Op een heuvel aan de mond van de rivier de Darth ligt het statige Royal Naval College, het langgerekte roodbakstenen gebouw waar de 13-jarige prinses Elizabeth tijdens een bezoek met haar ouders verliefd werd op de toen 18-jarige adelborst Philip. Dat was niet de belangrijkste reden waarom ik daar in de meivakantie een rondleiding nam. Dat was de vraag hoe het zat met het benoemingssysteem bij de Britse marine.
Terwijl in Nederland al vanaf de zeventiende eeuw een soort traditie bestond van selectie op basis van verdienste, duurde het in Groot-Brittannië tot ver in de negentiende eeuw voor het systeem van gentlemen amateurs werd afgeschaft. Dat systeem hield in dat adellijke families tegen een geldbedrag een plaats voor hun zoon konden kopen op een schip. Hoe belangrijker het schip of de functie, hoe hoger de commissie. Er zat wel een zekere begrenzing aan dit promotiesysteem, want om echt kapitein of admiraal te worden, moest een adelborst een stevig aantal examens en leerjaren doorlopen.
Toch kregen we tijdens de rondleiding sterke verhalen voorgeschoteld van kapiteins die via afkomst en patronage een positie op een schip of zelfs een kapiteinspost hadden bemachtigd, en daar een potje van maakten. Zo was er een Sir Home Riggs Popham (zie de geweldige biografie van Jacqueline Reiter van hem) die zich zo entitled gedroeg dat hij geen orders afwachtte en in 1806 op eigen houtje naar Zuid-Amerika voer en daar Buenos Aires bezette, verwikkeld raakte in smokkelschandalen en ook de expeditie naar Walcheren in 1809 verknalde. Pas in de jaren zestig van de negentiende eeuw werd dit ‘koopsysteem’ voor adelborsten formeel afgeschaft.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Overigens nam de marine de scholing van kapiteins serieuzer dan de landmacht. Daar was het zo mogelijk nog bedroevender gesteld. Het was aan de hertog van Wellington te danken dat de grootste klunzen snel naar huis werden gestuurd, en dat het moreel van de troepen tijdens de napoleontische oorlogen nog enigszins op niveau bleef. Uiteindelijk verloor Napoleon de oorlogen, maar zijn systeem van meritocratische benoemingen, training en scholing overwon. Professionaliteit won het van geld of afkomst, apolitieke positionering van nepotisme.
Maar laten we niet te snel afgeven op die feodale bedoening. Want standaards van verdienste en van inclusieve toegang tot een militaire carrière liggen in de 21ste eeuw onder vuur. Niet omdat officiersposten anno 2026 weer met geld kunnen worden gekocht. Maar omdat in de machtigste krijgsmacht van het westerse bondgenootschap niet kwaliteit, maar politieke loyaliteit (en masculiniteit) op hoge posten weer doorslaggevend lijkt te zijn. Te onafhankelijke generaals worden ontslagen, kandidaten die niet onderdanig genoeg zijn worden geschrapt van de promotielijst.
Soms wordt wel de vrees uitgesproken dat we door een groeiend militair-industrieel complex worden opgeslokt. Dat is deels terecht. Maar een terugval in feodaal amateurisme zou nog wel eens een nog grotere valkuil voor de slagvaardigheid van de Amerikaanse krijgsmacht kunnen zijn. En een minstens zo groot risico voor de NAVO.
