeken – in het Nederlands geschreven – te promoten, of om geïnterviewd te worden. Hoewel er wel degelijk belangstelling voor deze schrijvers was, werden de in de kolonie gedrukte boeken hier niet goed verkocht. Deze boeken waren duur, omdat het veel geld kostte om in de kolonie boeken te drukken en om ze te importeren naar Nederland.

    Bovendien schreven slechts enkele Indonesische schrijvers in het Nederlands. Niemand vertaalde destijds deze boeken naar het Nederlands en slechts een beperkte groep Nederlanders kon Javaans, Maleis of Soendanees lezen.’

     

    Dus waar in Indonesië de boekdrukkunst een verandering in de mentaliteit van de lokale bevolking kon bewerkstelligen, konden Indonesische boeken geen verandering in het Nederlandse koloniale bewustzijn teweegbrengen?

    ‘Klopt. Dat betekent echter niet dat Nederlanders niet op de hoogte waren van wat er zich in de kolonie afspeelde. In Nederland werden namelijk zogenaamde persoverzichten gedrukt. Dit was een vertaald uittreksel van wat er in de Indonesische kranten en tijdschriften stond, voornamelijk bestemd voor de Nederlandse bestuurslaag. Zo konden ze inschatten hoe de vlag erbij hing, waar het in de kolonie onrustig was en men in opstand dreigde te komen. Mensen in Nederland wisten wel wat er in de kranten stond, maar boeken waren vooral interessant voor taalgeleerden.’

     

    Met een drukpers de oceaan over. Koloniale boekcultuur in Nederlands-Indië 1816-1920

    Lisa Kuitert, Prometheus, 351 p., geïllustreerd € 29,99