• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 11/2021

    Werken en baren voor Zweden

    Door: Alies Pegtel

    Zweedse moeders werken, terwijl hun kinderen naar de crèche gaan. Het is een erfenis van de bevolkingspolitiek die het sociaal-democratische echtpaar Alva en Gunnar Myrdal bedacht tijdens het Interbellum. Om de productie en de volkskracht op peil te houden werden vrouwen gestimuleerd om zowel te werken als kinderen te baren. Maar de voortplanting van erfelijk belasten moest juist worden voorkomen.

    Als het gaat om gelijkheid tussen man en vrouw geldt Zweden als een lichtend voorbeeld. Samen met IJsland, Finland en Noorwegen staat het land in de top-vijf van de Global Gender Gap Index van het World Economic Forum, die onder andere de arbeidsparticipatie, economische kansen en politieke invloed van vrouwen meet. Nederland blijft hier ver bij achter en staat op nummer 31. Nederlandse ouders van jonge kinderen hebben ook reden om jaloers naar het hoge noorden te kijken. Zweedse moeders kunnen anderhalf jaar thuisblijven met behoud van baan en inkomen. Ouders hebben in Zweden samen recht op 480 dagen betaald zorgverlof, die ze onderling kunnen verdelen. Kinderen van één tot zes jaar gaan er vijf dagen per week naar de gratis förskola (voorschool), waar ze onder begeleiding van hoogopgeleide medewerkers in kleine groepjes buitenspelen en gezonde maaltijden krijgen.

    Hoe zijn de verschillen met Nederland te verklaren? Hebben de Zweden van nature meer geëmancipeerde opvattingen over het ouderschap? Tot en met de achttiende eeuw vonden de meeste Zweden net als Nederlanders dat moeders thuis voor hun kinderen moesten zorgen. Maar het Scandinavische land maakte in de daaropvolgende periode een andere demografische ontwikkeling door dan Nederland. Een die vroeg om een actieve bevolkingspolitiek.

    Vanwege de grote armoede maken veel Zweden de oversteek naar de Verenigde Staten. Schilderij door Charles Frederic Ulrich, 1884.

    Zweden was in de negentiende eeuw een van de armste Europese landen. Dankzij betere hygiëne en lagere kindersterfte groeide de bevolking net als elders in Europa explosief: van 1,8 miljoen inwoners in 1750 tot 4 miljoen in 1900. Maar de industrialisatie was er nog amper op gang gekomen en de landbouw was relatief onderontwikkeld. Toen de graanprijzen kelderden, had dit catastrofale gevolgen. Er kwam een massale emigratie op gang, voornamelijk naar de Verenigde Staten. In de tachtig jaar vanaf 1850 emigreerde bijna een derde van de Scandinavische bevolking, IJslanders en Finnen meegerekend. In deze periode vertrokken er ook Nederlanders naar de VS, maar in veel minder grote aantallen.

    De uittocht van met name jonge vitale mannen werd in Zweden als problematisch ervaren. Conservatieven voedden de angst voor onderbevolking; ze deden een beroep op vaderlandsliefde en probeerden de emigratie een halt toe te roepen. Na de Eerste Wereldoorlog gingen politici en intellectuelen van vrijwel alle politieke richtingen zich ernstige zorgen maken omdat de geboortecijfers daalden. In 1935 had Zweden met 13,6 geboortes op elke 1000 inwoners het laagste reproductiegetal ter wereld. Volgens de algemene opvatting diende er snel iets te gebeuren om de Zweedse natie voor uitsterven te behoeden.

    Sociaal vangnet

    Een van de denkers die zich mengden in dit debat was de 31-jarige sociaal-democratische econoom Gunnar Myrdal. Met zijn eveneens gestudeerde 29-jarige echtgenote Alva had hij een jaar in de Verenigde Staten doorgebracht. Daar waren de Myrdals politiek wakker geschud door de scherpe maatschappelijke tegenstellingen die ze van huis uit niet kenden. Ze concludeerden dat de overheid een sterk interveniërende rol moest spelen om een rechtvaardige samenleving vorm te geven. Als sociaal hervormers keerden ze huiswaarts.

    Alva Myrdal voor de hypermoderne villa die ze met man en kinderen bewoont.

    Terug in Zweden bogen de dertigers zich over het vraagstuk van de bevolkingskrimp. Hij als econoom, zij als socioloog en kinderpsycholoog. Resultaat was het spraakmakende boek Kris i bevolkingsfrage (‘Crisis in het bevolkingsvraagstuk’), dat in 1934 verscheen. Het was een lijvig werk dat een praktische oplossing bood. Liet je het aan mensen zelf over om hun gezinsgrootte te bepalen, dan namen ze uit financiële overwegingen zo min mogelijk kinderen, zo redeneerden de Myrdals. Maar bood je ze als staat een sociaal vangnet, dan kozen ze misschien wel voor drie of vier kinderen.

    Het inzetten van overheidsgeld om een crisis te keren had Gunnar afgekeken van zijn Britse generatiegenoot John Maynard Keynes, die stelde dat je mensen sociale zekerheid moest bieden. En zo schetsten de Myrdals een blauwdruk van de Zweedse verzorgingsstaat. Ze pleitten voor een omvangrijk pakket van sociale voorzieningen, waaronder kinderbijslag, huursubsidies voor grote gezinnen, publieke gezondheidszorg, gratis anticonceptie, gratis onderwijs, gratis crèches en kinderopvangcentra die ook ’s avonds en in de weekends geopend waren, zodat ouders konden recreëren.

    De uittocht van jonge vitale mannen werd als problematisch ervaren

    Inbegrepen was ook een genereus zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Want kinderen moesten geen belemmering vormen voor Zweedse moeders om te werken. Dit punt was duidelijk de bijdrage van de feministische Alva Myrdal. Bijkomend voordeel van werkende vrouwen was dat zij de gaten in de arbeidsmarkt konden vullen die door de emigratie van met name mannen waren ontstaan.

    Maakbaarheid

    Alva’s ideaal was dat man en vrouw werk en zorg eerlijk zouden verdelen. De radioprogramma’s over kinderpsychologie die zij maakte waren altijd bestemd voor moeders én vaders. Eén uitzending ging expliciet over de vader als ‘vergeten ouder’. Voor eenvoudige burgers liet Alva in Stockholm een appartementencomplex optrekken met een gezamenlijke keuken, restaurant, crèche en wasserij, zodat vrouwen eindelijk bevrijd zouden zijn van hun ‘slavenrol’ in het huishouden. Dit coöperatieve appartementencomplex was de belichaming van het typisch Zweedse concept folkhem, het gemeenschapsleven in de welvaartsstaat.

    Het boek Crisis in het bevolkingsvraagstuk wordt een bestseller.

    Zelf woonden Alva en Gunnar met hun drie kinderen Jan, Sissela en Kaj in een mooie buitenwijk van Stockholm. Alva ontwierp samen met de toonaangevende architect Sven Markelius een functionalistische villa en vulde deze met exclusieve meubels, ontworpen door Josef Frank van het atelier Svenkst Tenn. Zweeds design en architectuur waren een wezenlijk onderdeel van de moderne maatschappij die Alva voor ogen stond en waarin mensen prettiger zouden leven. Villa Myrdal was zo ingericht dat de gezinsleden elkaar niet voor de voeten hoefden te lopen. De kinderen woonden met de nanny en het dienstmeisje beneden, zij en Gunnar werkten op de bovenverdieping in een werkkamer waar een tussenwand kon worden geplaatst.

    In het agrarische Zweden was het revolutionair om een vrouw niet alleen als moeder te zien, maar ook als zelfstandig individu met eigen talenten en recht op betaald werk. En om mannen op te roepen kinderen te verzorgen. Deze voorstellen gingen de doorsnee Zweed dan ook veel te ver. Toch was ‘Kris’ een bestseller. Vanwege het succes van het boek besloot de sociaal-democratische regering door te pakken en partijgenoot Gunnar aan het hoofd te stellen van een commissie die moest adviseren hoe het land uit de crisis te trekken.

    Daardoor kon hij enkele voorstellen uit het boek realiseren. Zo nam het Zweedse parlement in 1939 een wet aan die het verbood om vrouwen te ontslaan wegens huwelijk of zwangerschap.

    Maar hoewel de Myrdals volop gesteund werden door hun partij, die vanaf 1932 tot 1976 onafgebroken regeerde, bleven hun plannen aanvankelijk mijlenver verwijderd van de praktijk van alledag. Verreweg de meeste Zweedse vrouwen waren in de jaren dertig en veertig huisvrouw en slechts een fractie had een betaalde baan.

    Ook het eigen gezinsleven van de Myrdals verliep niet helemaal volgens het geëmancipeerde boekje. Gunnar was het tegenovergestelde van Alva’s gedroomde moderne zorgvader. Volgens dochter Sissela kon hij nog geen luier verwisselen en liet hij alle gezinstaken over aan Alva. Gunnar verhuisde ook rustig in zijn eentje naar het buitenland, maar was wel aandachtbehoeftig. Toen hij in 1942 in de VS werkte aan een sociologische studie van de zwarte gemeenschap, dwong hij Alva de kinderen achter te laten en bij hem te komen wonen. Dit deed ze, zich er schijnbaar niet van bewust dat ze de klassieke echtgenotenrol vervulde waar ze in theorie vanaf wilde.

    Gunnar en Alva Myrdal met hun kinderen na terugkeer uit de Verenigde Staten, 1950.

    Alva merkte dagelijks dat haar man afweek van haar ideaal, maar ondanks deze persoonlijke teleurstelling bleef ze rotsvast geloven in de maakbaarheid van de Zweedse samenleving. De gratis scholen en crèches had ze niet alleen bedacht om werkende moeders te ontlasten, maar ze dienden ook een hoger doel: professionals moesten de ouders vervangen om jonge Zweden op te voeden tot goede burgers.

    Gesteriliseerd

    Het idealisme van de Myrdals had schaduwzijden. Ze waren aanhangers van de eugenetica, de rasverbeteringsleer die in hun tijd in Europa en de VS werd uitgedragen door wetenschappers en intellectuelen van uiteenlopende politieke richtingen. In hun optiek was het de taak van de staat om ‘ongeschikte’ mensen ervan te weerhouden zich voort te planten. De Myrdals waren ervan overtuigd dat dit een nuttige methode was om een betere samenleving te creëren. Niet het belang van het individu prevaleerde, maar dat van het Zweedse ‘volkslichaam’.

    Een jaar na verschijning van ‘Kris’ nam het Zweedse parlement een wet aan voor de ‘veredeling van de kenmerken van het Noordse ras’ door middel van sterilisatie. In Denemarken was zo’n wet al sinds 1928 van kracht en in Noorwegen sinds 1933. Tot 1975 zouden in Zweden 63.000 mensen, met of zonder hun medeweten, worden gesteriliseerd vanwege ‘onwenselijke raciale trekken’. Het betrof met name vrouwen van niet-Zweedse komaf uit de lagere sociale klassen. Deze gang van zaken had de volle instemming van de Myrdals.

    Niet het individu prevaleerde, maar het ‘volkslichaam’

    Toch waren zij geen consequente racisten. In An American Dilemma, Gunnars magnum opus uit 1944, ontkrachtte hij de bewering van white supremacists dat aparte voorzieningen voor zwarte Amerikanen niet slechter waren dan voor blanke. Ook voorspelde hij dat het Amerikaanse geloof in de gelijkwaardigheid van alle mensen op den duur een einde aan de segregatie zou maken. Burgerrechtenadvocaten in de jaren vijftig beriepen zich op Myrdals studie om hun pleidooien met wetenschappelijke argumenten kracht bij te zetten.

    Na de Tweede Wereldoorlog bloeide de economie van het neutraal gebleven Zweden op. Veel van de ideeën van de Myrdals werden in de loop van de jaren ingevoerd. Waar elders in Europa overal gastarbeiders werden ingezet, deed men in Zweden een beroep op vrouwen.

    Het productieve echtpaar richtte zichzelf nu vooral op de diplomatie: niet alleen Zweden, maar de hele wereld wilden deze social engineers hervormen. Gunnar werd eerst minister van Handel en vervolgens voorzitter van de Europese economische commissie van de Verenigde Naties (UNECE) in Genève. In 1974 kreeg hij de Nobelprijs voor de economie.

    Voor Zweedse kinderen is er opvang, zodat hun ouders aan het werk kunnen.

    Alva liet omwille van haar huwelijk en gezin verschillende functies schieten, maar in 1949 koos ze voor haar eigen carrière. Ze liet haar kinderen achter bij Gunnar in Genève en werd directeur Sociale Zaken bij de VN in New York. In één klap was ze de hoogst geplaatste vrouw in een internationale organisatie. De rollen waren nu omgedraaid. Na enkele tussenfuncties werd Alva minister van Ontwapening – de eerste ter wereld. Voor haar inspanningen ontving ze in 1982 de Nobelprijs voor de vrede.

    Midden jaren tachtig overleden Gunnar en Alva Myrdal, maar hun erfenis is in Zweden nog altijd zichtbaar. De sterilisatiewet is in 1975 afgeschaft; wat is gebleven zijn de hoge arbeidsparticipatie van vrouwen, de uitstekende kinderopvang en het royale zorgverlof. Daarom kijken feministen van over de hele wereld nog altijd met bewondering en afgunst naar het Zweedse model.

    – Alies Pegtel is historicus en journalist.

    Boze zoon

    Alva en Gunnar Myrdal waren jarenlang Zweedse medialievelingen, een droompaar met een jaloersmakend gelijkwaardig huwelijk. Totdat hun zoon Jan dit geïdealiseerde plaatje aan diggelen sloeg met zijn best-sellende memoires Mijn kinderjaren. Uitgerekend in 1982, toen Alva genomineerd was voor de Nobelprijs, verschenen de eerste voorpublicaties. Wat de kroon op Alva’s werkende leven had moeten worden, werd een openbare confrontatie met haar moederschap.

    De 55-jarige Jan Myrdal, die zijn ouders vanaf 1967 niet meer zag, beschreef hen als koude, hypocriete mensen, meer geïnteresseerd in hun carrières dan in hun zoon, die ze erg lastig vonden. Zijn moeder, de grote kinderexpert, nam hij het kwalijk dat ze hem als peuter had achtergelaten bij zijn grootouders en zelf in de VS was gaan wonen. Zijn beide zussen Sissela en Kaj schreven eveneens ieder een boek over hun ouders. Zij waren het met Jan eens dat Gunnar een onmogelijke man was, maar hadden begrip voor Alva’s dilemma’s als ambitieuze werkende moeder in een mannenwereld.

    Werkverbod in Nederland

    In de rest van Europa werd het vrouwen tijdens het Interbellum juist moeilijker gemaakt om te gaan werken. Nederland ging daarin het verst. De katholieke minister Carl Romme kwam in 1937 met een wetsvoorstel waarin het alle getrouwde vrouwen werd verboden betaald werk te verrichten. De toelichting onthulde dat de regering hiermee geen werkgelegenheidsbeleid, maar gezinspolitiek wilde bedrijven omdat ‘naar natuurlijk bestel de man de kostwinner dient te zijn’ en de vrouw ‘de verzorging van het gezin’ tot taak had. Dit voorstel haalde het niet. Maar pas in 1956 kwam er dankzij een motie van PvdA-Kamerlid Corry Tendeloo een einde aan het ambtenarenreglement dat voorschreef dat vrouwen in overheidsdienst op de dag van hun huwelijk gedwongen werden ontslagen.

    Meer weten

    Alva Myrdal. The Passionate Mind (2008) door de Zweedse genderhistorica Yvonne Hirdman is een afgewogen biografie.

    Aan geen gehuwde borst werd ooit een kind gevoed (2010) door oud-GroenLinks-lijsstrekker Ina Brouwer vergelijkt het door haar bewonderde Zweedse opvangmodel met de Nederlandse deeltijdtraditie.

    Mijn kinderjaren. Zoon van beroemde ouders (1988) door zoon Jan Myrdal schetst een vernietigend beeld van Alva en Gunnar als ouders.