Oekraïne beschuldigt een Russische archeoloog van illegale opgravingen op de Krim. Sinds 1954 bestaat er UNESCO-wetgeving voor archeologische werkzaamheden in conflictgebieden en de bescherming van cultureel erfgoed. Maar in oorlogstijd helpen die regels nauwelijks, vertellen archeologen.
Kiev vraagt om de uitlevering van de Rus Alexander Butyagin, die in december 2025 werd gearresteerd in Polen. De archeoloog van de Hermitage leidt sinds 1999 opgravingen op de Krim, en ging daarmee door toen Rusland het gebied in 2014 bezette. Oekraïne beschouwt zijn werkzaamheden als illegaal en spande al snel een rechtszaak tegen hem aan. Butyagin zegt dat het behoud van cultureel erfgoed zijn enige doel is, maar volgens de Oekraïners maakt hij misbruik van de bezetting door zijn vondsten naar Sint-Petersburg te transporteren.
Wat mogen archeologen nog doen zodra er een oorlog uitbreekt? In 1954 probeerde de Haagse Conventie voor de Bescherming van Cultureel Erfgoed daar antwoord op te geven. Landen spraken af dat alle strijdende partijen verantwoordelijk zijn voor het beschermen van archeologische sites tijdens een oorlog, en dat een bezetter opgravingen moet verbieden als er een gewapend conflict speelt. De Sovjet-Unie zette zijn handtekening onder die UNESCO-conventie, maar Rusland heeft een aanvullend protocol uit 1999 nooit geratificeerd.
Wetgeving vaak een ‘wassen neus’
Archeoloog Peter Akkermans (Universiteit Leiden) zegt dat de Russische archeoloog volgens de wetgeving niet op bezet grondgebied had mogen werken. Maar de Krim is niet de enige plek waar illegale opgravingen worden gedaan. ‘Op Noord-Cyprus gebeurt dat ook, net als de Golanhoogten en de Westelijke Jordaanoever.’
In 2001 werd de Bosnisch-Servische Milomir Stakić veroordeeld voor de vernietiging van moskeeën en kerken in de Bosniëoorlog, en in 2012 kreeg een islamitische militant een gevangenisstraf voor het opzettelijk aanvallen van historische gebouwen in Mali. Toch zijn verdere veroordelingen op basis van de Haagse Conventie schaars. Volgens Akkermans haalt de UNESCO-wetgeving in de praktijk dan ook weinig uit. ‘Vaak is het een wassen neus. Met dit soort verdragen kun je eigenlijk alleen druk proberen te zetten. Maar in oorlogsgebied gelden de wetten van de sterkste, de geweerloop regeert.’

‘Deel van het probleem is dat UNESCO alleen met overheden mag werken’, zegt RMO-archeoloog David Kertai. Volgens hem zit het probleem niet zozeer in de conventie zelf, maar in de toepassing ervan. ‘Het voorbeeld op de Krim laat zien dat binnen deze internationale wetgeving vaak meerdere interpretaties mogelijk zijn. Denk aan het vervoer van archeologische voorwerpen. Mag je die tijdelijk ergens anders onderbrengen om ze te beschermen? En waar ligt de grens tussen beveiligen en beschadigen? Op de Krim zijn daken van oude gebouwen vervangen om ze te beschermen. Dat kun je ook zien als de beschadiging van cultureel erfgoed.’
Archeologische goudmijnen geplunderd
‘Het beschermen van erfgoed op afstand is lastig’, gaat Kertai verder. Als er geweld uitbreekt, proberen archeologen vanaf de zijlijn de schade aan sites te beperken. Soms adviseren ze militairen over de bescherming van belangrijk cultureel erfgoed. ‘Maar landschappen met archeologische heuvels worden ook wel eens gebruikt voor militaire doeleinden, omdat ze bijvoorbeeld perfect zicht geven over de regio.’
Niet vallende bommen, maar plunderaars vormen vaak het grootste probleem. In de anarchie die ontstaat halen rovers archeologische sites en opslagplaatsen leeg, soms met toestemming van een van de strijdende partijen. Archeologen proberen op afstand te documenteren waar geplunderd wordt. ‘De International Council of Museums, dat door UNESCO wordt ondersteund, UNESCO heeft rode lijsten met erfgoed waarvan bekend is dat het gestolen is. En er is speciale wetgeving waarmee je moet bewijzen dat een vondst in legale context verkregen is. Maar het is heel moeilijk om bij te houden.’
‘Botmateriaal en scherven zijn naar buiten gesmeten’
Akkermans beaamt dat archeologen vaak alleen van de zijkant kunnen toekijken. Hij spreekt uit ervaring: met zijn team deed hij opgravingen in Syrië, maar ze konden hun werk niet voortzetten toen er in 2011 oorlog uitbrak. ‘Het museum in Raqqa waar we onze spullen heenbrachten, is geplunderd, beschoten en gebombardeerd. Ik heb foto’s gezien van onze depots nadat ze waren leeggehaald. Wat niet als waardevol werd beschouwd, zoals botmateriaal of scherven, is naar buiten gesmeten. Archeologisch zijn dat goudmijntjes, maar niet voor plunderaars.’
Digitaliseren om te beschermen
Oekraïne is het project ‘Backup Ukraine’ gestart: burgers kunnen met hun telefoon foto’s en 3D-scans van gebouwen maken om ze digitaal te documenteren. Mochten die gebouwen beschadigd raken, dan zijn ze dankzij de scans gemakkelijker te restaureren. Kertai ziet de voordelen van de nieuwe techniek, maar denkt dat deze niet bruikbaar is bij archeologische voorwerpen. ‘Die zijn altijd uniek en onvervangbaar, ook door een scan.’

