Home ‘Van Liempt schetst geen genuanceerd beeld van de politie tijdens de oorlog’

‘Van Liempt schetst geen genuanceerd beeld van de politie tijdens de oorlog’

  • Gepubliceerd op: 22 april 2015
  • Laatste update 04 jun 2021
  • Auteur:
    Ferdinand Lankamp
‘Van Liempt schetst geen genuanceerd beeld van de politie tijdens de oorlog’

Wat voor rol speelden individuele politieagenten tijdens de Tweede Wereldoorlog? En hoe ‘fout’ was de politie als geheel? Guus Meershoek en Tommy van Es, als historisch onderzoekers verbonden aan de Politieacademie, schreven samen met Jos Smeets In de Frontlinie. Tien politiemannen en de Duitse bezetting. ‘Jonge politiechefs die tijdens de oorlog Joden deporteerden, kwamen later in leidinggevende posities terecht.’

 

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Waarom moest dit boek er komen?

Meershoek: ‘Wij hebben dit boek geschreven voor agenten in opleiding. Een tweede aanleiding was een publicatie van Ad van Liempt, waaraan we wat aanstoot namen. In de ondertitel van het boek Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog heeft hij het over de Nederlandse politie als geheel. Hij behandelt echter een zeer beperkte groep politiemensen.’

‘We betwisten niet dat er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd, maar vanaf de jaren 80 is er veel onderzoek gepubliceerd naar de politie tijdens de oorlog. Met dat historisch materiaal is het mogelijk een genuanceerd beeld te schetsen. Van Liempt heeft dat niet gedaan. Wij willen met de verhalen van tien politiemensen laten zien dat agenten verschillende rollen speelden.’

Waar komt het beeld van de ‘foute’ politie vandaan?

Meershoek: ‘We ontkennen niet dat de politie dienstbaar is geweest aan de bezetter. Bij de deportatie van de Joden ligt snel de nadruk op de rol van de politie. Talloze andere instanties en organisaties, zoals de ambulances van de GG en GD, waren ook betrokken. De politie was het meest zichtbaar. Joden werden door de politie weggevoerd.’

In de jaren 60 werd de politie bij studentenprotesten vaak voor fascistisch uitgemaakt. U stelt dat dat ook binnen het politiekorps voor de nodige spanningen zorgde. Hoe uitten die zich?

Meershoek: ‘Er waren mensen die in de oorlog principieel uit de politie stapten. Anderen bleven juist tijdens de hele bezetting actief. Die twee groepen hebben heel lang op gespannen voet met elkaar gestaan. Tijdens de oorlog liet men de jongste politiechefs het vuile werk opknappen: het ophalen van Joden. Ze waren toen begin 20. Eind jaren 60 bereikten zij leidinggevende posities. Bovendien waren er de op Duitse leest opgeleide Schalkhaarders die na de bevrijding in de korpsen hadden mogen blijven. Intern wist men precies wie dat waren.’

Van Es: ‘In Arnhem mocht na de oorlog een aantal NSB-sympathisanten aanblijven. Dat ging wel ten koste van hun autoriteit. Sommige agenten weigerden naar hen te luisteren.’

Meershoek: ‘In Utrecht waren er tot in de jaren ’80 bureaus die intern bekendstonden als voormalig “goed” of “fout”. Agenten konden daartussen niet worden overgeplaatst.’

Hoe bepaalde men, vlak na de oorlog, wie ‘goed’ en wie ‘fout’ was geweest?

Van Es: ‘Dat was een grillig proces, dat van veel verschillende factoren afhing. Het was ongetwijfeld niet altijd rechtvaardig. Mensen die weg hadden gemoeten, zijn gebleven, en andersom.’

Meershoek: ‘Men was bijvoorbeeld afhankelijk van getuigenissen van collega’s. Vetes konden een rol gaan spelen. Als een politieman lid was geworden van de NSB, was het een makkelijke zaak. Er was echter ook een groot grijs vlak.’

De meeste agenten die u in het boek behandelt bevinden zich in het schemergebied tussen goed en fout. Welke agent heeft zich het ‘beste’ gedragen? En welke het ‘foutst’?

Van Es: ‘Het is makkelijker te zeggen wie fout was, dan wie goed was. Als je eenmaal echt iets fouts hebt gedaan, kun je niet terug.’

Meershoek: ‘Marechausseecommandant Pierre Versteegh volgde zijn principes, maar bij het verzet ging hij domme dingen doen. Hij was zo principieel dat hij niet goed voorbereid was op een verzetsrol. De Amsterdamse agent Arend Japin raakte aanvankelijk betrokken bij het registreren van Joods bezit. Later ging hij verzet plegen.’

Van Es: ‘Na de oorlog is Japin door Yad Vashem geëerd, maar hij had er dubbele gevoelens bij. Hij had het zijn hele leven moeilijk met zijn rol bij het registreren van Joods bezit. Dat illustreert de dilemma’s waarmee agenten zich geconfronteerd zagen.’

Meershoek: ‘De foutste agent was Harrebomée. Hij was een van de zeven agenten die na de oorlog werden gefusilleerd. Hij was buitengewoon hardvochtig, en hield tot het laatste toe vol.’

Van Es: ‘Zijn schoonmoeder schreef eind 1944 dat ze niet begreep hoe hij nog trots kon zijn op zijn NSB-lidmaatschap. Die brief is tijdens zijn proces als bewijs tegen hem gebruikt.’

Wat had de Nederlandse politie, als geheel, tijdens de oorlog beter kunnen doen?

Meershoek: ‘Vergeleken met andere landen bleef de politie hier lang functioneren. Daarmee is veel ellende aangericht.’

Van Es: ‘Vanaf het begin lag de nadruk op het handhaven van de openbare orde. Men wilde zich aanpassen aan de nieuwe situatie.’

Meershoek: ‘In het eerste oorlogsjaar had men de neiging zich uit lijfsbehoud gedeisd te houden. “Laten we maar een beetje inschikken.”’

Van Es: ‘Dat is precies de verkeerde houding geweest.’

Meershoek: ‘Ambtenaren hadden voor de oorlog de instructie gekregen tot op zekere hoogte mee te werken met de bezetter. Ze mochten echter niet de oorlogshandelingen van de vijand ondersteunen. Dat is door meerdere organisaties met voeten getreden, waaronder door de politie en de NS.’

Van Es: ‘De politie kreeg bijvoorbeeld de opdracht Engelse piloten op te sporen en aan te brengen. Intern was daar veel discussie over, maar het kader werkte er toch aan mee.’

Wat vinden politiemensen van uw boek?

Meershoek: ‘Veel politiemensen vinden de oorlog een aansprekend onderwerp, omdat agenten toen helemaal op zichzelf werden teruggeworpen. Ze hadden geen betrouwbare baas meer, en geen duidelijke taak, maar ze waren nog altijd agent. Ze moesten wezenlijke keuzes maken. Dat roept veel reacties op.’

 

Nieuwste berichten

Ossietzky in het concentratiekamp, 1934.
Ossietzky in het concentratiekamp, 1934.
Artikel

Dissident ging liever naar het strafkamp dan op de vlucht

Net als Aleksej Navalny besloot de Duitse dissident Carl von Ossietzky zijn land niet te ontvluchten toen hij gevaar liep. Hij wist dat hij bovenaan de zwarte lijst van de nazi’s stond, maar bleef toch in Berlijn toen Hitler in 1933 de macht greep. ‘De opposant die over de grens vlucht, werpt al snel holle frasen zijn land in,’ meende hij. Die moed bekocht hij met de dood in een concentratiekamp.

Lees meer
Waffen SS'ers in Vught
Waffen SS'ers in Vught
Interview

‘Waffen-SS’ers dachten dat het verleden niet lang aan hen zou kleven’

Hoewel ze geen paspoort meer hebben, blijven veel Syriëgangers toch in Nederland. Ook in 1945 verloren mannen die zich bij de Duitsers hadden aangesloten hun Nederlanderschap. Maar de omgang met deze Waffen-SS’ers en de Syriëgangers verschilt volgens historicus Peter Romijn. ‘De huidige wetgeving draait om uitstoting, maar na de Tweede Wereldoorlog was ook sprake van re-integratie.’

Lees meer
Truman poseert met de Chicago Daily Tribune
Truman poseert met de Chicago Daily Tribune
Artikel

Een presidentskandidaat dump je niet zomaar

Terwijl Donald Trump en Joe Biden zich opmaken voor de verkiezingsstrijd, gaan er bij hun partijen stemmen op om alsnog voor een andere presidentskandidaat te kiezen. Maar het verleden leert dat het lastig is om een leidende kandidaat opzij te zetten.

Lees meer
Gaius spreekt het volk toe. Ets door Silvestre David Mirys, 1799.
Gaius spreekt het volk toe. Ets door Silvestre David Mirys, 1799.
Artikel

De populistische Gracchen beloofden gouden bergen

Populistische politici zijn van alle tijden. Na een mislukte carrière zag de Romein Tiberius Gracchus nog maar één uitweg: hij werd een volkstribuun die het volk beloofde wat het wilde horen. Of zijn plannen uitvoerbaar waren, deed er niet toe. Het ging hem om de macht. En dat gold ook voor zijn broer en opvolger Gaius.

Lees meer