Een openluchtmis op de Champs-Élysées, een ‘jongerenwake’ in het Stade de France en een avondgebed in de herbouwde Notre-Dame. Het moet gek lopen, wil het bezoek van paus Leo XIV aan Parijs van 25-28 september niet historisch worden.
De kans is groot dat tijdens het pausbezoek de special relationship tussen het Vaticaan en Parijs ter sprake zal komen. Een van de bijnamen van Frankrijk is nog altijd ‘la fille aînée de l’Église (‘de oudste dochter van de kerk’). Deze bijnaam is afgeleid van de eretitel ‘oudste zoon van de kerk’ die vanouds wordt gegeven aan koning Clovis, die zich in 496 in Reims liet dopen. Door te benadrukken dat zij nakomelingen waren van de eerste Germaanse vorst die zich bekeerde, konden Franse koningen claimen dat hun macht door God gegeven was: het droit divin.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
De eerste keer dat de uitdrukking werd geplakt op de hele Franse natie was in 1841, in een toespraak van de Parijse priester Henri-Dominique Lacordaire. Frankrijk was toen het toneel van ‘la guerre des deux Frances’: in 1815 was op het Congres van Wenen besloten om de Franse monarchie te herstellen, wat leidde tot een felle maatschappelijke strijd tussen seculiere revolutionairen en katholieke koningsgezinden.
De paus moet vluchten
Het conflict kreeg een internationale dimensie door de ontwikkelingen op het Italiaanse schiereiland. Die regio was sinds de Romeinse tijd geen staatkundige eenheid meer geweest. Begin negentiende eeuw werd het zuiden gedomineerd door het Koninkrijk der Beide Siciliën met Napels als hoofdstad, regeerde in het noordwesten en op Sardinië het huis Savoie, en vielen Lombardije en Venetië onder de Oostenrijkse keizer. Vanaf de jaren 1830 probeerden nationalisten als Giuseppe Mazzini, Giuseppe Garibaldi, Camillo Benso di Cavour en de Savoie-koning Karel Albert I dat te veranderen.
Hun plan voor een risorgimento (‘herrijzenis’) van Italië als eenheidsstaat had niet alleen geopolitieke, maar ook religieuze implicaties. Vanuit Rome heerste de paus als een soeverein vorst over een groot grondgebied: de Kerkelijke Staat. Franse katholieken vreesden dat Italiaanse eenwording zou leiden tot de teloorgang van de wereldlijke macht van de paus. En daarmee van de goddelijke orde, die na de Franse Revolutie was hersteld.
In het revolutiejaar 1848 werden die zorgen in rap tempo werkelijkheid. In Parijs werd de Franse monarchie omvergeworpen, en ook in Italië sloeg de vlam in de pan. In Venetië en Milaan braken revoltes uit tegen de Oostenrijkse keizer. Deze steden kregen al snel bijval van Karel Albert I, die hoopte delen van het Oostenrijkse imperium aan zijn eigen koninkrijk te kunnen toevoegen.
Die inmenging zorgde op zijn beurt voor onrust binnen de Kerkelijke Staat. Paus Pius IX weigerde de oorlog van de Savoie-koning tegen het katholieke Oostenrijk te steunen, wat hem in conflict bracht met Italiaanse nationalisten in Rome. In november 1848 kwamen zij in opstand en vermoordden zelfs de pauselijke premier. Pius IX moest vermomd als een priester de stad ontvluchten. In februari maakte de proclamatie van een Romeinse Republiek een definitief einde aan de Kerkelijke Staat.

Pro-Italiaanse sentimenten
De gebeurtenissen in Italië brachten de kersverse president van Frankrijk, Louis-Napoleon Bonaparte, in een lastig parket. Als neefje van de ‘grote’ Napoleon was hij grotendeels opgegroeid als balling in Rome. Louis-Napoleon sprak dan ook vloeiend Italiaans en koesterde sympathie voor de nationalistische zaak. Tegelijkertijd had hij de verkiezingen van 1848 gewonnen dankzij katholieke steun, dus de paus laten vallen zou hem politiek duur komen te staan.
Uiteindelijk zwichtte Louis-Napoleon voor zijn achterban. In april 1849 stuurde hij een voltallig garnizoen naar Rome, dat na twee maanden de stad wist te heroveren op de nationalisten. Amper vijf maanden na haar oprichting werd de Romeinse Republiek alweer afgeschaft en de Kerkelijk Staat hersteld. Een permanente stationering van de Franse troepenmacht moest nieuwe avonturen van de Italiaanse nationalisten voorkomen.

Toch zouden de Franse veiligheidsgaranties minder waterdicht blijken dan gedacht. Zo wist de sluwe Cavour, nadat hij premier was geworden van het Savoie-koninkrijk, in de jaren 1850 in te spelen op de pro-Italiaanse sentimenten van Louis-Napoleon, die zich in 1852 had gekroond tot keizer Napoleon III. Een bomaanslag van een Italiaanse nationalist in Parijs zou de wispelturige keizer er definitief van overtuigen dat hij zijn Italiëbeleid moest herzien.
In januari 1859 legden Napoleon III en Cavour de condities voor een Italiaanse eenheidsstaat vast in de Akkoorden van Plombières. Italië, zo spraken zij af, zou een confederatie van vier koninkrijken worden, met de paus als voorzitter. Frankrijk beloofde de Italiaanse statenbond bij te staan in de komende oorlog met Oostenrijk, die door de akkoorden onvermijdelijk was.
Toen Oostenrijk drie maanden later Noord-Italië binnenviel, bleken de Franse toezeggingen geen loze woorden. Overmoedig en italofiel als Napoleon III was, liet hij een leger van 170.000 man oprukken om Italië ‘van de Alpen tot de Adriatische Zee’ te ontdoen van Habsburgse overheersing. In Lombardije lukte dat ook, maar de verliezen waren zo groot dat Parijs in juli 1859 alweer besloot een wapenstilstand met Wenen te tekenen.
Overigens betaalde de Italianen een prijs voor de Franse militaire steun: in Plombières had Napoleon III bedongen dat Frankrijk het hertogdom Savoie en Garibaldi’s geboortestad Nizza (Nice) mocht annexeren. De gebiedsoverdracht werd in 1860 geformaliseerd.
Nederlandse vrijwilligers
Ondanks hun aanvankelijke samenwerking kwamen de Franse keizer en de Italiaanse nationalisten vanaf 1861 tegenover elkaar te staan. Op 17 maart was het Koninkrijk Italië uitgeroepen, dat inmiddels bijna de hele laars besloeg en Turijn als hoofdstad had. De door Frankrijk beschermde Kerkelijk Staat en de Oostenrijkse vazalstaat Venetië ontbraken echter nog. De nationalisten moesten en zouden ook de laatste puzzelstukjes onder Italiaanse vlag krijgen. Omdat Oostenrijk vanaf 1866 oorlog moest voeren tegen zowel Italië als Pruisen, lukte dat in Venetië zonder grote problemen. Maar Rome was een ander verhaal.
Behalve Franse troepen waren in de jaren 1860 tienduizenden katholieke vrijwilligers naar de stad getrokken om de paus te beschermen tegen invallen. Onder deze ‘zoeaven’ zaten verrassend veel Nederlanders: zo’n 3000 op een totaal van bijna 10.000. De coalitie van pauselijke en Franse strijdkrachten wist in 1867 een groot Italiaans offensief af te slaan.
In 1870 ging het echter mis: de Frans-Duitse oorlog brak uit, waardoor Napoleon III al zijn troepen uit Rome terugtrok. Nog geen twee maanden later moest de paus zich overgeven aan de Italiaanse koning Vittorio Emanuelle II.

Toch was ook daarmee de Romeinse kwestie nog niet volledig beslecht. Hoewel de Italiaanse regering in 1871 de paus onschendbaarheid, financiële compensatie en het exclusieve gebruik van het Vaticaan aanbood, weigerde Pius IX elk verdrag te tekenen. Sterker nog, hij excommuniceerde de koning en verbood geestelijken deel te nemen aan diens ‘illegitieme’ regering in Rome. Pas in 1929 werd de kwestie definitief opgelost dankzij het Verdrag van Lateranen en de stichting van Vaticaanstad – uitonderhandeld door niemand minder dan Benito Mussolini.
Meer weten:
- Martelaren voor de paus (2023) door Koen de Groot
- The Italian Risorgimento (2009)van Martin Clark
- Pour le pape-roi: Les catholiques français et l’unification italienne (2023) door Arthur Hérisson
