Home Heerlijk boek over hartstochtelijke scheldster

Heerlijk boek over hartstochtelijke scheldster

  • Gepubliceerd op: 31 jan 2012
  • Update 13 apr 2023
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

Herman Pleij is een enthousiast man. In zijn publieke optredens overheerst het brede gebaar. Moeiteloos weet hij verbindingen te leggen tussen – ik verzin maar wat (of misschien ook niet) – de Brugse burgerij aan het eind van de Middeleeuwen en de Nederlandse politieke cultuur van heden. De meest saaie onderwerpen weet hij tot leven te wekken.

Als ik de NS was zou ik, nu het papieren Spoorboekje is afgeschaft, Pleij vragen een geschiedenis van dit nuttige seriewerkje te schrijven. Pleij zou ongetwijfeld een aanstekelijk verhaal weten te wrochten over de ingenieuze opzet ervan, de betekenisvolle vormveranderingen in de loop der tijd, de mentale verschuivingen die zich erin weerspiegelen en zelfs het hoge literaire karakter.

In deze lof zit natuurlijk – de lezer zal het opgemerkt hebben – ook een zekere scepsis verborgen. Is Pleij soms niet al te geestdriftig? Is alles werkelijk zo boeiend als hij ons diets probeert te maken? Het was ook deze achterdocht die me aanvankelijk beving bij het lezen van zijn nieuwe boek over Anna Bijns (1493-1575), een Antwerpse schoolhoudster uit de Keizerstraat die tot haar tachtigste voor de klas stond en ondertussen naam maakte met haar dichtwerk.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

‘Nooit is er hartstochtelijker in de Nederlandse taal over de wereldse liefde geschreven,’ stelt Pleij al aan het begin van zijn boek. En dan denk je toch algauw: zou het? Zou iemand die op zoek is naar spannende teksten over de grote drijfveer van het menselijk leven nu echt eerst naar de refreinen van Anna Bijns moeten grijpen? Hebben de volgende vijf eeuwen alleen maar minder te bieden?

Liefde was voor Anna Bijns vooral een kwestie van lijden. Nooit trouwde ze; in haar jeugd had een trouweloze minnaar haar bedrogen en haar poëzie over de liefde is dan ook vol aanklachten.

Aangezien de liefde het sterkst speelt in de jonge jaren, zet Pleij er dan ook na het openingshoofdstuk mee in. Of hij daarbij niet wat al te wilde conclusies trekt? ‘Ze had zich ongepast en oeverloos overgegeven aan de vleselijke liefde,’ beweert Pleij bijvoorbeeld, maar zijn bewijs is niet veel meer dan een aan de apostel Paulus herinnerende verzuchting dat ze ‘vleeschelijk onder de sonde vercocht’ was.

Van een kusje weet Pleij al snel woeste seks te maken. Ik ben er niet zeker van of Anna Bijns deze interpretaties zelf had gebillijkt, temeer daar ze later in haar hameren op kuisheid en eerbaarheid niet de indruk wekt zelf op haar vroegere gedrag gepakt te kunnen worden.

Anna Bijns was vooral een hartstochtelijk scheldster. Ze was nauw bevriend met de plaatselijke franciscanen en andere ketterjagers, en van het opkomende lutherse protestantisme moest ze niets hebben. Maarten Luther was volgens haar een heel wat grotere schurk dan de Gelderse veldheer Maarten van Rossem, want de laatste doodde slechts lichamen, terwijl de Wittenbergse hervormer zielen verwoestte en klaarstoomde voor de hel.

Boekverbrandingen achtte ze noodzakelijk, en als ketters op de brandstapel werden gezet, juichte ze dat luidkeels toe. Het is eigenlijk curieus dat een Amsterdamse emeritus hoogleraar zo warm kan schrijven over een vrouw die heel wat onhebbelijke opvattingen koesterde. Tariq Ramadan wordt vanwege zijn lofzangen op Mohammed heel wat sneller veroordeeld.

En toch… Toch overtuigt Pleij gaandeweg zijn beschouwingen steeds meer. Het verhaal wordt ook historisch steeds concreter. Anna leefde in een kosmopolitische handelsmetropool, die gedurende haar leven uitgroeide tot een stad met 100.000 inwoners. Ze was een vooraanstaand rederijkster en was met het hele bonte leven in de stad vertrouwd.

Pleijs enthousiasme is werkelijk oprecht. Hij leest al die oude teksten voor ons, vertelt ze voortreffelijk in eigen bewoordingen na en legt ingenieuze verbindingen tussen het leven van zijn hoofdpersoon en het stedelijk gebeuren. Vaak moet hij een beetje gissen, maar hij vertelt dat er eerlijk bij, en zelfs als hij ‘construeert’ is dat overtuigend en heeft hij, ook als het net iets anders geweest zou zijn, toch heel wat meegedeeld. Kortom, een heerlijk boek.

Anna Bijns, van Antwerpen

Herman Pleij

399 p. Bert Bakker, € 24,95

Bestellen

Nieuwste berichten

Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Loginmenu afsluiten