Home Stille getuigen: Het monument voor Henk van Randwijk

Stille getuigen: Het monument voor Henk van Randwijk

Marcel Broersma

Historicus

Gepubliceerd op: 29 april 2002

Update 7 april 2020

De geschiedenis laat haar sporen na. Monumenten, voorwerpen en graven herinneren aan bijna vergeten personen. Hun verhaal wordt hier verteld. Deze keer het monument voor Henk van Randwijk (1909-1966) in Amsterdam.

Een van de meest indrukwekkende oorlogsmonumenten van Nederland bestaat uit zeventien woorden op een verder lege muur: `Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht...' Het zijn de laatste regels van een langer gedicht dat verzetsman, journalist en literator Henk van Randwijk oorspronkelijk had geschreven voor de erebegraafplaats in Bloemendaal. De bakstenen muur begrenst een speeltuintje op het Weteringcircuit, vlak bij het Rijksmuseum. Waar nu kinderen spelen, zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verzetsstrijders gefusilleerd.
De woorden hangen hier wat in de lucht, meende dominee J.J. Buskes, een vriend van Van Randwijk. Het gedicht, vond hij, veronderstelt eerder `een smalle gesloten gang, die aan het einde een kleine ruimte heeft met licht invallend van boven, waar het op een plaat is aangebracht'. En zo losgeknipt klinken de drie regels wel erg negatief.
Het hele gedicht spoort de lezer aan om de doden te gedenken, maar roept ook op tot `wijder zicht'. Nadenken over goed of kwaad, en daarnaar handelen, was niet alleen noodzakelijk tijdens de oorlog; dat is het nog steeds. In zijn `Bericht aan de levenden' op het monument in de duinen bij Bloemendaal formuleerde Van Randwijk het zo: `Bedenk dat hetgeen gisteren bedreigd werd, heden en morgen opnieuw in gevaar kan verkeren.'
Deze boodschap ontbreekt nu, maar de rest van het vers is toch wat pathetisch en in de laatste regels is de essentie samengebald. Ze hebben een zeggingskracht die ver uitstijgt boven andere herdenkingspoëzie, om maar te zwijgen van de kreupele quasi-diepzinnigheden waarmee Adriaan Roland Holst het Monument op de Dam ontsierde.
Henk van Randwijk durfde moeilijke keuzes te maken. Tijdens de oorlog ging de jonge onderwijzer in het verzet. Hij nam als hoofdredacteur van het illegale Vrij Nederland grote risico's, opdat zijn lezers niet zouden vergeten wat menselijkheid was. In 1947 schreef hij in het inmiddels bovengronds gekomen blad een indrukwekkend hoofdartikel onder de titel `Omdat ik Nederlander ben'. Het was een aanklacht tegen de politionele actie die het Nederlandse leger in Indonesië uitvoerde.
`Ik spreek omdat ik Nederlander ben. Omdat ik Nederlander ben, zeg ik nee! Tegen het geweld dat thans door ons in Indonesië gepleegd wordt.' Dat duizenden mensen om dit artikel hun abonnement opzegden, is een mythe, zo tonen Gerard Mulder en Paul Koedijk aan in hun biografie van Van Randwijk. Maar zijn stellingname, die voortkwam uit zijn streven naar barmhartigheid en sociale rechtvaardigheid, werd hem door velen, ook in de politiek, niet in dank afgenomen.
Van Randwijk pleitte voor de doorbraak van de verzuiling en sympathiseerde met de PvdA, maar werd geen lid van deze partij. Hij was diepreligieus, maar zei de kerk vaarwel. Met de onafhankelijke intellectueel, de man die nergens bij hoorde, maar commentaar leverde vanaf de zijlijn, wist Nederland niet goed raad. Van Randwijk durfde te kiezen, maar liet daarbij twijfel toe. De tekst op het monument is een aansporing tot vastberadenheid, maar meer nog tot geestelijke onafhankelijkheid.
Bij de herinrichting van het Weteringcircuit voor de Noord-Zuidlijn, zo laat de gemeente Amsterdam in een `masterplan' weten, moet het monument wijken. Het is niet `locatiegebonden'. Over een nieuwe plek in het `plangebied' moet worden overlegd. Hopelijk worden de losse letters niet vergeten in een gemeentelijke opslag.

Nieuwste berichten

Beatrix wilde geen krans leggen bij het Slavernijmonument
Beatrix wilde geen krans leggen bij het Slavernijmonument
Artikel

Beatrix wilde geen krans leggen bij het Slavernijmonument

Koningin Beatrix wilde geen excuses maken voor het Nederlandse aandeel in de Trans-Atlantische slavernij, zo blijkt uit de meerdelige studie naar het koloniale verleden van de Oranjes. Historicus en schrijver Philip Dröge vraagt zich af: waarom deed de vorstin zo? ‘Excuses – daar gaan we het niet over hebben.’ Het deze week gepubliceerde onderzoek naar...

Lees meer
‘Het vertrek van de moffen uit Colmar’. Illustratie door Hansi (JeanJacques Waltz) uit het prentenboek L’Alsace heureuse, 1919.
‘Het vertrek van de moffen uit Colmar’. Illustratie door Hansi (JeanJacques Waltz) uit het prentenboek L’Alsace heureuse, 1919.
Artikel

Elzassers werden over de Rijn geschopt

Dan weer Duits, dan weer Frans. Door de eeuwen heen stond Elzas-Lotharingen afwisselend onder Duits en Frans bestuur. Uit recent opgedoken documenten blijkt nu pijnlijk gedetailleerd hoe Frankrijk na de Eerste Wereldoorlog 130.000 Duitse inwoners zonder pardon de grens overzette. Nog geen twee weken nadat een wapenstilstand een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, liep...

Lees meer
Puinvrouwen in Berlijn, 1945.
Puinvrouwen in Berlijn, 1945.
Artikel

De mythe van de puinheldin

Met haar blote handen ruimde Helga Velden samen met duizenden andere vrouwen het puin van de Duitse straten. Deze zogenoemde Trümmerfrauen worden gezien als ‘heldinnen van de wederopbouw’. Zelf dacht Velden daar heel anders over.  Helga Velden is achttien jaar als ze vlak na de oorlog aan het werk gaat in Tiergarten, het grote park...

Lees meer
Landwachters in 1944
Landwachters in 1944
Interview

Spreken over daders in de Tweede Wereldoorlog, wat levert dat op?

Wat gebeurt er als je over de Tweede Wereldoorlog vertelt vanuit het perspectief van de daders? Welke inzichten levert dat op – wetenschappelijk, educatief en voor de cultuur van herdenken? Hierover spreken onder anderen auteur Auke Kok (Mussert: Reis naar het kwaad) en hoogleraar internationale misdrijven Alette Smeulers (Angstaanjagend normaal) tijdens een themabijeenkomst op 26...

Lees meer
Loginmenu afsluiten