• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 9/2022

    4 vragen aan Luit van der Tuuk

    Door: Steven de Boer

    Voor vroege middeleeuwers was veel onzeker en onverklaarbaar. Om houvast te vinden richtten ze zich tot het bovennatuurlijke. Met tal van rituelen en magische middelen probeerden ze hogere machten te beïnvloeden. In Indiculus verkent Luit van der Tuuk deze gebruiken, van toverspreuken tot orakelstokjes. Hij laat zien hoe ook het christelijk geloof doordrenkt was van magie. Geestelijken veroordeelden de heidense praktijken, toch deden ze er zelf aan mee. ‘Om rampspoed af te wenden moest je hogere machten te vriend houden.’

    Waren christelijke en heidense gebruiken met elkaar verweven?
    ‘Wij denken vaak dat geestelijken en heidenen ver van elkaar af stonden, maar ze zaten in hetzelfde stramien en deelden dezelfde gedachtewereld. Heidense gebruiken werden dus bijna vanzelf in de christelijke leer opgenomen. Geestelijken geloofden bovendien net zo goed in heidense goden, zoals Wodan en Thor, of in geesten en weerwolven. Dat waren volgens hen creaties van de duivel. De kerk schilderde magie af als een verachtelijk volksgeloof, maar deed er zelf ook aan mee. Via magie probeer je een hogere macht te beïnvloeden, en met bidden eigenlijk ook.’

    Luit van der Tuuk

    Waarvoor werd magie gebruikt?
    ‘Om rampspoed af te wenden was het belangrijk hogere machten te vriend te houden. Bij magie was er eigenlijk sprake van een transactie: in ruil voor een offer kon een god iets voor je bewerkstelligen. Als Scandinaviërs hun gewassen wilden behoeden voor noodweer, wendden ze zich tot de stormgod Thor. Ook toverspreuken waren een vorm van magie. Daarbij was het principe: iets heeft kracht als het hardop wordt uitgesproken. Dat idee geldt nog altijd: bij de rechtbank moet je hardop zweren dat je de waarheid spreekt.’

    Waarom werd magie vooral met vrouwen geassocieerd?
    ‘Vrouwen hadden in de vroegmiddeleeuwse samenleving de rol van verzorgster en geneeskundige. Wanneer een vrouw een patiënt genas, werd dit niet alleen aan haar medische kennis toegeschreven, maar ook aan de magie die ze had aangewend: hogere machten hadden bijgedragen aan de genezing. Zodoende ontstond het idee dat vrouwen dichter bij het bovennatuurlijke
    stonden dan mannen. Een man die zich als magiër manifesteerde werd als verwijfd gezien.’

    Hoe gingen vroege middeleeuwers om met overledenen?
    ‘Het begrafenisritueel was erop ingericht dat die ook daadwerkelijk naar het dodenrijk gingen. Het moest heel precies worden uitgevoerd, want als er iets misging, bleven de doden rondspoken. Daar waren mensen erg bang voor. Ze geloofden dat spoken ’s nachts in groepen voorbijtrokken en van alles vernielden. In de IJslandse literatuur staan zelfs verhalen over grafrovers die met
    de doden moesten vechten.’

    Steven de Boer is verbonden aan Historisch Nieuwsblad.

    Indiculus. Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen
    Luit van der Tuuk, 256 p. Omniboek, €23,50