Home Acht keer per dag bidden

Acht keer per dag bidden

  • Gepubliceerd op: 4 januari 2012
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Geertje Dekkers

‘De miniaturen in dit getijdenboek zijn zo bijzonder, zo rijk. Dat is ongekend.’ Kunsthistoricus en mediëvist Eberhard König heeft het over een van de handschriften die hij de afgelopen maanden heeft onderzocht als fellow van de Koninklijke Bibliotheek en onderzoeksinstituut NIAS. Op 19 januari 2012 houdt König hierover een publiekslezing.

Op de rug van het boek dat König in zijn handen heeft staat dat het ooit van Isabella van Castilië was, maar dat is onwaarschijnlijk. De eerste hertog van Milaan, Gian Galeazzo Visconti (1351-1402), ligt meer voor de hand als opdrachtgever. De stijl van de schilderingen klopt met de omgeving van Milaan in zijn tijd en op een van de pagina’s staat het embleem van de hertog: een geketende panter.

Als Visconti werkelijk de opdrachtgever was, zou dat verklaren waarom het werk aan de verluchtingen van het getijdenboek rond 1402 is opgehouden. Toen stierf de hertog namelijk. ‘Als het werk was voltooid, was het waarschijnlijk het meest bijzondere getijdenboek ter wereld geweest,’ zegt König. ‘De schilderingen zijn zo delicaat.’

König is kenner van laatmiddeleeuwse getijdenboeken, die leken gebruikten om hun leven een religieuze ordening te geven – enigszins zoals kloosterlingen dat deden. ‘Acht keer per dag, op vaste momenten, hoorde een gebruiker van een getijdenboek te bidden,’ zegt König. ‘Het boek gaf aan waar hij zich dan op kon richten.’ Op Goede Vrijdag bijvoorbeeld, de dag van Jezus’ kruisiging. ‘De dag van de lezer werd dan ingedeeld aan de hand van acht belangrijke gebeurtenissen op Goede Vrijdag, beginnend op de Olijfberg en eindigend met de begrafenis in de grot.’

Een andere populaire leidraad was het leven van Maria, van de aankondiging van de geboorte van Jezus tot haar tenhemelopneming en kroning. König is vooral een kenner van deze Mariagetijden. ‘De acht cruciale gebeurtenissen lieten zich wat moeilijker in het verloop van een dag passen dan die van Goede Vrijdag. De annunciatie plaatsten getijdenboeken bijvoorbeeld in de nacht, terwijl die overdag plaatsvond.’

De geboorte van Jezus, de aankondiging aan de herders, de aanbidding door de wijzen en de vlucht naar Egypte kregen ieder hun moment, met tussenpozen van drie uur. Vervolgens moest de gelovige met grote stappen door de rest van het leven van Maria heen, want aan het einde van de dag moest ze in de hemel worden opgenomen.

Normaal gesproken waren getijdenboeken geschreven in het Latijn, de taal van de kerk. Voor leken die geen Latijn lazen werden de boeken uitgebreid geïllustreerd, zoals te zien is aan het exemplaar dat mogelijk voor Gian Galeazzo Visconti werd gemaakt. Aan het einde van de vijftiende eeuw voegde een kunstenaar aan dit boek nieuwe miniaturen toe. ‘Hij woonde waarschijnlijk in Spanje of in Napels, dat in die tijd in Spaanse handen was,’ zegt König. ‘Hij had een andere stijl, maar ook die was bijzonder verfijnd.’

In de zestiende eeuw kwam het boek in Madrid terecht. Daar werd het ingezien door een inquisiteur, Sancho Gonzáles de Heredia. Op 17 januari 1574 schreef deze op de laatste pagina dat hij het boek goedkeurde voor gebruik door katholieken. Want hoe bijbels de inhoud van getijdenboeken ook mocht zijn, sommige waren onorthodox en werden afgekeurd. ‘De angst voor individuele interpretaties van het geloof was en is nog altijd groot binnen de katholieke kerk.’

Vertalingen van bijbelteksten in de volkstaal waren niet toegestaan. Toch werden in de Noordelijke Nederlanden vanaf de late veertiende eeuw volop getijdenboeken in de eigen taal gemaakt, vooral in de context van de Moderne Devotie. Deze boeken zagen er vaak veel eenvoudiger uit, volgens König omdat leken geen afbeeldingen nodig hadden om de inhoud te begrijpen.

Ook Latijnse getijdenboeken konden afwijken van de traditie. In de KB ligt een exemplaar dat rond 1540 werd gemaakt voor Jean Lallemant le Jeune, die in het bisdom Bourges woonde. Het boek bevat opmerkelijke afbeeldingen, waarschijnlijk getekend door een groep rond de miniaturist Noël Bellemare.

De bekende gebeurtenissen uit de Mariagetijden, zoals de geboorte van Christus en de hemelvaart van Maria, zijn slechts in de verte zichtbaar. Op de voorgrond staat steeds een bebaarde man met een bovenkleding van palmbladeren. ‘Deze man is een verwijzing naar Paulus de Heremiet en vooral naar kerkvader Hiëronymus. Hij is een soort tussenpersoon tussen de lezer en de gebeurtenis in de verte, die met het blote oog nauwelijks te zien is. Blijkbaar gingen de miniaturisten ervan uit dat de lezer wel wist wat hij op dergelijke afbeeldingen kon verwachten.’

De miniaturisten hebben zich losgemaakt van een aantal belangrijke tradities, zegt König. Zo beeldden ze Hiëronymus niet zoals gebruikelijk af als kardinaal, maar als enigszins verwilderde heremiet. ‘Dit getijdenboek is proto-protestants. Het laat zien dat voorlopers en vroege protestanten niet allemaal de kerkvaders afwezen, zoals vaak wordt gedacht. Voor deze stromingen was Hiëronymus een bijzonder geschikte figuur, omdat hij ooit uit Rome was gegooid en een eenvoudig leven als kluizenaar was gaan leiden.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.