• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 12/2017

    Zwarte Dinsdag in Suriname

    Het bloedige einde van een volksopstand in Paramaribo

    Door: Guido van Hengel
    Op 7 februari 1933 liet procureur-generaal Frans van Haaren in Paramaribo het vuur openen op een demonstratie. Er vielen twee doden en tientallen gewonden. Historisch Nieuwsblad kreeg als eerste inzage in zijn memoires. ‘Alles bij elkaar had het niet gunstiger kunnen verlopen.’ In het laatste hoofdstuk van Wij slaven van Suriname (1934) vertelt schrijver Anton de Kom over het weerzien met zijn geboortegrond op een ‘blijde, lichte’ morgen in januari 1933. Vanaf de boot beziet hij de kust: ‘Twee uur geleden is de zon met een bloedrode glimlach opgestaan uit haar leger, haar gloeiende kogel rolt als een vurige ballon langs de strakblauwe hemel… Aarde en zee van Suriname nemen een douche van zonlicht.’ Hij had toen dertien jaar in het grotendeels van zonlicht verstoken Nederland geleefd. Dertien vormende jaren. In Haagse restaurants en zaaltjes kruiste zijn pad dat van Indonesische vrijheidsstrijders, antikoloniale activisten en ook communisten. De inspiratie die zij boden, aangevuld met de dagelijkse ervaringen met racisme, deden hem beseffen dat hij zich met ziel en zaligheid moest inzetten voor Surinaamse onafhankelijkheid. Lange avonden spendeerde hij in de Koninklijke Bibliotheek, waar hij materiaal verzamelde voor het schrijven van een boek dat de Surinamers hun eigenwaarde zou moeten teruggeven.

    Tekst loopt door onder tekst.

    Op 7 februari 1933 drommen talloze Surinamers samen om vrijlating van Anton de Kom te eisen.

    Nederland wist ervan. In 1929 signaleerde de inlichtingendienst in Den Haag al ‘één West-Indiër’ bij de antikoloniale beweging Perhimpoenan Indonesia. De Kom was in het vizier, helemaal toen hij daarna artikelen ging schrijven voor het communistische dagblad De Tribune. Hoewel De Koms besluit om in 1933 naar Suriname te reizen apolitiek was - zijn moeder lag op sterven – stuurde de minister van Koloniën toch een paniekerig waarschuwingstelegram naar de Nederlandse gouverneur in Paramaribo. De Kom was een ‘gevaarlijke communist’ en een ‘revolutionair agitator’ die het volk zou opzetten tegen het koloniale gezag. Prompt werd De Kom vierentwintig uur per dag geschaduwd. Later schreef hij erover: ‘Hoe is het mogelijk dat de komst van een “communist” vele civiele en militaire bestuurders van de kolonie dermate had beangstigd? […] Wat zou een enkele man, zelfs indien hij wilde, beginnen kunnen tegen het gehele machtsapparaat van de kolonie Suriname?’ De Kom had ongelijk. Eén man kon het verschil maken. Zijn bezoek veroorzaakte veel tumult, wat leidde tot zijn arrestatie en eindigde met de ‘Zwarte Dinsdag’ - een dramatische dag in de Surinaamse collectieve herinnering. Op 7 februari 1933 gaf procureur-generaal Frans van Haaren het bevel te schieten op een menigte die voor de vrijlating van De Kom gekomen was. Er vielen twee doden en tientallen gewonden. ‘Wat kon één man beginnen tegen het hele machtsapparaat?’ Deze gebeurtenis kennen we vooral vanuit het perspectief van De Kom, die erover schreef in Wij slaven van Suriname, aangevuld met de verslagen van de gouverneur, die te vinden zijn in het Nationaal Archief. Maar onlangs zijn de memoires opgedoken van Frans van Haaren. Een familielid gaf Historisch Nieuwsblad inzage in Van Haarens persoonlijke impressies van deze verschrikkelijke dag.

    Hongerrellen

    Twee jaar voor De Koms arrestatie, in 1931, was Suriname al opgeschrikt door hongerrellen van werklozen. Deze waren ontaard in een gewelddadige confrontatie met de politie. Van Haaren had deze rellen getypeerd als ‘baldadigheid van het rapalje’, maar ondertussen was hij als gezagsdrager ook angstig geworden voor het rode gevaar. ‘Het communisme heeft hier zijn intrede gedaan,’ schrijft hij. ‘De opstand van 1931 was onderdrukt, maar het communisme kreeg men niet het land uit. Het gistte onder het volk.’ Lange tijd was er weinig reden tot zorg geweest. Het verzet in Suriname was gefragmenteerd en geïsoleerd. Wel hadden Surinamers die werkten bij de olieraffinaderij op Curaçao inspiratie opgedaan bij Caribische activisten. Heldhaftige verhalen spraken tot de verbeelding, zoals die van de slaven van Haïti, die rond 1800 de Franse kolonisatoren van het eiland hadden verjaagd. Toen de arbeiders tijdens de economische crisis van 1929 huiswaarts keerden, namen ze deze verhalen mee.

    Tekst loopt door onder afbeelding. J.A. Donker Duyvis maakt deze pasteltekening van Anton de Kom in 1938. Die is dan alweer jaren terug in Nederland.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen