Tanger was vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig een vrijhaven voor een westerse culturele elite. Onder hen veel homo’s, omdat in Tanger homoseksualiteit getolereerd werd. Vrijheid blijheid, maar de documentaire Mohammed & Paul: Once Upon a Time in Tangier laat de keerzijde zien.
De ‘mythe van Tanger’ wordt het wel genoemd: de gedachte dat de Marokkaanse stad een hippieparadijs was, waarin iedereen gelukzalig blowend in het paradijs leefde. Documentairemaker Nordin Lasfar, opgegroeid in Nederland als kind van Marokkaanse ouders, laat zien dat het inderdaad een mythe is. Als jongen raakte hij gefascineerd door het werk van de Amerikaanse schrijver Paul Bowles, die vanaf 1947 tot aan zijn dood in 1999 in Tanger woonde. Bowles was de spilfiguur in de westerse culturele elite van de stad, waarin ook schrijvers als Allen Ginsberg, William Burroughs en Jack Kerouac (tijdelijk) een rol speelden.
Hoe het er achter de exotische façade aan toeging, is te zien in Mohammed & Paul. De film toont de verhouding tussen Bowles en de Marokkaan Mohammed Mrabet. Bowles noteerde de fantasierijke verhalen van de analfabeet Mrabet, waarna hij ze succesvol in het Westen publiceerde. In Tanger klaagt Mrabet tegen Lasfar dat hij nooit fatsoenlijk betaald is voor zijn verhalen. Ook in gesprekken met andere getuigen uit die tijd valt het vrolijke beeld van westerse culturele rebellen in duigen. Velen waren racistisch en decadent, en kwamen voor de goedkope seks met minderjarigen, die zich uit armoede prostitueerden. Ze waren kolonialen die veel kwamen halen, maar niets brachten.

