De marine en de koopvaardij moeten weer leren in konvooi te varen, net als tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat zegt historicus en marineofficier Matthijs Ooms, die promotieonderzoek deed naar maritieme handelsbescherming in de twintigste eeuw.
‘Het escorteren van koopvaardijschepen in konvooien werd als methode ontwikkeld in de Eerste Wereldoorlog en geperfectioneerd in de Tweede,’ vertelt Ooms. Terwijl Nederland bezet was, werden alle handelsschepen die buitengaats waren onder militair bevel geplaatst – inclusief de bemanningen. Zij werden toegevoegd aan de geallieerde konvooien die Groot-Brittannië bevoorraadden vanuit Noord-Amerika en elders. Marineschepen verdedigden de koopvaarders tegen Duitse onderzeeboten en vliegtuigen. Ondanks grote verliezen lukte het de geallieerden zo om de Britten overeind te houden in de oorlog.
Maar de waardevolle lessen die in de Tweede Wereldoorlog werden geleerd, zijn daarna weer grotendeels vergeten, zegt Ooms. ‘Aan het begin van de Koude Oorlog beoefenden de marine en de koopvaardij het konvooieren nog wel. Maar in de jaren zeventig en tachtig rezen er binnen de NAVO twijfels aan de bruikbaarheid van deze methode. De marines van het bondgenootschap gingen op zoek naar indirecte en offensieve methodes van bescherming, zoals het vormen van barrières en het aanvallen van vijandige havens. Een defensieve strategie is tijdrovender dan een offensieve, waarbij je gaat voor een snelle overwinning. Verdedigen is ook minder glorieus.’

Vooroordelen over konvooieren
Ook speelde mee dat voor het escorteren van konvooien twee keer zo veel marineschepen nodig waren dan de NAVO bezat. Nog steeds is dat een belangrijke overweging waarom bijvoorbeeld bij de huidige EU-missie ter bescherming van de zeeroute door de Rode Zee geen gebruik wordt gemaakt van konvooien. Maar volgens Ooms zitten er aan die redenering haken en ogen. ‘Het idee dat er te weinig schepen zijn om te konvooieren, komt deels voort uit vooroordelen en onbekendheid met de methode,’ zegt Ooms. ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog berekenden wiskundigen dat je met relatief weinig escorteschepen heel grote konvooien kon beschermen. Veel van die kennis is weggezakt.’
‘Veel kennis van het konvooieren is weggezakt’
Volgens Ooms zou het goed zijn als de marine en de koopvaardij weer op grote schaal gingen oefenen met konvooieren.‘ Realistische oefeningen kunnen aantonen of konvooieren onder moderne omstandigheden nog steeds effectief is. Het is complexer dan het lijkt. Bemanningen moeten bedreven zijn in formatievaren en goed onderling communiceren. In de Tweede Wereldoorlog werd gebruikgemaakt van lichtsignalen, omdat radio kon worden onderschept door de vijand. Tegenwoordig zijn er andere middelen voor.’ Grootschalige oefeningen hebben als nadeel dat ze duur zijn. ‘Koopvaardijschepen die meerdere dagen aan een oefening deelnemen, kosten de reders veel geld. Wie compenseert hen?’
Signaalblokkers
Het kostenaspect wordt ook een probleem als je handelsschepen zou willen voorzien van eigen zelfbeschermingsmiddelen. Tijdens 1940-1945 werd op Nederlandse koopvaarders afweergeschut geplaatst. Bemanningsleden kregen een training om ze te bedienen. Ook dat was een manier om het aantal marineschepen dat voor de escorte nodig was, te beperken. Maar in deze tijd is er noch bij de koopvaardij, noch bij de marine animo om handelsschepen uit te rusten met middelen om zichzelf te verdedigen. ‘Toch zou het goed zijn om daarover met elkaar te discussiëren,’ vindt Ooms. ‘Je hoeft niet meteen aan wapens te denken, het kunnen ook waarschuwingssystemen of signaalblokkers tegen drones zijn.’
Zolang niet duidelijk is wie de kosten voor zijn rekening neemt, blijft de samenwerking tussen marine en koopvaardij waarschijnlijk op een laag pitje. Volgens Ooms is dat een gemiste kans. ‘Nationale weerbaarheid zou niet alleen de verantwoordelijkheid van de staat, maar van de hele samenleving moeten zijn.’
