Frankrijk is de afgelopen weken opgeschrikt door gewelddadige protestacties. Het begon met ontevreden scholieren. Jongeren gingen de straat op uit onvrede over het lerarentekort en de slechte staat van Franse schoolgebouwen. De vlam sloeg al snel in de pan: de grote steden krijgen dagelijks te maken met gewelddadige plunderingen en vernielingen. Lokale overheden hebben inmiddels een avondklok ingevoerd en de regering behoudt zich het recht voor demonstraties te verbieden.
In mei 1968 gingen jongeren ook de straat op. Wat begon met ontevreden linksgeoriënteerde studenten, resulteerde in landelijke stakingen en een grote politieke crisis waarbij politiek rechts er uiteindelijk met de buit vandoor ging. Volgens historicus Niek Pas zou dat bij de komende presidentsverkiezingen opnieuw kunnen gebeuren.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Wat gebeurde er precies in mei 1968?
‘Aan het einde van de jaren zestig arriveerden studenten van de babyboomgeneratie aan de universiteiten. Ze waren met velen en overspoelden letterlijk de collegezalen. Ze wilden beter onderwijs en streden tegen de oude, patriarchale gezagsverhoudingen. De studenten vonden veel van wat ze aantroffen ouderwets. Zo waren mannen en vrouwen nog van elkaar gescheiden in studentenhuizen. Dat kon echt niet meer, vonden zij.’
‘Studenten gingen daarom de straat op. Dat ontspoorde toen de politie in een reactie universiteitsgebouwen begon te betreden. Het maakte de studenten nog bozer: ze wilden absoluut geen politie op hun universiteit. Vanwege het harde politieoptreden gingen ook andere Fransen de straat op. Arbeiders wilden meer loon en legden massaal het werk neer. De economie draaide destijds als een tierelier en iedereen wilde een groter deel van de koek. Het werd een landelijke beweging, met stakingen en bezettingen, wat al snel resulteerde in een politieke crisis.’
Ontspoorde het geweld toen ook?
‘Radicaal-linkse groepen sloegen er in mei ’68 ook op los, maar het geweld was anders dan nu. Er zit ook een andere groep achter: veel van het huidige geweld wordt niet gepleegd door studenten, maar door jongeren uit de voorstad. Die groep speelde in 1968 nauwelijks een rol. Gezinshereniging vond in Frankrijk namelijk pas plaats in de jaren tachtig. Bij de protesten van vandaag zie je het diverse Frankrijk, een heel andere samenleving. Het geweld richt zich nu tegen de symbolen van de Republiek. Stadhuizen en politiekantoren worden aangevallen en in brand gestoken. Dat is ongekend.’
Welke politieke gevolgen had de studentenrevolte van ’68?
‘President Charles de Gaulle was destijds niet in het land. Hij was in Duitsland. Achteraf bleek dat hij daar steun ging vragen bij Franse militairen die er gestationeerd waren, voor het geval het helemaal mis zou gaan. Toen hij terugkwam in Parijs, was het momentum van links voorbij. Hij ontbond het parlement en schreef nieuwe parlementsverkiezingen uit, en, dat is de paradox van mei ’68, die wonnen zijn aanhangers glansrijk. Het waren niet de linkse demonstranten of studenten, maar de rechts-conservatieve Fransen die de verkiezingen wonnen. Bij een tegendemonstratie gingen wel een miljoen mensen de straat op in Parijs. Dat andere Frankrijk reageerde en de zwijgende meerderheid haalde haar gelijk.’
Zou dat nu opnieuw kunnen gebeuren?
‘Dat moeten we afwachten. De enige overeenkomsten met toen zijn de harde aanpak van de politie en het feit dat er veel jongeren bij betrokken zijn. De demonstraties van nu zijn tot op heden veel minder massaal. Bovendien was er in 1968 sprake van totaal andere omstandigheden. Er was economische groei, terwijl er nu economische crisis is. Mei ’68 was ook een brede emancipatiebeweging: Fransen wilden breken met een samenleving die op het gebied van waarden en normen op slot zat. Overheidsgebouwen werden bezet of met creatieve posters beplakt, maar de beweging richtte zich niet op vernietiging. De bezettingen hadden symbolische waarde, en inmiddels is het voor veel Fransen een bijna nostalgische en romantische herinnering geworden. Het geweld van nu is nihilistisch.’

‘Je ziet wel dat politici reageren op de protestacties met het oog op de naderende verkiezingen. En dan gaat het vooral om de extremen: met name radicaal-rechts en radicaal-links springen erop. Marine Le Pen, de kandidaat voor radicaal-rechts, toont begrip en probeert als een staatsvrouw over te komen. Ze zegt: als jullie geen rellen willen én geen extreem-links, stem dan op mij. De strategie van de radicaal-linkse Jean-Luc Mélenchon is juist om zoveel mogelijk chaos te creëren. Hij ziet jongeren en migranten als zijn achterban.’
Maakt het midden nog kans?
‘Het kan zijn dat oud-premier Édouard Philippe zich er nog tussen wurmt. Dan moet de andere middenkandidaat Gabriel Attal zich wel terugtrekken. Als dat niet gebeurt, denk ik dat Mélenchon de lachende derde is. Dat zou een ramp zijn, want dan moeten de Fransen in de tweede ronde kiezen tussen radicaal-links en radicaal-rechts. Vrienden van mij hebben al gezegd: dan gaan we niet naar de stembus, want voor ons is dat de pest of de cholera. Dan worden het rare verkiezingen.’