Home Slordig boek over vervolging collaborateurs

Slordig boek over vervolging collaborateurs

  • Gepubliceerd op: 23 feb 2010
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Johannes Houwink ten Cate

Na de bevrijding maakte zich van de Nederlanders een ware volkswoede meester. Ten minste 300.000 mensen werden toen verdacht van een vorm van collaboratie met de nationaal-socialisten of lidmaatschap van een ‘landsverraderlijke’ organisatie als de NSB. Tussen de 120.000 en 150.000 verdachten werden in afwachting van hun berechting onder vaak armzalige omstandigheden geïnterneerd. In hun neergang sleepten ze hun gezinnen met zich mee.

Het politieke gehalte van deze operatie was hoog; het doel was af te rekenen met de landgenoten die, zoals dat toen heette, in tijden van hoogste nood de Nederlandse vechtende gemeenschap de rug hadden toegekeerd. De kolossale juridische operatie duurde jaren, en moest wel uitlopen op willekeur. Wie snel voor de rechter kwam werd zwaarder bestraft dan degenen die in 1948 en daarna werden veroordeeld, toen de Bijzondere Rechtspleging op zijn laatste benen liep.

Peter Romijn (1989) en Joggli Meihuizen (2003) schreven over onderdelen van deze pijnlijke geschiedenis – de (geslaagde) zuivering en de (mislukte) berechting van economisch collaborateurs – prachtige deelstudies. Maar voor een algemeen oordeel is het nog steeds veel te vroeg, want het archief dat hierover gaat, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), is door Justitie nu alweer jaren geleden als een onverzorgde, slecht toegankelijke janboel van 4000 strekkende meter papier overgedragen aan het Nationaal Archief.

Op zo’n moment vraag je je af waarom het ministerie dat voor de wetshandhaving verantwoordelijk is zelf de Archiefwet niet na hoeft te leven, en het Nationaal Archief daarin ogenschijnlijk laconiek berust. In 2025 wordt het archief volledig openbaar. Misschien heeft – ik wil niet ongeduldig zijn – het Nationaal Archief de toegankelijkheid dan verbeterd.

In zijn nieuwe boek Fout en niet goed heeft de even gemakzuchtige als slordige journalist Koos Groen zijn verantwoording aangepast aan de staat van het archief. Die verantwoording is er namelijk nauwelijks, en zo moet de lezer maar vertrouwen op Groens vermogen een objectieve keuze uit de bronnen te maken.

Het is nog niet zo gemakkelijk om dat vertrouwen op te brengen, omdat Groen de ene veronderstelling boven op de andere speculatie stapelt en een enkele loze verdachtmaking niet uit de weg gaat. Zo suggereert hij dat Loe de Jong zich schuldig maakte aan een geheim gebleven wandaad toen hij in mei 1940 bij zijn vlucht naar Engeland ‘zijn ouders welbewust’ in Amsterdam achterliet. Dat de Jong hier in zijn memoires uitvoerig op is ingegaan, laat Groen onvermeld.

Een tweede voorbeeld: in de voorpubliciteit is veel werk gemaakt van het aantal dodelijke slachtoffers in de interneringskampen. En natuurlijk is dit een essentiële kwestie, al was het maar omdat oud-medewerker van Justitie A.D. Belinfante in de eerste studie van de berechting, In plaats van Bijltjesdag, uit 1974, de indruk wekte ook in dezen de mantel der liefde ruim uit te spreiden.

Groen hecht niet alleen geloof aan een interne rapportage van Justitie (577 doden), maar ook aan de pers (‘dat zullen ze niet verzonnen hebben’) en komt via extrapolatie tot een ruwe schatting van 1200 tot 1500 doden. Dat wil zeggen dat 1 op de 100 geïnterneerden in gevangenschap stierf.

Met 58 doden – volgens de interne rapportage – spande het beruchte interneringskamp Levantkade in Amsterdam de kroon. Maar in bijlage 1 van dit boek, de lijst van kampen en bewaarplaatsen, komt dit kamp weer niet voor. Doodleuk constateert Groen vervolgens: ‘Het is natuurlijk geen Auschwitz, maar ook niet niks.’ Dat is natuurlijk onmiskenbaar waar. Maar of het met de waarheidsvinding op deze manier werkelijk opschiet?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Nu de eerste maand voor maar 1,99.

Nieuwste berichten

Nederlanders van de Groenlandse Compagnie zijn bezig met de walvisvaart
Nederlanders van de Groenlandse Compagnie zijn bezig met de walvisvaart
Interview

Nederland stuurde jaarlijks vijftig schepen naar Groenland, tot woede van Denemarken

In de achttiende eeuw joegen Nederlandse walvisvaarders en masse in de wateren van Groenland. Volgens neerlandicus Hans Beelen, gespecialiseerd in Arctische reisbeschrijvingen, zorgde deze Nederlandse aanwezigheid vaak voor spanningen met de Deense kolonisatoren. Dit artikel krijgt u van ons cadeau Wilt u ook toegang tot HN Actueel? Hiermee leest u dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele...

Lees meer
Politieke cartoon over Amerikaans imperialisme na de Spaans-Amerikaanse oorlog
Politieke cartoon over Amerikaans imperialisme na de Spaans-Amerikaanse oorlog
Artikel

Imperialisme is de Verenigde Staten eerder slecht bevallen

Donald Trump is dol op de negentiende eeuw. Van president McKinley tot president Monroe en van de corruptie van de Gilded Age tot het Manifest Destiny. Met zijn acties in Venezuela en dreigementen aan Groenland voegt hij daar nu onversneden imperialisme aan toe: het overnemen van landen om ze voor eigen gewin uit te buiten....

Lees meer
Nucleaire explosie in Nevada tijdens tests van de VS
Nucleaire explosie in Nevada tijdens tests van de VS
Artikel

Nucleaire ballonnen boven Europa? Dit wonderlijke wapen werd bijna werkelijkheid

In de jaren vijftig onderzocht het Amerikaanse leger of het kernbommen kon afgooien met een luchtballon. Die waren goedkoop en konden onopgemerkt richting vijandelijk gebied zweven. Toch zagen wetenschappers vooral risico’s: bij slecht weer kon een nucleaire ballon de verkeerde kant op waaien. De Fransen waren in de achttiende eeuw de eersten die luchtballonnen inzetten...

Lees meer
Manstein aan het front in 1942
Manstein aan het front in 1942
Recensie

Hitler bedacht zelf het aanvalsplan tegen Frankrijk, blijkt uit dagboek van generaal

Militair historicus Roman Töppel heeft zes jaar van zijn leven gegeven om de oorlogsdagboeken en brieven van generaal Erich von Manstein door te spitten en vrijwel integraal uit te geven. Het eerste van drie delen is uitgebracht en beslaat de periode 1939 tot voorjaar 1941. Alleen al het lezen was een titanenklus, want Mansteins handschrift...

Lees meer
Loginmenu afsluiten