• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2017

    Zeven markante vrouwelijke Kamerleden

    Stijfkoppen, idealisten en doorzetters

    Door: Marchien den Hertog

    In 1917 kregen Nederlandse vrouwen passief kiesrecht; vijf jaar later mochten ze ook actief stemmen. Maar daarmee waren ze er niet. De afgelopen eeuw was het bikkelen voor vrouwen met politieke ambities, zo laten zeven eigenzinnige Kamerleden zien.

    Het is een rumoerige dag, die 17de september 1918. De eerste zitting van de Tweede Kamer valt samen met Prinsjesdag. Het parlement telt maar liefst 42 onbekende gezichten. Eén nieuweling krijgt daverende ovaties en wordt belaagd door fotografen. De koningin heeft in haar troonrede het gebruikelijke ‘Mijne heren’ weggelaten: naast Pieter Jelles Troelstra zit de eerste vrouw in de Tweede Kamer.

    Niet dat vrouwen die eerste vijftig jaar het parlement bestormen. Suze Groeneweg krijgt er in 1922, als vrouwen ook actief mogen stemmen, zes seksegenoten bij. En tijdens de crisis daalt het aantal vrouwen in de Kamer weer, tot een treurig dieptepunt van drie in 1937. Pas na 1977 (!) wordt het vrouwelijk aandeel met achttien Kamerleden groter dan 10 procent. De laatste jaren schommelt dat percentage rond de 40.

    Ondertussen kunnen journalisten het zeker in de begintijd niet laten commentaar te geven op al dan niet aanwezige vrouwelijke eigenschappen; ‘een lief figuurtje, een lieve stem en bescheiden, innemende, echt vrouwelijke manieren,’ schrijft De Tijd in 1922 over CHU-Kamerlid Frida Katz. De dames hebben nog een lange weg te gaan.

    Hoewel ze in de Kamer debatteren over de meest uiteenlopende kwesties, is het, zeker in de eerste decennia, onvermijdelijk dat ze hun stem laten horen over ‘vrouwenzaken’. De heetste hangijzers – de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen en het ontslag van ambtenaressen bij hun trouwen – worden pas ver na de Tweede Wereldoorlog naar tevredenheid opgelost.

    Die eerste jaren trotseren de conservatieve parlementsleden nog weleens hun fractie om op te komen voor vrouwenrechten. De laatste decennia, zo stelt Erica Terpstra in 1986, is het lastiger voor vrouwen om één lijn te trekken, ondanks de instelling van een Kamerbreed Vrouwenoverleg in de jaren tachtig – een ‘informele vuist’, maar door mannen afgedaan als een ‘machteloos hobbyclubje’. Toch zijn er genoeg vrouwelijke Kamerleden die hun eigen weg volgen. Zeven markante voorbeelden.

     

    Onafhankelijk: Frida Katz (1885-1963)

    Partij: CHU, maar ‘ik twijfelde indertijd tussen liberaal of rechts’.

    In de Kamer: vanaf 1922, als ze haar ‘joyeuze entree’ maakt. Ze houdt haar maidenspeech over de huwelijkswetgeving.

    Stemt: als enige vrouw voor de vlootwet en roept haar linkse parlementaire zusters daarbij op hun verstand te gebruiken.

    Is heel gelukkig met: haar ‘vrije beroep’ als advocate in Amsterdam: ‘Men voelt zich dan onafhankelijk. Men behoeft niemand naar de oogen te zien.’

    Zit tussen 1921 en 1937 ook nog: in de Amsterdamse gemeenteraad. En vervult een schier oneindige reeks nevenfuncties in maatschappelijke organisaties: van het Genootschap tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen, de Commissie Onderwijs aan Schippers- en Kramerskinderen tot presidente van de Nationale Vrouwenraad.

    Maakt zich sterk voor: reclassering en de verbetering van vrouwengevangenissen, maar stelt ook Kamervragen over excessen tijdens de ontgroening binnen studentencorpsen.

    Doet dat luid en duidelijk: ‘Van de dames spreekt ongetwijfeld mevr. Mackay-Katz het aangenaamst. Haar stem is melodieus, helder, ja luid, zoo luid, dat de slechte accoustiek der zaal het gesprokene niet zelden doet “schallen”.’

    Kwalificatie door de pers: ‘het uit Amsterdam welbekende aarts-reactionaire fenomeen Frida Katz’ (Sociaal-democratisch Weekblad ).

    Opmerkelijk: strijder voor vrouwenrechten, maar vindt dat de plaats van de vrouw bij het gezin is: ‘Er zijn nog verstandige vrouwen die hun man de ereplaats blijven geven, ook al is die man zwak en delen ze zelf de lakens uit. Dat heeft met meerdere kennis niets te maken, maar alles met innerlijke wijsheid.’

    Trotseert toch haar fractie: in het debat over verplicht ontslag van gehuwde ambtenaressen: ‘De regering hoeft niet in te grijpen in de autonomie van het gezin, maar kan gerust vertrouwen op het moederlijke en natuurlijke instinct dat de getrouwde vrouw wel de weg zal wijzen.’

    Citaat: ‘Er kwamen wel dominees naar mij toe. Zij wezen mij op de Bijbeltekst: een vrouw zwijgt in de vergadering. Kom dominee, u moet dat groot zien, zei ik dan. Men moet de grondslagen van de Bijbel toepassen naar gelang van de tijd waarin men leeft.’

     

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen