Home Lessen uit het verleden: Nationale politie drie keer eerder mislukt

Lessen uit het verleden: Nationale politie drie keer eerder mislukt

  • Gepubliceerd op: 22 mei 2012
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Bas Kromhout

Een Nationale Politie is de hartenwens van demissionair minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten. Zijn wetsvoorstel is al goedgekeurd door de Tweede Kamer; nu is de senaat aan zet. Gaat ook die akkoord, dan slaagt de minister waar velen de afgelopen eeuwen faalden. Lector politiegeschiedenis aan de Politieacademie Guus Meershoek vertelt hoe het Opsteltens voorgangers verging.

‘De discussie over een nationale politie is al twee eeuwen oud. De bron ligt in de tijd van de Franse annexatie (1810-1813), toen Nederland een landelijke justitiële structuur kreeg. Sindsdien zijn er meerdere pogingen ondernomen om de politie meer als een verlengstuk van Justitie te laten opereren en minder als een instrument van lokale bestuurders.

De eerste poging werd gedaan in het midden van de negentiende eeuw. De Amsterdamse directeur van politie Hendrik Provó Kluit publiceerde twee brochures waarin hij voor een nationale politie pleitte. Hij werd lid van de Tweede Kamer, maar zijn idee strandde in 1851 op de liberale voorman Johan Rudolph Thorbecke. De liberalen waren bang dat een nationale politie een machtsinstrument zou worden in handen van de koning.

Na de inhuldiging van Wilhelmina in 1898 nam die vrees af. De liberale regering stelde een commissie in onder leiding van procureur-generaal Herman Kist, die adviseerde de kleine, versnipperde rijkspolitie uit te bouwen tot een groot nationaal korps. In 1901 kwam er echter een confessionele regering onder leiding van de antirevolutionair Abraham Kuyper en die liet de zaken op hun beloop. Het advies verdween in een la.

De derde poging werd gedaan door de Duitse bezetter. De Höhere SS- und Polizeiführer in Nederland, Hanns Albin Rauter, liet de politie naar Duits voorbeeld reorganiseren. Er kwam een centrale leiding in de persoon van een directeur-generaal van politie, de NSB-jurist Jaap Schrieke. In de grote steden en provincies werd de politie aan de burgemeester onttrokken en in handen gelegd van een politiepresident. Maar in de praktijk veranderde er weinig. Zo was E.J. Voûte zowel burgemeester als politiepresident van Amsterdam. En Rauters eigen mensen gaven hun bevelen rechtstreeks aan de plaatselijke politiechefs, met voorbijgaan van de Nederlandse centrale organen.

Na 1945 werd er een compromis gesloten: er kwamen een nieuw rijkspolitiekorps, aangestuurd door Justitie, en een groot aantal gemeentelijke korpsen, die onder de burgemeesters en daarmee onder Binnenlandse Zaken stonden. Maar daarmee was het getouwtrek over wie uiteindelijk baas was over de Nederlandse politie niet voorbij. BZ had bedongen dat elke gemeente die boven een bepaald aantal inwoners uitkwam een eigen politiekorps kreeg. Door de bevolkingsgroei steeg het aantal korpsen van ongeveer 75 naar plusminus 200. Justitie had het nakijken.

Tegenwoordig zijn opnieuw Justitie-ambtenaren de grootste pleitbezorgers van een Nationale Politie. Zij vinden bijvoorbeeld dat de regionale korpsen te weinig personeel vrijmaken voor recherche en nemen liever zelf het politieapparaat in handen. Een volledig justitiële politie zal er echter nooit komen. Want terwijl Den Haag plannen maakt voor een Nationale Politie, nemen gemeenten steeds meer stadswachten en andere ordehandhavers in dienst. Zo ontstaat er toch weer een alternatieve gemeentepolitie.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Recensie

Fik Meijer schrijft een liefdesverklaring aan de Middellandse Zee

Nog één keer maakt oudhistoricus Fik Meijer een reis naar de Middellandse Zee. In zijn jongste boek kijkt hij terug op een leven dat in het teken stond van de klassieke Oudheid. Melancholisch, in de rouw, vindt hij zo ook troost. ‘De zee! De zee!’ (‘Thalassa! Thalassa!’) riepen Griekse huurlingen toen ze in 400 v.Chr....

Lees meer
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
Nieuws

Ratten verwoestten de bossen op Paaseiland 

Een explosieve rattenpopulatie was de grootste factor voor het verdwijnen van de bomen op Paaseiland. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van archeoloog Carl Lipo en antropoloog Terry Hunt aan de universiteiten van Arizona en Binghamton.  Jarenlang werden vooral de eilandbewoners scheef aangekeken op de ontbossing. Zij zouden de boomstammen hebben gebruikt om hun beroemde beelden...

Lees meer
Beatrice de Graaf portret
Beatrice de Graaf portret
Column

De twee lagen van de Oostenrijkse ziel

Laatst was ik voor archief- en werkbezoek in Wenen. Daar kreeg ik een Oostenrijkse lekkernij, een Krapfen, geserveerd. Een soort Berliner bol: van buiten wit gepoederd of roze geglazuurd en van binnen een donkerrode of bruine zoete vulling. Daarom is de Krapfen ook al sinds 1945 hét symbool voor de Oostenrijkse ziel – de grote...

Lees meer
Loginmenu afsluiten