Home De Stelling

De Stelling

  • Gepubliceerd op: 26 jan 2011
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Maurice Blessing

Anton van Hooff:
‘De overheid heeft wel een belangrijke taak op cultuurgebied. In de antieke democratie werd het bevorderen van “het goede leven” van de burger beschouwd als een van de taken van de polis. Dat was niet toevallig ook de mening van de invloedrijke Atheense staatsman Pericles (ca. 495-429 v.Chr.). Die zag het als een belangrijke taak van de gemeenschap het leven van de burger te veraangenamen door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat de stad er mooi uitzag, en dat er feesten en voorstellingen werden georganiseerd.

In Pericles’ tijd werd zelfs een theaterfonds opgericht, waaruit burgers een vergoeding kregen wanneer ze een voorstelling bezochten. Pericles had daarmee ook een zeer praktisch doel voor ogen. Hij wilde voorkomen dat rijke burgers, zoals zijn aartsrivaal Kimon, hun rijkdom zouden inzetten om “leuke dingen voor de mensen” te doen en zo te veel macht naar zich zouden toetrekken. De Atheense cultuursubsidies waren dus deels het gevolg van angst voor de tirannie van rijke burgers.

Ook “onze” Thorbecke was niet tegen staatssubsidies voor de kunsten, zoals wel wordt beweerd. Hij vond alleen dat de staat zich geen esthetisch oordeel mocht aanmeten. Het was dan ook onder een liberaal kabinet, dat Thorbecke in 1870 hielp formeren, dat Nederlands eerste staatscultuurprijs werd ingesteld: de Prix de Rome.’

Ruth Oldenziel:
‘Vóór de twintigste eeuw werden cultuurinstellingen in ons land door burgers opgericht. De gegoede burgerij financierde deze instellingen vanuit een klassiek Verlichtingsideaal: het beschaven van de burger. Een bekend voorbeeld is het genootschap Felix Meritis, dat in de achttiende eeuw door de Amsterdamse burgerij werd opgericht om de kunsten en wetenschappen te bevorderen.

Eind negentiende eeuw, met de opkomst van de socialistische beweging, raakte het ideaal in zwang dat de arbeidersklasse cultureel opgevoed moest worden. Die “verheffing” van de arbeidersklasse werd bovendien in toenemende mate beschouwd als een publieke zaak, zodat de overheid de financiering van de kunsten voor een groot deel op zich ging nemen. Daarbij bleef de nadruk sterk liggen op “leering”, in tegenstelling tot “vermaeck”.

Met het verdwijnen van de arbeidersklasse verdween ook het oude verheffingsideaal. Kunst en cultuur werd steeds vaker entertainment, en men is zich gaan afvragen welke rol de overheid in het aanbod hiervan moet spelen. Maar voor onze tijd is dat niet langer de vraag. De vraag moet zijn of je in Nederland kunst kunt overlaten aan rijke mecenassen en de commercie, of dat de overheid nog een faciliterende taak heeft in de kunsten als niet-commerciële vorm van cultuuroverdracht. En ik zou niet weten waarom ze dat laatste niet zou hebben.’

James Kennedy:
‘Dat vind ik een onzinnige uitspraak. Er kan – en moet – discussie zijn over de wijze waarop de overheid kunst financiert, maar je kunt de overheid niet wegdenken uit de financiering van de kunsten. Niet alleen omdat kunst zo belangrijk is, maar ook in het licht van de geschiedenis.

Staatselites en overheden hebben de kunsten altijd gefinancierd. Maar in de twintigste eeuw is een waaier van soorten kunstsubsidiëring door de staat ontstaan – zoals het subsidiëren van vioollessen aan kinderen. Aan het begin van de eeuw vond deze subsidiëring onder meer plaats in het kader van de zogenoemde “volksverheffing”. Maar vanaf de jaren zestig nam de kunstfinanciering door de staat pas echt een grote vlucht. Dat kwam niet alleen doordat er meer geld beschikbaar was, maar ook vanuit de democratiseringstendens: kunst moest minder elitair worden. Niet alleen moest iedereen ervan kunnen genieten, iedereen moest ook kunnen participeren.

De Verenigde Staten zijn in deze ontwikkeling achtergebleven. Kunstfinanciering bleef er grotendeels een particuliere aangelegenheid. Zo kan het dat bijvoorbeeld de dans, anders dan zestig jaar geleden, in West-Europa een betere thuisbasis heeft dan in de VS. In West-Europa worden de kunsten nu op alle niveaus ondersteund, van laag tot hoog. Dat biedt de beste structurele basis voor kunst van topniveau.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Loginmenu afsluiten